Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2010:BM5128

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
18-06-2010
Datum publicatie
18-06-2010
Zaaknummer
10/00598
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2010:BM5128
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

WSNP. Tussentijdse beëindiging toepassing schuldsanering wegens o.m. het laten ontstaan van een nieuwe schuld en het niet-voldoen aan de afdrachtplicht door schuldenaar (art. 350 lid 3, aanhef en onder c, F.). (81 RO)

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2010/783
JWB 2010/245
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Reknr. 10/00598

mr J. Spier

Parket 12 april 2010

Conclusie inzake

[Verzoeker 1] en [verzoekster 2]

(hierna: [verzoeker] c.s.)

1. In zijn arrest van 9 februari 2010 heeft het Haagse Hof het vonnis van de Haagse Rechtbank van 10 december 2009 bekrachtigd. In dat vonnis is de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [verzoeker] c.s. beëindigd.

2. Blijkens een aantekening in het griffiedossier zou tegen dit arrest op 16 februari 2010 per fax cassatieberoep zijn ingesteld.

3. Het Hof baseert zijn oordeel op een aantal gronden. Deze kunnen 's Hofs oordeel ieder zelfstandig dragen. Nu in cassatie niet wordt bestreden dat [verzoeker] c.s. een nieuwe schuld hebben laten ontstaan, terwijl zij hebben nagelaten relevante inkomsten af te dragen (wat er, zo voeg ik toe, op wijst dat er geen noodzaak bestond om een nieuwe schuld te laten ontstaan) missen de klachten belang. Ten overvloede: (ook) uit het in appel in geding gebrachte verslag van de schuldhulpverlener van de gemeente Voorburg blijkt het gebrek aan medewerking van [verzoeker] c.s. De exegese in het cassatierekest op blz. 3 na "In deze valt op" is naast onbegrijpelijk niet ter zake dienend omdat een en ander bij de mondelinge behandeling ten Hove aan de orde is geweest zodat het Hof met deze stelling rekening kon houden.

4. De klachten die scharnieren om het beweerdelijk hebben voldaan aan de informatieplicht over sollicitaties en medische keuring zien eraan voorbij dat 's Hofs oordeel daarop uitdrukkelijk niet is gebaseerd (rov. 3.5).

Conclusie

Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,

Advocaat-Generaal