Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2011:BP0453

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
22-02-2011
Datum publicatie
22-02-2011
Zaaknummer
09/04272 P
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2011:BP0453
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Profijtontneming. Draagkracht. De motivering van het Hof is niet onbegrijpelijk, mede in aanmerking genomen dat de raadsman zich wat betreft de draagkracht heeft gerefereerd. Conclusie AG: anders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2011/339
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 09/04272 P

Mr. Vellinga

Zitting: 4 januari 2011

Conclusie inzake:

[Betrokkene]

1. Het Gerechtshof te Arnhem heeft het door de veroordeelde uit "Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak" (feit 2), "Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak" (feit 7) en een tweetal ad informandum gevoegde feiten (Incidenten 5 en 6) verkregen voordeel vastgesteld op € 7.949,05 en aan de veroordeelde ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 7.000,--.

2. Namens veroordeelde heeft mr. A.H.J.G. van Voorthuizen, advocaat te Ede, één middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel houdt in dat het Hof in zijn overwegingen over de verplichting tot betaling aan de Staat (p. 6 van het arrest) ten onrechte overweegt dat geen stukken zijn overgelegd met betrekking tot de gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van veroordeelde.

4. Het bestreden arrest houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel relevant, in:

"De verplichting tot betaling aan de Staat

Gelet op de ter terechtzitting naar voren gekomen persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde, in het bijzonder zijn draagkracht op dit moment, acht het hof gronden aanwezig om het door de veroordeelde te betalen bedrag lager vast te stellen dan het geschatte bedrag.

Het hof gaat er daar bij wel van uit dat redelijkerwijs te verwachten is dat de veroordeelde, gelet op zijn jonge leeftijd en het feit dat er geen stukken zijn overgelegd met betrekking tot de gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van veroordeelde en een mogelijke Wajonguitkering, in de toekomst in staat zal zijn om aan de verplichting tot betaling aan de Staat te voldoen.

Op grond daarvan zal het hof de verplichting tot betaling aan de Staat stellen op € 7.000,-."

5. Volgens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 5 maart 2009 is door de veroordeelde ter zitting overgelegd een stuk betreffende de conclusie van Berkens, arbeidsdeskundige.

6. Voornoemd stuk - hetwelk zich bij de op voet van art. 434 lid 1 Sv aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevindt - houdt in:

"(...)

5. CONCLUSIE

- Cliënt is arbeidsongeschikt voor de vrije arbeidsmarkt. Er zijn misschien mogelijkheden na begeleiding.

- Cliënt is per einde wachttijd op theoretische gronden voor 80 -100 % arbeidsongeschikt voor de WAJONG te beschouwen.

- Op grond van de ons te beschikking staande gegevens dient

Cliënt onder toepassing van art 50 Wajong beschouwd te worden als ware hij in: maart 2008: 65-80 %; april mei, juni en juli 2008 < 25%; augustus 2008: 35-45% en oktober <25% arbeidsongeschikt te beschouwen in de zin van de Wajong.

- Cliënt wordt verzocht per omgaande inkomens gegevens te verstrekken van december 2007 tot 23-03-2008 en over de periode na 02-11-2008 tot heden.

- Voor begeleiding naar mogelijkheden elders op de arbeidsmarkt wordt opdracht verstrekt voor het maken van een bemiddelingsplan.

6 Planning

Een advies conform de conclusies kan uitgaan en dossier kan verder administratief verwerkt worden.

Herbeoordeling op grond van te ontvangen loongegevens over de gevraagde periodes.

Dhr. H.J.M. Berkers register arbeidsdeskundige"

7. Het Hof heeft zijn oordeel dat redelijkerwijs te verwachten is dat de veroordeelde in de toekomst in staat zal zijn om te voldoen aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 7.000,-- mede doen steunen op de omstandigheid dat geen stukken zijn overgelegd met betrekking tot de gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van veroordeelde (en een mogelijke Wajong-uitkering). Dit oordeel is, gelet op het hiervoor onder 6 door de veroordeelde ter terechtzitting in hoger beroep aan het Hof overgelegde stuk, niet begrijpelijk.

8. Het middel slaagt.

9. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop het bestreden arrest zou dienen te worden vernietigd.

10. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest, doch uitsluitend voor wat betreft de beslissing ten aanzien van het door de veroordeelde aan de Staat te betalen bedrag, en in zoverre tot terugwijzing naar het Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, met verwerping van het beroep voor het overige.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG