Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2011:BQ6015

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
05-07-2011
Datum publicatie
05-07-2011
Zaaknummer
10/00458
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2011:BQ6015
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Slagende bewijsklacht art. 416.2. Sr, uit de opbrengst van enig door misdrijf verkregen goed voordeel trekken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2011/1497
RvdW 2011/954
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 10/00458

Mr. Vellinga

Zitting: 17 mei 2011

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Verdachte is door het Gerechtshof te Amsterdam wegens 1. "Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd", 2. "In strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, terwijl het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, en terwijl hij weet of redelijkerwijze moet vermoeden dat de gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming, dan wel voor de hoogte of de duur van een dergelijke verstrekking of tegemoetkoming, meermalen gepleegd", 3. "Opzettelijk uit de opbrengst van enig door misdrijf verkregen goed voordeel trekken, meermalen gepleegd" en 4. primair "Oplichting" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 10/00458 en 10/00615. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.

3. Namens verdachte heeft mr. B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.

4. Het middel klaagt dat het onder 3 bewezenverklaarde niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid.

5. Het Hof heeft ten laste van verdachte onder 3 bewezenverklaard dat:

"hij in de periode van 19 december 1994 tot en met 19 december 2006 in de gemeente Alkmaar, telkens opzettelijk gebruik heeft gemaakt van de woning op het adres [a-straat 1] en de in die woning aanwezige voorzieningen, te weten onder meer gas en water en elektra en opzettelijk eet- en drinkwaren heeft genuttigd, wetende dat die woning en de in die woning aanwezige voorzieningen en die eet- en/of drinkwaren geheel of gedeeltelijk werden betaald van een uitkering krachtens de Algemene bijstandswet en/of de Wet werk en bijstand, welke door [medeverdachte] - met wie verdachte op bovengenoemd adres samenwoonde - door valsheid in geschrift was verkregen, hebbende verdachte aldus telkens opzettelijk uit de opbrengst van enig door misdrijf verkregen goed voordeel getrokken"

6. Uit de gebezigde bewijsmiddelen kan wel worden afgeleid dat verdachte enige tijd met [medeverdachte] heeft samengewoond (in het bijzonder bewijsmiddelen 3, 4 en 5), en met enige goede wil dat [medeverdachte] een uitkering krachtens de Algemene bijstandswet en/of de Wet werk en bijstand had die door valsheid in geschrift was verkregen (bewijsmiddel 9), maar niet dat die woning en de in die woning aanwezige voorzieningen en die eet-of drinkwaren geheel of gedeeltelijk werden betaald van genoemde uitkering van [medeverdachte]. De inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen wijst in zekere zin op het tegendeel nu verdachte blijkens zijn verklaring niet alleen beschikte over een uitkering, maar daarnaast ook over inkomsten uit werk.

7. Dat de verdachte en Schouten, zoals het Hof blijkens zijn nadere bewijsoverweging met betrekking tot feit 3 uit verdachtes dagelijks verblijf bij Schouten en zijn samenwonen met haar meent te kunnen afleiden, gezamenlijk eten en drinken, maakt het voorgaande niet anders. Daarmee is immers nog niet gezegd wie het eten en drinken betaalt.

8. Zo al die woning en de in die woning aanwezige voorzieningen en die eet- en/of drinkwaren geheel of gedeeltelijk werden betaald van de door valsheid in geschrifte verkregen uitkering van [medeverdachte], dan blijkt uit de gebezigde bewijsmiddelen nog niet dat de verdachte daarvan weet had, ook niet in de vorm van voorwaardelijk opzet.

9. Het middel slaagt.

10. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop het bestreden arrest zou dienen te worden vernietigd.

11. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest voor wat betreft het onder 3 bewezenverklaarde en de strafoplegging en tot terugwijzing van de zaak naar het Hof dan wel verwijzing van de zaak naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG