Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2010:BN7733

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
16-11-2010
Datum publicatie
17-11-2010
Zaaknummer
09/01066
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2010:BN7733
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Het Hof heeft nagelaten de wettelijke voorschriften te vermelden waarop de strafoplegging berust. De HR herstelt ex art. 441 Sv dit verzuim.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2010/1392
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 09/01066

Mr. Knigge

Zitting: 14 september 2010

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Verdachte is door het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, wegens "medeplegen van schuldheling" veroordeeld tot een geldboete van € 350, --, subsidiair 7 dagen hechtenis.

2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 09/01067 en 09/01066. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.

3. Namens verdachte hebben mrs. B.P. de Boer en A.J. van der Velden, advocaten te Amsterdam, drie middelen van cassatie voorgesteld.

4. Het eerste middel bevat de klacht dat het Hof Arnhem zich ten onrechte bevoegd heeft verklaard van de zaak kennis te nemen, dan wel dat het Hof Amsterdam ten onrechte zitting heeft gehouden in Arnhem, aangezien - kort gezegd - de wettelijke basis voor de aanwijzing van Arnhem als nevenzittingsplaats ontbreekt.

5. Gelet op HR 7 juli 2009, LJN BI3413, NJ 2010, 44, m.nt. Borgers - dat is gewezen naar aanleiding van een middel dat in veel opzichten met het onderhavige overeenkomt - faalt het middel.

6. Het tweede middel klaagt, met een beroep op de uitspraak van het EHRM in de zaak Salduz(1), over het ontbreken van rechtsbijstand bij het politieverhoor.

7. Anders dan de steller van het middel meent, kan deze klacht niet met succes voor het eerst in cassatie worden gedaan (HR 30 juni 2009, LJN BH3084, NJ 2009, 351, m.nt. Schalken, rov. 3.2.). Daarom faalt het middel.

8. Het derde middel klaagt dat het Hof heeft verzuimd de toepasselijke wettelijke voorschriften te vermelden.

9. Deze klacht is terecht voorgedragen. Het arrest bevat wel een tekstblok met het kopje "Toepasselijke wettelijke voorschriften", maar op de plaats waar de wetsartikelen hadden moeten worden vermeld, is niets ingevuld. In de samenhangende zaak tegen de medeverdachte haalde het Hof de artt. 23, 24, 24c, 47 en 417bis Sr aan. De Hoge Raad kan de misslag op voet van art. 441 Sv herstellen en de zojuist genoemde wetsartikelen alsnog vermelden, met uitzondering van art. 24 Sr.(2)

10. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.

11. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend voor zover daarin niet de wettelijke voorschriften waarop de oplegging van de straf berust, zijn vermeld; tot vermelding van de artikelen 23, 24c, 47 en 417bis Sr als wettelijke voorschrift waarop de strafoplegging berust; en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 EHRM 27 november 2008, nr. 36391/02, NJ 2009, 214.

2 Vgl. HR 19 februari 1985, NJ 1985, 532.