Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2011:BO9824

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
15-03-2011
Datum publicatie
15-03-2011
Zaaknummer
09/01243
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2011:BO9824
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Betekening dagvaarding. De raadsman van de verdachte heeft hoger beroep ingesteld en aan deze raadsman is – als gemachtigde – aanstonds de dagvaarding in hoger beroep uitgereikt. Die uitreiking geldt ingevolge art. 408a in verbinding met het hier toepasselijke art. 450.4 Sv als betekening in persoon. De omstandigheid dat niet blijkt dat overeenkomstig art. 450.4, tweede volzin, Sv een afschrift van de dagvaarding als gewone brief over de post aan het door of namens de verdachte daartoe opgegeven adres is toegezonden, maakt dat niet anders. Deze verzending maakt geen deel uit van de betekening. Die betekening is met de uitreiking van de dagvaarding aan de gemachtigde voltooid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2011/133
RvdW 2011/402
NJB 2011, 744
NBSTRAF 2011/116
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 09/01243

Mr. Vellinga

Zitting: 14 december 2010

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Verdachte is door de enkelvoudige kamer van het Gerechtshof te Arnhem veroordeeld bij arrest van 3 februari 2009.

2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 09/01243 en 09/00902. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.

3. Namens verdachte heeft mr. J.B.A. Kalk, advocaat te Enschede, één middel van cassatie voorgesteld.

4. Het middel klaagt dat het Hof heeft verzuimd te onderzoeken of aan de verdachte, die ter terechtzitting in hoger beroep niet is verschenen, overeenkomstig het bepaalde in art. 450 lid 4 Sv een afschrift van de dagvaarding in hoger beroep is gezonden.

5. Het middel berust op de opvatting dat voor een geldige uitreiking van de dagvaarding in hoger beroep overeenkomstig het bepaalde in art. 450 Sv vereist is dat een afschrift van de dagvaarding in hoger beroep naar de verdachte is gezonden. Deze opvatting vindt geen steun in de wet. Uitreiking aan de gemachtigde advocaat geldt als uitreiking in persoon en is daarmee voltooid.(1) Voorts wijs ik op een met de tweede volzin van art. 450 lid 4 Sv overeenkomend voorschift in art. 588 lid 3, aanhef en onder c, Sv. Daar is het verzenden van een afschrift van de dagvaarding aan de verdachte voor een rechtsgeldige uitreiking niet vereist: HR 12 maart 2002, LJN AD5163, NJ 2002, 317, m. nt. Sch, rov. 3.15, derde volzin.

6. Het middel faalt.

7. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Vgl. HR 7 april 2009, LJN BH1339 (niet gepubliceerd) t.a.v. art. 450, tweede lid, (oud) Sv.