Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2010:BN4306

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
12-10-2010
Datum publicatie
13-10-2010
Zaaknummer
09/00566
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2010:BN4306
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Ontvankelijkheid in h.b. Gesteld wordt dat namens verdachte binnen 14 dagen na het instellen van het h.b. een schriftuur houdende grieven a.b.i. art. 410 Sv is ingediend bij de Rb. De ter staving van deze stelling aan de cassatieschriftuur gehechte kopie van een formulier “Hoger Beroep” van de Rb, voorzien van een stempelafdruk inhoudende de inkomstdatum, bevindt zich niet bij de stukken van het geding. De stempelafdruk biedt echter voldoende grond voor het ernstig vermoeden dat het formulier wel ter griffie van de Rb is ontvangen doch vervolgens in het ongerede is geraakt. Op grond hiervan moet er in cassatie van worden uitgegaan dat wel een schriftuur is ingediend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2010/1237
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 09/00566

Mr. Knigge

Zitting: 6 juli 2010

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft verdachte bij een bij verstek gewezen arrest van 10 februari 2009 niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep.

2. Namens verdachte heeft mr. M.R. Mantz, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel keert zich tegen de niet-ontvankelijk verklaring. Het Hof heeft die beslissing mede gebaseerd op de vaststelling dat niet binnen 14 dagen na het instellen van hoger beroep op 29 april 2008 een schriftuur houdende grieven is ingediend. Aan de cassatieschriftuur is echter een kopie van een door een advocaat ingevuld formulier 'Hoger beroep' van de Rechtbank te 's-Gravenhage gehecht, dat als schriftuur moet worden opgevat(1) en dat blijkens het daarop geplaatste stempel op 8 mei 2008 bij de Centrale Balie van het Paleis van Justitie te 's-Gravenhage is 'ingekomen'. Gelet op de bovengenoemde vaststelling van het Hof en het feit dat het grievenformulier ontbreekt bij de stukken die de Hoge Raad heeft ontvangen, moet het er voor worden gehouden dat het formulier na indiening in het ongerede is geraakt. Dit brengt mee dat 's Hofs oordeel feitelijke grondslag mist. Het middel slaagt.

4. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.

5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing naar het Hof, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Zie HR 30 maart 2010, LJN BL3194, rov 2.5, in welke zaak het meer in het bijzonder ging over het ontbreken van de verklaring als bedoeld in art. 450 lid aanhef en onder a Sv op dit grievenformulier.