Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2011:BP9384

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
28-06-2011
Datum publicatie
28-06-2011
Zaaknummer
09/05209 B
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2011:BP9384
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Beklag ex art. 552a Sv. 1. Maatstaf. 2. Motivering beslissing Rechtbank tot algehele ongegrondverklaring van het beklag. Ad 1. De Rechtbank heeft de klacht ongegrond verklaard omdat “het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter later oordelend in de strafzaak tegen klager, de inbeslaggenomen goederen zal onttrekken aan het verkeer”. Daarmee heeft zij de juiste maatstaf aangelegd. Ad 2. De Rechtbank heeft bij haar beslissing in aanmerking genomen dat een aantal goederen door de OvJ aan verdachte zouden worden teruggegeven. De bestreden beslissing moet zo worden verstaan dat de ongegrondverklaring van het beklag uitsluitend betrekking heeft op de overige, in de bestreden beschikking onder 5 met nummer aangeduide, goederen en de daar genoemde cd/dvd’s. De klacht mist feitelijke grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 09/05209 B

Mr. Silvis

Zitting: 15 maart 2011

Conclusie inzake:

[Klager](1)

1. De Rechtbank te Zutphen heeft bij beschikking van 17 december 2009 het door klager ingediende beklag, strekkende tot teruggave aan hem van onder hem inbeslaggenomen voorwerpen, ongegrond verklaard.

2. Namens klager heeft mr. V.C. van der Velde, advocaat te Almere, een middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel klaagt dat de rechtbank ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd het gehele klaagschrift ongegrond heeft verklaard.

4. De bestreden beschikking houdt in, voor zover van belang:

"5. Door de officier van justitie is geconcludeerd tot ongegrond verklaring van het klaagschrift met betrekking tot de goederen met de nummers: 0672.01.01.01.01, 0672.01.01.02, PC 0672.02.01.03.01.01, laptop 0672.02.01.02.01.01, 2 foto's 0672.02.01.01.01.1 en 672.02.01.01.01.8. Naar de inbeslaggenomen CD/DVD's van de zoeking in [plaats] moet nog nader onderzoek worden verricht. De overige goederen zullen binnenkort gereed worden gemaakt voor teruggave.

6. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de inhoud van het dossier en hetgeen in de raadkamer naar voren is gebracht, het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter later oordelend in de strafzaak tegen klager, de inbeslaggenomen goederen zal onttrekken aan het verkeer, zodat het belang van strafvordering zich thans tegen teruggave van deze inbeslaggenomen goederen verzet. Het klaagschrift dient ongegrond te worden verklaard."

5. Ingevolge het tweede lid van art. 94 Sv zijn voor inbeslagneming onder meer vatbaar alle voorwerpen ten aanzien waarvan de onttrekking aan het verkeer kan worden bevolen. Ten aanzien van het onderhavige beklag diende de rechtbank a. te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert en zo neen, b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp te gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd. Het door art. 94 Sv beschermde belang van strafvordering verzet zich onder meer tegen teruggave indien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de onttrekking aan het verkeer zal bevelen.(2) De rechtbank heeft dus door te oordelen dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter later oordelend de inbeslaggenomen goederen zal onttrekken aan het verkeer zodat het belang van de strafvordering zich thans tegen teruggave verzet, de juiste maatstaf toegepast. Voor zover het middel daarover klaagt, faalt het.

6. Het proces-verbaal van het onderzoek in raadkamer houdt het volgende in, voor zover van belang:

"De officier van justitie voert het woord, zakelijk weergegeven:

Het onderzoek is nog steeds bezig. Er zijn o.a. videobeelden met kinderporno inbeslaggenomen die de indruk wekken dat klager die zelfheeft geproduceerd. In een pc met twee harddisk werd op alle twee harddisks kinderporno aangetroffen. Het onderzoek naar de hardware van de zoeking in [plaats] is klaar, naar de CD/DVD's moet nog nader onderzoek worden gedaan. De overige goederen zullen binnenkort gereed worden gemaakt voor teruggave. Ik verzoek u het klaagschrift verder ongegrond te verklaren."

7. Gelet op hetgeen de officier van justitie heeft aangevoerd, heeft de rechtbank kennelijk geoordeeld dat de inbeslaggenomen goederen (mogelijk) kinderporno bevatten en dat het gelet daarop niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter al die goederen zal onttrekken aan het verkeer zodat het belang van strafvordering zich verzet tegen teruggave. Hoewel dat oordeel in zijn algemeenheid niet onbegrijpelijk is nu het bezit van kinderporno in strijd is met de wet, ben ik het met de steller van het middel eens zijn dat wanneer het oordeel van de rechtbank alle inbeslaggenomen goederen betreft dat toch niet begrijpelijk is. De officier van justitie heeft aangegeven dat een deel van de goederen gereed zou worden gemaakt voor teruggave en verzocht om het klaagschrift 'verder' ongegrond te verklaren. Daarin ligt niet slechts besloten dat het openbaar ministerie van oordeel is dat het belang van strafvordering zich niet (meer) verzet tegen teruggave van een deel van de goederen maar ook dat de daaraan verbonden gevolgtrekking van teruggave aan de beslagene al is gemaakt. Dat een last tot teruggave voor die goederen niet nodig is, ligt in de rede. Het oordeel van de rechtbank dat het belang van strafvordering zich verzette tegen teruggave van de inbeslaggenomen goederen kan dan ook geacht worden betrekking te hebben op die goederen waarvan de officier van justitie heeft gesteld dat het belang van strafvordering zich verzet tegen teruggave. Zo begrepen heeft de rechtbank niet miskend dat het haar, gelet op genoemd oordeel van het openbaar ministerie, ten aanzien van de goederen waarvan met de voortduring van het beslag geen belang van strafvordering is gediend, niet meer vrij stond om in die vraag te treden.(3) Het middel faalt.

8. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.

9. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Deze zaak hangt samen met de zaak 09/05208 B waarin ik heden eveneens concludeer.

2 O.m. HR 28 september 2010, LJN BL2823, NJ 2010/654 en HR 10 maart 2009, LJN BG9151, NJ 2009/149.

3 Vgl. HR 28 september 2010, LJN BL2823, NJ 2010/654, rov. 2.10.