Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2011:BM9103

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
01-02-2011
Datum publicatie
01-02-2011
Zaaknummer
08/03372 P
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2011:BM9103
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Profijtontneming. HR: art. 81 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Conclusie

Nr. 08/03372 P

Mr. Hofstee

Zitting: 15 juni 2010

Conclusie inzake:

[Verzoeker=betrokkene]

1. Het gerechtshof te Amsterdam heeft het door verzoeker wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 129.385,15, te vermeerderen met de gegenereerde rente over conservatoir inbeslaggenomen geldmiddelen van € 79.100,00 en met de rente uit de geldmiddelen van € 5.357,- en € 17.500,- door de verkoop van inbeslaggenomen auto's. Aan verzoeker is ter ontneming van dat voordeel de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een zelfde bedrag.

2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 08/03371 en 08/03372 P. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.

3. Namens verzoeker heeft mr. A.A. Franken, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.

4. Het middel faalt. In het bestreden arrest ligt als 's hofs oordeel besloten dat de rente die is opgebouwd op de conservatoir inbeslaggenomen geldmiddelen en op de geldmiddelen die zijn verkregen uit de verkoop van inbeslaggenomen auto's, niet wordt vergoed aan verzoeker nu die geldmiddelen gelet op de opgelegde betalingsverplichting niet worden teruggegeven aan verzoeker. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk.(1)

5. Ambtshalve merk ik het volgende op. Verzoeker heeft op 25 juli 2008 beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad zal naar alle waarschijnlijkheid uitspraak doen nadat sindsdien meer dan twee jaren zijn verstreken. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Nu echter in de met deze ontnemingszaak samenhangende strafzaak(2) de redelijke termijn in de cassatiefase eveneens naar alle waarschijnlijkheid zal worden overschreden, kan de compensatie, tot welke de overschrijding van de redelijke termijn moet leiden, worden toegepast in de hoofdzaak en kan in de onderhavige zaak worden volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden.(3)

6. Het middel kan worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering.

7. Andere gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 HR 12 november 2002, LJN ZE0001.

2 De onder punt 2 genoemde zaak die in cassatie aanhangig is onder nummer 08/03371.

3 HR 12 mei 2009, LJN BI3557.