Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2011:BP4674

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
15-04-2011
Datum publicatie
15-04-2011
Zaaknummer
10/02000
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2011:BP4674
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Procesrecht. Voorwaardelijk ingesteld cassatieberoep onverenigbaar met goede procesorde

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2011/533
NJ 2011/178
NJB 2011, 928
JWB 2011/205
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Zaaknummer: 10/02000

mr. Wuisman

Parketdatum: 4 februari 2011

CONCLUSIE inzake:

[Verzoekster],

verzoekster tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen.

1. Voorgeschiedenis

1.1 Bij vonnis d.d. 28 oktober 2008 heeft de rechtbank verzoekster tot cassatie tot de wettelijke schuldsaneringsregeling toegelaten. Die regeling heeft de rechtbank bij vonnis d.d. 15 december 2009 voortijdig beƫindigd op de gronden dat verzoekster tot cassatie haar inlichtingenplicht niet is nagekomen en zij bovendien nieuwe schulden heeft doen ontstaan. Bij arrest d.d. 10 mei 2010 heeft het hof te 's-Hertogenbosch dit laatste vonnis bekrachtigd. Van dit arrest is verzoekster tot cassatie in cassatie gekomen met een op 18 mei ter griffie van de Hoge Raad binnengekomen verzoekschrift.

2. Beoordeling van het cassatieberoep

2.1 Blijkens het onder 2 van het verzoekschrift gestelde is het cassatieberoep voorwaardelijk ingesteld. Het verzoekschrift geeft geen aanleiding de voorwaarde anders te verstaan dan dat het beroep geacht moet worden niet te zijn ingesteld, indien de opgevoerde voorwaarde voor niet vervuld moet worden gehouden.

2.2 De voorwaarde bestaat blijkens hetgeen onder 3 van het verzoekschrift wordt opgemerkt, hieruit dat uit het ten tijde van het indienen van het verzoekschrift nog niet beschikbare proces-verbaal van de hoorzitting bij het hof dient te blijken van de feitelijke grondslag, waarvan bij het aangedragen cassatiemiddel wordt uitgegaan. Om welke feiten het gaat, wordt overigens niet nader uit de doeken gedaan. Er bestaat op dit punt onduidelijkheid. Onder 5 van het verzoekschrift wordt het recht voorbehouden om het verzoekschrift aan te vullen of te wijzigen, indien het proces-verbaal daartoe aanleiding geeft.

2.3 Het proces-verbaal is beschikbaar gekomen en bevindt zich in het door verzoekster tot cassatie ingediende procesdossier. Er is van de zijde van verzoekster tot cassatie niet een nadere uitlating gedaan naar aanleiding van het proces-verbaal. Er is dus niet nader aangegeven of dan wel in hoeverre volgens verzoekster tot cassatie de voorwaarde waaronder het cassatieberoep is ingesteld, voor vervuld kan worden gehouden en dus het voorgedragen cassatiemiddel voor behandeling in aanmerking komt. Dit had in redelijkheid van (de raadsman van) verzoekster tot cassatie mogen worden verwacht. Dit reeds omdat het al in het algemeen aan degene, die van een uitspraak van de feitelijke rechter in cassatie wil komen, is om te bepalen in welke mate hij die uitspraak in cassatie wil aanvechten. Daar komt in casu nog bij dat het recht was voorbehouden om het verzoekschrift in cassatie aan te vullen of te wijzigen na het beschikbaar komen van het proces-verbaal van de hoorzitting bij het hof en juist in het niet beschikbaar zijn van dat proces-verbaal ten tijde van het indienen van het verzoekschrift aanleiding was gevonden om aan het instellen van het beroep een voorwaarde te verbinden, waarvan de reikwijdte vanwege het ontbreken van het proces-verbaal niet exact was aan te geven.

2.4 Onder voormelde omstandigheden moet de voorwaarde waaronder het cassatieberoep is ingesteld, voor niet vervuld worden gehouden, zodat het cassatieberoep opgevat moet worden als niet te zijn ingesteld.

3. Conclusie

Geconcludeerd wordt tot het niet inhoudelijk behandelen van het cassatieberoep, nu de voorwaarde waaronder het cassatieberoep is ingesteld niet in vervulling is gegaan.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden