Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2010:BM5547

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
25-05-2010
Datum publicatie
26-05-2010
Zaaknummer
09/02412 H
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2010:BM5547
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Herziening. Persoonsverwisseling. Afwijzing aanvrage.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2010, 690
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 09/02412 H

Mr. Hofstee

Zitting: 23 maart 2010

Conclusie inzake:

[Aanvrager]

1. Bij onherroepelijk geworden vonnis van de politierechter te 's-Gravenhage van 7 mei 2001 met parketnummer 09/092693-00, is de aanvrager wegens "poging tot oplichting" bij verstek veroordeeld tot een (onvoorwaardelijke) gevangenisstraf voor de duur van 4 weken.

2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 09/02412H en 09/02413H. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.

3. Namens de aanvrager heeft mr. P.J. Hoogendam, advocaat te 's-Gravenhage, een aanvrage tot herziening van de genoemde uitspraak ingediend.

4. De aanvrage berust op de stelling dat een ander dan de aanvrager indertijd de bewezenverklaarde feiten heeft begaan en gebruik heeft gemaakt van de persoonsgegevens van de aanvrager. Ter ondersteuning van deze stelling wordt verwezen naar verschillende, met documenten onderbouwde, feiten en omstandigheden.

5. In de aanvrage wordt het volgende aangevoerd. Bij de aanhouding ter zake van het onder 1 genoemde feit zou de broer van aanvrager, [betrokkene 1], de personalia van aanvrager hebben opgegeven.

6. Aanvrager heeft reeds eerder op dezelfde gronden een aanvrage tot herziening gedaan ten aanzien van de onherroepelijke veroordeling van 10 april 2002 met parketnummer 09/090388-02 wegens "medeplegen van poging tot oplichting". (1) Deze aanvrage is toen door de Hoge Raad afgewezen omdat uit de overgelegde stukken niet bleek dat [betrokkene 1] zich op 5 februari 2002 (ten tijde van de aanhouding terzake van het feit waarvoor voornoemde herziening werd aangevraagd) heeft bediend van de persoonsgegevens van de aanvrager. Bij de onderhavige aanvrage zijn deels dezelfde stukken ingebracht.

7. Voor zover voor de beoordeling van de aanvrage van belang, zijn overgelegd:

(i) een fotokopie van een (handgeschreven) verklaring van [betrokkene 1], geboren op 29 augustus 1975, van 21 januari 2002, in welke verklaring hij erkent dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de poging tot oplichting, waarvoor zijn broer onder parketnummer 09/092693-00 is veroordeeld. Tevens verklaart [betrokkene 1] in dat schrijven dat hij de persoonsgegevens van zijn broer, [aanvrager], heeft gebruikt toen hij met betrekking tot dit feit door de politie werd ondervraagd, en dat hij vaker gebruik heeft gemaakt van de persoonsgegevens van aanvrager, onder meer op 1 maart 1998 in Franeker, toen hij aldaar werd aangehouden in verband met diefstal;

(ii) een fotokopie van een aanvullend proces-verbaal van de politie Regio Friesland van 17 juli 1998, onder meer inhoudende een (zakelijk weergegeven) verklaring van [betrokkene 1] van 15 juli 1998 inhoudende dat hij bij zijn aanhouding op 1 maart 1998 ter zake van het onbevoegd ledigen van parkeermeters de naam van zijn broer, [aanvrager], had opgegeven;

(iii) een fotokopie van een proces-verbaal van bevindingen van de politie Haaglanden van 10 april 2009, onder meer inhoudende een (zakelijk weergegeven) verklaring van [betrokkene 1] van 23 maart 2009 inhoudende dat zijn broertje, [aanvrager], ten onrechte een celstraf van vijf weken uitzit, dat hij zichzelf voor zijn broertje had uitgegeven, dat hij het feit heeft begaan waarvoor zijn broertje in de gevangenis zit en dat hij zeker weet dat de celstraf welke zijn broertje uitzit een celstraf is welke hij uit moet zitten, omdat hij een valse naam had gebruikt;

(iv) een fotokopie van een brief d.d. 24 april 2009 van de Penitentiaire Inrichtingen Midden Holland, waaruit blijkt dat [aanvrager] in de periode van 12 maart 2009 tot en met 8 april 2009 in detentie heeft gezeten voor het feit met parketnummer 09/092693-00, en twee dagen (9 en 10 april 2009) ingesloten is geweest op een ander parketnummer;

(v) een fotokopie van het bewijs van ontslag d.d. 8 april 2009, waaruit blijkt dat [aanvrager] in de periode van 12 maart 2009 tot en met 8 april 2009 in detentie heeft gezeten voor het feit met parketnummer 09/092693-00.

8. Uit deze stukken blijkt het volgende. [Betrokkene 1] verklaart op 21 januari 2001 dat hij in de zaak met parketnummer 09/092693-00 is aangehouden en daarbij de persoonsgegevens van zijn broer, [aanvrager], heeft opgegeven. Deze verklaring wordt door [betrokkene 1] herhaald op 23 maart 2009 ten overstaan van een verbalisant van de politie Haaglanden, met de toevoeging dat zijn broertje, [aanvrager], op dat moment een straf uitzit, die hij zou moeten uitzitten, omdat hij tijdens zijn aanhouding de persoonsgegevens van zijn broertje zou hebben opgegeven. Uit de hiervoor onder (iv) genoemde brief d.d. 24 april 2009 van de Penitentiaire Inrichtingen Midden Holland en het hiervoor onder (v) aangehaalde bewijs van ontslag blijkt dat op het moment dat [betrokkene 1] zijn verklaring op 23 maart 2009 aflegde, [aanvrager] in detentie zat voor de zaak met parketnummer 09/092693-00, dat wil zeggen de zaak waarop deze aanvrage tot herziening betrekking heeft.

9. De aanvrage tot herziening is enkel gebaseerd op de verklaringen van [betrokkene 1] die, zo zal ik maar aannemen, de broer is van de aanvrager. Deze verklaringen zijn niet nader onderbouwd. Deze constatering is van betekenis voor de beoordeling van de aanvrage, nu de enkele verklaring van [betrokkene 1] dat hij zich heeft uitgegeven voor aanvrager, onvoldoende is om het ernstig vermoeden op te leveren dat de rechter aanvrager zou hebben vrijgesproken als hij van die omstandigheid op de hoogte was geweest.(2) Op grond daarvan stel ik mij op het standpunt dat de aanvrage ongegrond moet worden verklaard.

10. Deze conclusie strekt ertoe dat de aanvrage tot herziening zal worden afgewezen.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 HR 9 december 2008, LJN: BG6318

2 Vgl. HR 10 maart 2009, LJN: BH5281