Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2011:BQ2215

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
08-07-2011
Datum publicatie
08-07-2011
Zaaknummer
10/01434
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2011:BQ2215
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Art. 81 RO. Huurrecht. Met overleggen van kopieën kwitanties voorshands bewijs geleverd van betaling huurpenningen, behoudens tegenbewijs?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2011/858
JWB 2011/382
Verrijkte uitspraak

Conclusie

10/01434

Mr L. Strikwerda

Zt. 15 april 2011

conclusie inzake

[Eiseres]

tegen

[Verweerster]

Edelhoogachtbaar College,

1. Het (tijdig) door eiseres tot cassatie (hierna: [eiseres]) ingestelde cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 27 oktober 2009. Bij dit arrest heeft het hof in hoger beroep het vonnis van de rechtbank Amsterdam, sector kanton, locatie Hilversum, van 17 september 2008 bekrachtigd, voor zover daarbij de ontbinding van de tussen partijen gesloten huurovereenkomst met betrekking tot een woning c.a. is uitgesproken. Voorts heeft het hof, met vernietiging in zoverre van dat vonnis en in zoverre opnieuw recht doende, [eiseres] veroordeeld tot betaling aan thans verweerster tot cassatie, hierna: [verweerster], van - kort gezegd - achterstallige huurtermijnen, de contractuele rente daarover en de contractuele boete.

2. Het cassatieberoep berust op één middel. [Verweerster] is in cassatie niet verschenen. Tegen haar is verstek verleend.

3. De in het middel aangevoerde klachten kunnen naar mijn oordeel niet tot cassatie leiden en nopen niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling, zodat het cassatieberoep zich leent voor verwerping met toepassing van art. 81 RO. De zaak komt daarom in aanmerking voor een verkorte conclusie.

4. Het middel bevat, als ik het goed zie, acht klachten.

5. De eerste klacht (onder 8) verwijt het hof - in r.o. 2.10 - te hebben miskend dat, hoewel volgens het huurcontract zelf [verweerster] haar bankrekeningnummer heeft opgegeven waarop de huur kon worden overgemaakt, [verweerster] steeds contant de huurpenningen heeft ontvangen en daartegen op geen enkele manier bezwaar heeft gemaakt. Volgens de klacht volgt hieruit dat [verweerster] aan haar bestendige gedragslijn is gebonden, zodat aan de door [eiseres] in het geding gebrachte kwitanties, anders dan het hof ten onrechte heeft geoordeeld, het rechtsvermoeden van betaling toekomt.

6. De klacht stuit af op het feitelijke en niet onbegrijpelijke oordeel van het hof - in r.o. 2.11 en 2.12 - dat [eiseres] zonder afdoende verklaring niet de originele kwitanties heeft overgelegd en haar door [verweerster] gemotiveerd bestreden stelling dat [verweerster] de kwitanties heeft ondertekend, (daarom) onvoldoende heeft onderbouwd.

7. De tweede klacht (onder 9), en de derde klacht (onder 10) borduren met hun stelling dat [eiseres] door het overleggen van kopieën van kwitanties, wèl aan haar stelplicht heeft voldaan en dat [eiseres] geacht moet worden, behoudens tegenbewijs door [verweerster], wèl de huurpenningen te hebben voldaan, voort op de eerste klacht. Zij stranden op dezelfde grond als de eerste klacht.

8. De vierde t/m zevende klacht (resp. onder 11 t/m 14) bouwen rechtstreeks voort op de daaraan voorafgaande klachten en moeten het lot daarvan delen.

9. De achtste klacht (onder 15) klaagt dat het hof het bewijsaanbod van [eiseres] van haar stelling dat [verweerster] het geld kwam ophalen en tegen overgifte van het geld een kwitantie tekende, op onjuiste gronden heeft verworpen.

10. De klacht faalt, nu het hof - in r.o. 2.12 - heeft geoordeeld dat, nu [eiseres] zonder afdoende verklaring niet de originele kwitanties heeft overgelegd, de enkele stelling van [eiseres] dat [verweerster] maandelijks de huurbetalingen kwam ophalen en daarbij de door [eiseres] opgestelde kwitanties ondertekende, onvoldoende concreet is. Uitgaande van dit oordeel kon het hof zonder schending van enige rechtsregel aan het bewijsaanbod van [eiseres] voorbijgaan.

De conclusie strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,