Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2010:BN0630

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
26-10-2010
Datum publicatie
26-10-2010
Zaaknummer
09/05107 H
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2010:BN0630
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Herziening. WAM-verklaring, art. 34.2.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2010/1312
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 09/05107 H

Mr. Vellinga

Zitting: 6 juli 2010

Conclusie inzake:

[Aanvrager]

1. Namens aanvrager heeft mr. T. van der Goot, advocaat te Leeuwarden, een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Kantonrechter te Leeuwarden d.d. 2 oktober 2008 ingediend. Bij dat vonnis is aanvrager wegens op 10 oktober 2007 "als degene aan wie het kenteken is opgegeven voor een motorrijtuig waarvoor een kentekenbewijs is afgegeven niet een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen sluiten en in stand houden" veroordeeld tot een geldboete van € 510,00, subsidiair 10 dagen hechtenis.

2. De aanvraag berust op de stelling dat de betreffende auto op de pleegdatum wel verzekerd was. Ter onderbouwing van deze stelling is bij de aanvraag een verklaring ex. art. 34 WAM gevoegd, afgegeven door ASR Verzekeringen d.d. 3 november 2009, inhoudende dat voor het motorrijtuig voorzien van het kenteken [AA-00-BB] op 10 oktober 2007 een verzekering van kracht was welke aan de op die datum door of krachtens de WAM gestelde eisen voldeed.

3. Voornoemde verklaring, tot stand gekomen en afgegeven nadat de Kantonrechter uitspraak had gedaan, doet, in aanmerking genomen dat uit de tenlastelegging blijkt dat het in deze zaak draaide om een motorrijtuig met kenteken [AA-00-BB], in ieder geval het ernstig vermoeden ontstaan dat de kantonrechter, ware zij daarmee bekend geweest, aanvrager zou hebben vrijgesproken van het hem tenlastegelegde.(1)

4. Gezien het voorgaande strekt deze conclusie ertoe dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, zoveel nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het gewijsde zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar een gerechtshof dat daarvan nog geen kennis heeft genomen, opdat de zaak zal worden behandeld en afgedaan op de wijze als in art. 467, eerste lid, Sv is voorzien.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Zie bijvoorbeeld: HR 25 september 2007, LJN BA7926.