Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2011:BO8000

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
01-02-2011
Datum publicatie
01-02-2011
Zaaknummer
09/01883
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2011:BO8000
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Aftrek voorarrest, art. 27 Sr. De HR doet wat het Hof had behoren te doen en trekt alsnog de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2011/238

Conclusie

Nr. 09/01883

Mr. Silvis

Zitting 7 december 2010

Conclusie inzake:

[Verdachte](1)

1. Verdachte is bij arrest van 24 april 2009 door het gerechtshof te Arnhem wegens "medeplegen van zware mishandeling" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk. Voorts heeft het hof beslist op de vordering van de benadeelde partij op de wijze als weergegeven in het arrest.

2. Namens verdachte heeft mr. M.L. Plas, advocaat te Utrecht, één middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel klaagt terecht dat het hof in strijd met art. 27 Sr heeft nagelaten te bepalen dat de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht. Uit het dossier blijkt dat verdachte op 21 maart 2007 om 13:20 uur in verzekering is gesteld en op 22 maart 2007 om 18:00 uur is heengezonden. Het middel is dus gegrond. De Hoge Raad kan dat verzuim herstellen door te doen wat het hof had behoren te doen.(2)

4. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.

5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest voor zover daarbij is verzuimd ter zake van de in verzekering doorgebrachte tijd art. 27, eerste lid, Sr toe te passen. De Hoge Raad kan bevelen dat de tijd die door de verdachte in verzekering is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht. Voor het overige dient het beroep te worden verworpen.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Deze zaak hangt samen met de zaken 09/01884 en 09/03969 waarin ik heden eveneens concludeer.

2 Bijv. HR 29 juni 2010, LJN BM4428 en HR 20 januari 2009, LJN BG5563.