Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2010:BM4381

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
29-06-2010
Datum publicatie
29-06-2010
Zaaknummer
08/03749 B
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2010:BM4381
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Beklag. Derdenbeschermingsregeling ex art. 3:86.1 BW. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AD5966 m.b.t. de teruggave van ibs. goederen indien het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet. De Rb heeft het standpunt van de klager, inhoudende dat hij rechthebbende is omdat hij te goeder trouw en anders dan om niet de eigendom heeft verkregen, niet weerlegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2010/879
NJB 2010, 1483
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 08/03749 B

Mr. Vellinga

Zitting: 11 mei 2010

Conclusie inzake:

[Klager]

1. De Rechtbank heeft het beklag strekkende tot teruggave van een onder klager inbeslaggenomen auto ongegrond verklaard.

2. Namens verdachte heeft mr. E. Oversier, advocaat te Hoofddorp, één middel van cassatie voorgesteld.

3. In onderhavige zaak heeft zich het volgende voorgedaan. Blijkens de beschikking van de Rechtbank is op 13 februari 2007 onder klager een auto van het merk Volkswagen, type golf 1,9 TDI met kenteken [AA-00-BB] in beslag genomen. De officier van justitie heeft, zo blijkt uit de beschikking van de Rechtbank, bij brief van 16 maart 2007 het voornemen bekend gemaakt om het beslag op de auto op te heffen en de auto op grond van artikel 116, tweede lid Sv terug te geven aan [A] te [plaats]. Klager, die het niet eens is met dit voornemen, heeft zich op de voet van art. 116 lid 3 jo 552a lid 1 Sv over dit voornemen bij de Rechtbank beklaagd. De Rechtbank heeft het beklag ongegrond verklaard.

4. Uit namens mij ingewonnen informatie lijkt te volgen dat de auto na de beschikking van de Rechtbank is teruggegeven aan [A] te [plaats]. In beginsel is daarmee het beslag ingevolge art. 134 Sv beëindigd en zou klager daarom niet-ontvankelijk moeten worden verklaard.(1) De officier van justitie kan echter pas uitvoering geven aan zijn eerder bekend gemaakte voornemen tot teruggave aan een ander indien de beschikking op het beklag onherroepelijk is (HR 19 juni 2007, LJN BA0514). Dat is in onderhavige zaak niet het geval. Daarom acht ik het beklag ontvankelijk ook al zou de auto zijn teruggegeven aan [A]. Het beklag kan behandeld worden alsof de teruggave niet heeft plaatsgevonden.(2)

5. Dan kom ik nu toe aan de bespreking van het middel. Voor zover in de toelichting op het middel een beroep wordt gedaan op nieuwe feiten en omstandigheden, wordt miskend dat niet voor het eerst in cassatie een beroep kan worden gedaan op feiten, waarop tegenover de Rechtbank geen beroep is gedaan dan wel waarover de Rechtbank niets heeft vastgesteld.

6. Door te overwegen dat niet is komen vast te staan dat de eigendom van de auto door [C] is overgedragen aan [B] B.V. en daarmee geenszins vaststaat dat klager eigenaar van de auto is geworden, heeft de Rechtbank miskend dat art. 3:86 lid 1 BW de verkrijger te goeder trouw onder bezwarende titel beschermt tegen beschikkingsonbevoegdheid van de vervreemder.

7. In dit licht heeft de Rechtbank voorts ten onrechte in het midden gelaten of klager, zoals hij heeft gesteld, alle leasetermijnen had voldaan, zijn kooprecht had ingeroepen en er dus een geldige titel van levering was, en hij voor wat betreft de beschikkingsbevoegdheid van [B] B.V. te goeder trouw was.

8. De Rechtbank heeft daarom onvoldoende gemotiveerd waarom de onder klager inbeslaggenomen auto niet aan hem is teruggegeven.

9. Het middel slaagt.

10. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop de bestreden beschikking zou dienen te worden vernietigd.

11. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en terugwijzing naar het gerechtshof te Amsterdam teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Artikel 116, derde lid bepaalt (o.a.) dat het openbaar ministerie het voorwerp kan teruggeven aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt, indien het door degene bij wie het voorwerp in beslag is genomen ingediende beklag ongegrond is verklaard.

2 Zo HR 20 februari 2007, LJN AZ1656 voor een geval waarin de officier van justitie het bepaalde in art. 116 lid 3 Sv in het geheel niet had nageleefd alsmede R. Kuiper, 552a-beklag tegen 94(a)beslag, Strafblad 2008, p. 83-111, i.h.b. p. 92.