Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2011:BP9383

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
28-06-2011
Datum publicatie
28-06-2011
Zaaknummer
09/05208 B
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2011:BP9383
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Beklag ex art. 552a Sv. HR: art. 81 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 09/05208 B

Mr. Silvis

Zitting: 15 maart 2011

Conclusie inzake:

[Klager](1)

1. De Rechtbank te Zutphen heeft bij beschikking van 17 december 2009 het door klager ingediende beklag, strekkende tot teruggave aan hem van een onder een ander inbeslaggenomen laptop, ongegrond verklaard.

2. Namens klager heeft mr. V.C. van der Velde, advocaat te Almere, één middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel klaagt dat de rechtbank ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, het klaagschrift ongegrond heeft verklaard.

4. De laptop is onder [betrokkene 1], die ingeschreven stond op het woonadres van klager, inbeslaggenomen in het kader van een strafrechtelijk onderzoek tegen die [betrokkene 1]. Klager heeft voor zover van belang aangevoerd dat de laptop van hem is en dat hij de laptop nodig heeft voor zijn schoolactiviteiten.

5. De bestreden beschikking houdt in, voor zover van belang:

"5. Door de officier van justitie is geconcludeerd tot ongegrond verklaring van het klaagschrift nu op de inbeslaggenomen laptop kinderporno is aangetroffen. De officier van justitie merkt verder op dat klager wel een afspraak kan maken met de politie om onder begeleiding spullen die hij nodig heeft voor school van de harde schijf af te halen.

6. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de inhoud van het dossier en hetgeen in de raadkamer naar voren is gebracht, het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter later oordelend in de strafzaak tegen [betrokkene 1], de inbeslaggenomen laptop zal onttrekken aan het verkeer, zodat het belang van strafvordering zich thans tegen teruggave van deze inbeslaggenomen laptop verzet. Het klaagschrift dient ongegrond te worden verklaard."

6. Ingevolge het tweede lid van art. 94 Sv zijn voor inbeslagneming vatbaar "alle voorwerpen welker verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer kan worden bevolen". Ten aanzien van het onderhavige beklag diende de rechtbank a. te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert en zo neen, b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp te gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd. Het door art. 94 Sv beschermde belang van strafvordering verzet zich onder meer tegen teruggave indien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer zal bevelen.(2)

7. De rechtbank heeft dus door te oordelen dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter later oordelend de inbeslaggenomen laptop zal onttrekken aan het verkeer zodat het belang van de strafvordering zich thans tegen teruggave verzet, de juiste maatstaf toegepast. Voor zover het middel daarover klaagt, faalt het.

8. Het oordeel van de rechtbank is voorts ook niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat er kennelijk kinderporno is aangetroffen op de laptop en het bezit van kinderporno in strijd is met de wet. Gelet op het summiere karakter van de procedure naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv behoeft de rechter niet ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak te treden.(3) De rechtbank mocht derhalve in casu afgaan op de door de officier van justitie verstrekte informatie en was - anders dan kennelijk de steller van het middel meent - niet gehouden te onderzoeken of er daadwerkelijk sprake was van strafbare pornografische afbeeldingen. Ik merk hierbij op dat door de verdediging ook niet is betwist dat er kinderporno op de laptop stond.

9. Aan de begrijpelijkheid van het oordeel doet voorts niet af dat de officier van justitie tijdens de behandeling in raadkamer heeft opgemerkt dat de laptop, met uitzondering van de harde schijf, (ik begrijp: in beginsel) zou kunnen worden geretourneerd. Het proces-verbaal van het onderzoek in raadkamer houdt vervolgens in dat de officier van justitie opmerkt dat er op dat moment daartoe geen mogelijkheid is maar dat hij wel met de politie zou kunnen overleggen of klager op het politiebureau, onder begeleiding, documenten van de harde schijf zou kunnen halen die hij nodig heeft voor school. Mede gelet op het verzoek van de officier van justitie om het klaagschrift (in zijn geheel) ongegrond te verklaren, heeft de rechtbank daaruit kunnen afleiden dat volgens het openbaar ministerie de belangen van strafvordering zich verzetten tegen teruggave van de laptop. Het middel mist, voor zover het berust op de stelling dat er van de zijde van het openbaar ministerie geen bezwaar bestond tegen teruggave van de laptop, feitelijke grondslag.

10. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81 RO ontleende motivering.

11. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.

12. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Deze zaak hangt samen met de zaak 09/05209 B waarin ik heden eveneens concludeer.

2 O.m. HR 28 september 2010, LJN BL2823, NJ 2010/654 en HR 10 maart 2009, LJN BG9151, NJ 2009/149.

3 HR 28 september 2010, LJN BL2823, NJ 2010/654, rov. 2.2.