Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2011:BO5366

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
18-01-2011
Datum publicatie
18-01-2011
Zaaknummer
09/04890
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2011:BO5366
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Aanwezigheidsrecht. Gelet op het door de AG bij het Hof overgelegd formulier is ’s Hofs oordeel dat verdachte t.t.v. de behandeling van zijn zaak niet was gedetineerd onbegrijpelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2011/167
NJB 2011, 312
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 09/04890

Mr. Hofstee

Zitting: 16 november 2010

Conclusie inzake:

[Verdachte = verzoeker]

1. Verzoeker is bij arrest van 25 november 2009 door het gerechtshof te Amsterdam niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep.

2. Namens verzoeker heeft mr. P.J. Stronks, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel klaagt dat verzoeker ten onrechte niet ontvankelijk is verklaard in zijn hoger beroep. Uit de stukken wordt, volgens de steller van het middel, niet duidelijk op welke datum verzoeker in hoger beroep is gedagvaard, zodat niet kan worden gecontroleerd of verzoeker op dat moment was gedetineerd. Voorts klaagt het middel dat ten onrechte op 25 november 2009 is geconcludeerd dat hij twee dagen voor de terechtzitting en op de dag van de terechtzitting niet gedetineerd zat, met als gevolg dat verstek is verleend en verzoeker niet in gelegenheid is geweest zijn verdediging te voeren.

4. Het proces-verbaal van de terechtzitting van 25 november 2009 houdt onder meer het volgende in:

"De advocaat-generaal legt over een formulier waaruit blijkt dat achtereenvolgens bij het dagvaarden, 2 dagen voor de terechtzitting van heden en heden door middel van geautomatiseerde informatiesystemen (VIP) is gecontroleerd of verdachte in een Nederlandse penitentiaire inrichting verbleef, hetgeen niet het geval bleek te zijn."

5. Blijkens zich in het dossier bevindende stukken is aan verzoeker op 21 oktober 2009 de dagvaarding in hoger beroep uitgereikt, terwijl verzoeker uit anderen hoofde in het huis van bewaring gedetineerd was. Voorts bevindt zich bij deze stukken een formulier waaruit kan worden opgemaakt dat tijdens de controle in VIPS is gebleken dat verzoeker twee dagen voor de zitting en op de dag van de zitting wèl was gedetineerd. Derhalve is 's hofs oordeel dat verzoeker ten tijde van de zitting, alsmede twee dagen daarvóór, niet gedetineerd was, niet begrijpelijk en had het hof niet zonder meer verstek mogen verlenen.(1)

6. Het middel slaagt.

7. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.

8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing naar het hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Vgl. HR 12 maart 2002, LJN AD5163, NJ 2002, 317 (r.o. 3.33).