Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2011:BO4013

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
04-01-2011
Datum publicatie
04-01-2011
Zaaknummer
09/01057
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2011:BO4013
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Gegronde bewijsklacht. Het onder 1 en 2 bewezenverklaarde opzet kan niet uit de gebezigde bewijsmiddelen worden afgeleid. De bewezenverklaring is ontoereikend gemotiveerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2011/126
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 09/01057

Mr. Vellinga

Zitting: 9 november 2010

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage wegens 1 primair "Medeplegen van als ambtenaar opzettelijk geld dat hij in zijn bediening onder zich heeft verduisteren, meermalen gepleegd" en 2. "Medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een taakstraf, in de vorm van een werkstraf, voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis.

2. Namens verdachte heeft mr. H. Weisfelt, advocaat te 's-Gravenhage, één middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel klaagt dat het Hof heeft verzuimd in te gaan op een met betrekking tot het bewijs van het opzet gevoerd verweer, zodat de bewijsmiddelen de niet met de bewezenverklaring verenigbare mogelijkheid openlaten dat de verdachte niet het voor het bewijs van de bewezenverklaring vereiste opzet had, dan wel dat het Hof heeft verzuimd in te gaan op een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt in de zin van art. 359 lid 2 Sv.

4. Het Hof heeft ten laste van verdachte bewezenverklaard dat:

"1.

hij, in of omstreeks de periode van 1 mei 2003 tot en met 1 februari 2004, te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met anderen, onder andere [betrokkene 1] , die werkzaam is als ambtenaar bij de afdeling Incasso van de directie Informatie Beheer Subsidieregelingen , Directoraat-Generaal Wonen van het Ministerie van VROM, meermalen, als ambtenaar belast met enige openbare dienst, opzettelijk geld, dat hij in zijn bediening onder zich had, heeft verduisterd, en/of heeft toegelaten dat dat geld door één of meer van zijn verdachtes, mededader(s) werd verduisterd immers heeft /hebben verdachte en/of zijn mededader(s), toen en daar, meermalen telkens mutaties en/of aanpassingen en/of valse gegevens in het geautomatiseerde (huursubsidie) systeem van voornoemde afdeling aangebracht ten gevolge waarvan geldbedragen zijn overgeschreven en/of geboekt op rekeningen van personen die tot die geldbedragen niet gerechtigd waren; te weten:

- een bedrag van eur 2.009,34 gestort op rekeningnummer [001] op naam van [verdachte]

en

- een bedrag van eur 2.254,38 gestort op rekeningnummer [002] op naam van [betrokkene 2]

en

- een bedrag van eur 1.704,40 gestort op rekeningnummer [003] op naam van [betrokkene 3]

en

- een bedrag van eur 1.541,04 gestort op rekeningnummer [004] gestort op naam van [betrokkene 4] en/of [betrokkene 5]

en

- een bedrag van eur 1.726,18 gestort op rekeningnummer [005] op naam van [betrokkene 6]

en

- een bedrag van eur 1.301,44 gestort op rekeningnummer [006] op naam van [betrokkene 7]

en

- een bedrag van eur 1.890,90 gestort op rekeningnummer [007] op naam van [betrokkene 8]

en

- een bedrag van eur 2.341,51 gestort op rekeningnummer [008] op naam van [betrokkene 9]

en

- een bedrag van eur 1.459,36 gestort op rekeningnummer [009] op naam van [betrokkene 10]

art 359 Wetboek van Strafrecht

2.

hij, in de periode van 01 januari 2002 tot en met 01 maart 2004, te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen een of meer gegevens in het geautomatiseerde huursubsidiesysteem van het Ministerie van VROM - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst zulks telkens met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door een of meer anderen te doen gebruiken, immers hebben/heeft verdachte en/of zijn mededader(s), telkens valselijk,immers opzettelijk in strijd met de waarheid in het geautomatiseerde huursubsidiesysteem van het Ministerie van VROM één of meer wijzigingen aangebracht te weten een ander adres dan het adres van de oorspronkelijke rechthebbende en/of een ander bankrekeningnummer dan het bankrekeningnummer van de oorspronkelijke rechthebbende"

5. Deze bewezenverklaring berust op de volgende bewijsmiddelen:

"1. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 20 februari 2009 verklaard - zakelijk weergegeven -:

Ik ken [betrokkene 1]. Hij werkt bij het ministerie van VROM.

U vraagt mij waarom ik mijn eigen rekeningnummer ter beschikking heb gesteld aan [betrokkene 1]. [betrokkene 1] was geld schuldig aan zijn zwager. Hij vroeg mij of hij daarom geld mocht storten op mijn rekening, welk geld ik vervolgens moest doorstorten naar zijn zwager. Ik heb daar in toegestemd en het volledige bedrag doorgestort. Naderhand heb ik gezien dat het geld dat [betrokkene 1] op mijn rekening heeft gestort niet van zijn eigen rekening afkomstig was.

Ik heb het lijstje met de namen en rekeningnummers van mensen die subsidie wilden aan [betrokkene 1] gegeven. Het gaat daarbij om de namen die in de tenlastelegging worden genoemd.

2. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 17 januari 2005 van de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank te 's-Gravenhage. Dit proces verbaal houdt onder meer in als verklaring van de verdachte - zakelijk weergegeven - :

Ik word [verdachte] genoemd.

3. Het proces-verbaal van de VROM-IOD van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Mileubeheer te Den Haag, nr. 1120, documentcode AMB 0.07, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1]. Dit proces-verbaal houdt onder meer in als relaas van deze opsporingsambtenaar - zakelijk weergegeven -:

[betrokkene 1] is werkzaam bij de afdeling Incasso van de Directie Informatie Beheer Subsidieregelingen, Directoraat-Generaal Wonen van het Ministerie van VROM.

4. Het proces-verbaal van de VROM-IOD van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer te Den Haag, nr. 1120, documentcode Ver 2.3.0.1, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 2] en [verbalisant 3]. Dit proces-verbaal houdt onder meer in als de op 3 maart 2004 tegenover deze opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van de verdachte - zakelijk weergegeven -:

Het afschrift dat u mij toont van bankrekeningnummer [001], betalingsafschrift 13, herken ik als een afschrift van mijn rekening. Ik zie dat daar een storting aan [betrokkene 8] op staat ter grootte van € 2.009,34. Ik heb dit bedrag op die rekening gestort op verzoek van [betrokkene 1]. Ik zag dat de storting door [betrokkene 1] van het VROM kwam. Ik heb [betrokkene 1] over deze storting verder niet gevraagd.

5. Het proces-verbaal van de VROM-IOD van het Minsterie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer te Den Haag, nr. 1120, documentcode Ver 2.1.03, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 4] en [verbalisant 5]. Dit proces verbaal houdt onder meer in als de op 4 maart 2004 tegenover deze opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van [betrokkene 1] - zakelijk weergegeven -:

In mei 2003 ben ik teruggekomen bij VROM. Ik wist dat het mogelijk was om in het databestand huursubsidie betalingen te doen en ik besloot om geld te gaan wegsluizen. Omdat het geld eerder op de rekening komt dan dat men een afschrift ontvangt, zorgde ik ervoor dat ik kort na de storting van het geld bij de mensen kwam om het geld op te halen. Ik heb [betrokkene 11] benaderd en hij heeft gegevens verzameld die ik kon gebruiken voor mijn betalingen. Ik denk dat ik 25 of 30 betalingen via de gegevens van [betrokkene 11] heb gedaan. U vraagt mij naar [verdachte]. Ik heb [verdachte] in de laatste maanden van 2003 benaderd voor gegevens van rekeningnummers. Ik heb van hem een lijstje gekregen met ik geloof zes namen. De gegevens die op dat lijstje staan heb ik al gebruikt voor betalingen.

6. Het proces-verbaal van de VROM-IOD van het Minsterie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer te Den Haag, nr. 1120, documentcode Ver 2.1.04, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 4] en [verbalisant 5]. Dit proces verbaal houdt onder meer in als de op 4 maart 2004 tegenover deze opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van [betrokkene 1] - zakelijk weergegeven -:

Ik begrijp dat ik met mijn handelingen, waaronder ik versta het aanpassen van het datasysteem, huursubsidiegeld heb weggenomen van VROM. Ik kon deze systemen aanpassen als ambtenaar van VROM en uit hoofde van mijn functie. Ik heb het initiatief genomen om deze diefstal te plegen. Ik heb het initiatief genomen om mensen te benaderen om te zorgen dat ik gegevens kreeg waarmee ik deze diefstal kon plegen.

7. Het proces-verbaal van de VROM-IOD van het Minsterie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer te Den Haag, nr. 1120, documentcode Ver 2.1.08, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 4] en [verbalisant 5]. Dit proces verbaal houdt onder meer in als de op 8 maart 2004 tegenover deze opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van [betrokkene 1] - zakelijk weergegeven -:

Ik heb twee personen benaderd, te weten [verdachte] en [betrokkene 11] om voor mij nieuwe rekeninghouders te zoeken. Ik heb tegen zowel [betrokkene 11] als [verdachte] gezegd dat de rekeninghouder € 200,- mocht houden. Ik heb met [verdachte] afgesproken dat we fifty-fifty zouden doen. Dus als er € 1.200,- werd overgemaakt ging er € 200,- naar de rekeninghouder en kregen [verdachte] en ik dus ieder € 500,-.

8. Het proces-verbaal van de VROM-IOD van het Minsterie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer te Den Haag, nr. 1120, documentcode Ver 3.05, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 2] en [verbalisant 5]. Dit proces verbaal houdt onder meer in als de op 8 april 2004 tegenover deze opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van [betrokkene 4] - zakelijk weergegeven -:

[verdachte] had mij benaderd met een verzoek of ik een vriend van hem, ene [betrokkene 1], kon helpen. Ik moest dan mijn bankrekeningnummer geven waarop geld gestort kon worden. Er is een bedrag van 1500 euro op mijn rekening gestort. Ik heb toen een aantal keren gepind om het geld eraf te halen. [verdachte] is het geld komen ophalen in Nieuwegein.

9. Het proces-verbaal van de VROM-IOD van het Minsterie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer te Den Haag, nr. 1120, documentcode Ver 3.08, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren J.F.J.M. Overmars en [verbalisant 5]. Dit proces verbaal houdt onder meer in als de op 13 april 2004 tegenover deze opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van [betrokkene 3] - zakelijk weergegeven -:

Ik ben in oktober 2003 door [verdachte] benaderd met de vraag of ik hem kon helpen. Ik het gesprek is de naam [betrokkene 1] wel gevallen, maar voor mijn gevoel heb ik [verdachte] geholpen. Ik moest dan mijn bankrekening ter beschikking stellen waarop geld gestort kon worden. Ik heb zowel mijn banknummer als het postbanknummer van mijn zus doorgegeven aan [verdachte]. Ik kreeg een paar weken later van mijn zus een brief. Ik heb deze brief, die van VROM kwam, aan [verdachte] gegeven, [verdachte] heeft mij benaderd dat het geld binnen was. Ik ben toen samen met [verdachte] naar de bank gegaan en ik heb het bedrag van € 1.250,- gepind. Ik heb het hele bedrag aan [verdachte] gegeven. Mijn zus heeft ook geld gepind en aan [verdachte] gegeven.

10. Geschriften, zijnde bankafschriften op naam van [verdachte] (afschrift B. 4.3.085), [betrokkene 2] (afschrift B. 4.6.102), [betrokkene 3] (afschrift B. 4.6.105 en B. 4.6.106), [betrokkene 4] (afschrift B. 4.6.110), [betrokkene 6] (afschrift B. 4.6.113 & 114), [betrokkene 7] (afschrift B. 4.6.118), [betrokkene 8] (afschrift B. 4.6.122), [betrokkene 9] (afschrift B. 4.6.126) en [betrokkene 10] (afschrift B. 4.6.130), welke als bijlagen zijn gevoegd bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces verbaal, nummer 1120, van de VROM-IOD van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer te Den Haag en waarvan kopieën als bijlagen 1 tot en met 9 aan deze bewijsmiddelenbijlage is gehecht. De inhoud hiervan dient als hier ingelast te worden beschouwd.

11. Een geschrift, zijnde kladaantekeningen met namen en rekeningnummers, inbeslaggenomen d.d. 3 maart 2004 tijdens de doorzoeking van [a-straat 1] te Zoetermeer en waarvan een kopie als bijlage 10 aan deze bewijsmiddelenbijlage is gehecht. De inhoud hiervan dient als hier ingelast te worden beschouwd.

De geschriften zijn in samenhang met de overige bewijsmiddelen gebruikt."

6. Het middel heeft het oog op de volgende passage uit de pleitnota van verdachtes raadsman:

"Vrijspraak

Voor zowel het medeplegen als de medeplichtigheid is dubbele opzet vereist en daaraan heeft het verdachte ontbroken.

Cliënt heeft opzettelijk de gegevens van [betrokkene 4] aan [betrokkene 1] verschaft en hij heeft ook opzettelijk toegestaan dat [betrokkene 1] zijn bankrekening gebruikte om huursubsidie (eenmalig) op te laten storten.

Daarmee heeft hij echter nog niet de opzet gehad om geld van VROM of een ander staatsorgaan te verduisteren.

Cliënt verkeerde in de overtuiging dat [betrokkene 1] een manier gevonden had om, tegen betaling, voor anderen succesvol huursubsidie aan te vragen terwijl die anderen dachten daar geen recht op te hebben. Dat is geen verduistering. Om bewezen te verklaren dat cliënt schuldig is aan de deelname aan verduistering -in welke variant dan ook- moet bewezen zijn dat hij opzet had op de verduistering. Opzet op het toespelen van gegevens aan [betrokkene 1] zodat die op slimme -maar legale- wijze huursubsidie aan kon vragen is niet strafbaar.

Uit het feit dat cliënt direct geld vanuit VROM op zijn rekening over liet maken blijkt temeer dat hij zich niet bewust was van enig verwijtbaar handelen.

Voor enige betrokkenheid bij de aanpassingen in het systeem van VROM is geen enkele aanwijzing in het dossier terug te vinden. Cliënt heeft geen kennis van de werking van het systeem en heeft er nooit toegang tot gehad. Dat [betrokkene 1] bij machte was veranderingen aan te brengen was hem niet bekend. Laat staan dat hij hulp heeft verleend bij die handelingen."

7. Bij gebreke van enige nadere motivering volgt uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen niet dat de verdachte het voor de bewezenverklaarde feiten vereiste opzet had. Het Hof laat immers geheel in het midden hoe uit verdachtes gedragingen kan worden afgeleid dat hij opzet had op het plegen van verduistering in dienstbetrekking en valsheid in geschrift, en dat hij daartoe bewust heeft samengewerkt met [betrokkene 1]. In dit verband is niet zonder betekenis dat verdachte ter zake de bewezenverklaarde feiten geen uitvoeringshandelingen heeft verricht.(1) Een en ander betekent dat de bewijsmiddelen de mogelijkheid openlaten dat de verdachte, zoals zijn raadsman heeft betoogd, geen opzet had als bewezenverklaard.

8. De bewezenverklaring is dus niet voldoende met redenen omkleed.

9. Voorts kan het hiervoor aangehaalde betoog van verdachtes raadsman bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt in de zin van art. 359 lid 2 Sv. Het Hof heeft verzuimd te motiveren waarom het dit standpunt heeft gepasseerd. Gelet op het bepaalde in art. 359 lid 2 jo. lid 8 Sv heeft dit nietigheid tot gevolg.

10. Het middel slaagt.

11. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop het bestreden arrest zou dienen te worden vernietigd.

12. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing naar het Hof dan wel verwijzing naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Vgl. HR 19 januari 2010, LJN BK4816, NJ 2010, 72 en HR 9 maart 2010, LJN BJ7275, NJ 2010, 194, m.nt. P.A.M. Mevis.