Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2010:BM4097

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
22-06-2010
Datum publicatie
22-06-2010
Zaaknummer
08/04855 P
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2010:BM4097
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

HR: 81 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. S 08/04855 P

Mr. Vegter

Zitting 20 april 2010

Conclusie inzake:

[betrokkene](1)

1. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft op 2 juni 2008 betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 3000,-- (drieduizend euro) ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

2. Namens betrokkene heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, beroep in cassatie ingesteld en een schriftuur ingezonden houdende één middel van cassatie.

3. Het middel klaagt er over dat het Hof mede heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep in de strafzaak, zodat het onderzoek ter terechtzitting en het bestreden arrest nietig zijn.

4. Ter terechtzitting in hoger beroep van 19 mei 2008 (de ontnemingszaak) is door betrokkene - voor zover daarnaar in de toelichting op het middel wordt verwezen - het volgende verklaard:

"Ik ben een aantal keren met [betrokkene 1] naar Thailand geweest. [Betrokkene 1] betaalde deze vakanties voor mij. Dit deed hij uit eigen beweging. De vliegreizen kostten hem zo'n € 700,-- per keer. Daarnaast betaalde hij ook nog het hotel en het eten voor mij. Eigenlijk betaalde hij alles. Ik verbleef steeds ongeveer een maand in Thailand. Gedurende de tenlastegelegde periode ben ik twee keer op kosten van [betrokkene 1] in Thailand geweest. Ik kreeg deze reizen van [betrokkene 1] als compensatie voor de werkzaamheden die ik voor hem verrichtte. [Betrokkene 1] ging dan mee. Dat was voor hem slechts gedeeltelijk vakantie; hij handelde in suikerbloempjes en lampjes, dus was daar ook voor werk.

(...)

Ik verrichte allerhande klusjes voor [betrokkene 1]. Ik hielp hem met de kerststukjes, ik nam de telefoon op in de massagesalon en ik heb twee keer een paar uurtjes in zijn hennepkwekerij geholpen met het knippen van hennepplanten toen hij onvoldoende knippers kon vinden. Ik heb de planten nooit water gegeven. Ik heb [betrokkene 1] ook niet geholpen met het opzetten van de hennepkwekerij, toe. Ik kwam achter het bestaan van de kwekerij, toen er balen aarde bij het pand werden bezorgd. Dit was ongeveer een jaar voor de ontdekking door de politie. Ik was dus in totaal een jaar op de hoogte van het bestaan van de hennepkwekerij.

De massagesalon was geen bordeel. Ik had een sleutel van de massagesalon. Ik had geen sleutel van andere ruimten; daar mocht ik van [betrokkene 1] niet komen.

(...)

[Betrokkene 1] zei tegen mij dat hij zo veel voor mij had gedaan, dat ik wel eens iets terug mocht doen. Hiermee doelde hij onder meer op de door hem gefinancierde reizen naar Thailand."

5. Het bestreden arrest bevat de navolgende motivering van de op te leggen maatregel:

"Het hof heeft bij berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel acht geslagen op de verklaring van de veroordeelde, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 16 april 2008, inhoudende dat zijn neef, voor wie hij in een periode van zeven maanden werkzaamheden verrichtte te n behoeve van diens hennepkwekerij, tot twee keer toe een reis naar Thailand - inclusief verblijf voor een maand - voor hem heeft betaald. Het hof is van oordeel dat deze reisjes aan de veroordeelde zijn aangeboden als beloning voor de door hem verrichte werkzaamheden in de kwekerij en derhalve gelden als wederrechtelijk verkregen voordeel uit baten van het in zijn strafzaak bewezenverklaarde feit. De stelling van de veroordeelde dat deze reizen hem zijn aangeboden als beloning voor andere werkzaamheden die hij eveneens voor zijn neef verrichtte verwerpt het hof, nu deze andere werkzaamheden door de veroordeelde onvoldoende aannemelijk zijn gemaakt."

6. Het Hof heeft in zijn motivering van de op te leggen maatregel verwezen naar de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep van 16 april 2008, erop neerkomende dat [betrokkene 1] tweemaal een reis naar Thailand voor verdachte heeft betaald in ruil voor allerhande werkzaamheden ten behoeve van de hennepkwekerij. Het proces-verbaal ter terechtzitting in hoger beroep van 16 april 2008 van de ontnemingszaak houdt echter alleen in dat de behandeling van de strafzaak tegen betrokkene wordt aangehouden, zodat de behandeling van de ontnemingszaak eveneens zal worden aangehouden. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 16 april 2008 in de strafzaak geeft echter wel een verklaring van de verdachte neer, inhoudende onder meer:

"[Betrokkene 1] heeft tevens een massagesalon gehad. Ik heb hem daarmee wel eens geholpen. Praktisch elke dag stond ik achter de bar en beantwoordde ik de telefoon. In ruil daarvoor kreeg ik, vanaf het moment dat ik voor hem in een massagesalon ben gaan werken in 2005, twee of drie keer per jaar een reisje naar Thailand van hem. (...)"

7. Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 19 mei 2008 (in de ontnemingszaak) maak ik op dat betrokkene aldaar een verklaring heeft afgelegd die grotendeels overeenkomt met de verklaring van betrokkene zoals opgenomen 's Hofs motivering van de opgelegde maatregel. In beide verklaringen wordt immers gesproken over de kosten en vorm van de reizen naar Thailand en de beloning voor verrichte werkzaamheden in de kwekerij. Daarentegen wordt in de verklaring afgelegd door verdachte ter terechtzitting in hoger beroep van 16 april 2008 (in de strafzaak) uitsluitend gesproken over de reis naar Thailand, maar niet over de kosten van die reis en al helemaal niet over de beloning voor verrichte werkzaamheden in de kwekerij. De verwijzing naar de verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 16 april in plaats van naar de verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 19 mei 2008 (in de ontnemingszaak) in het bestreden arrest berust dan ook op een kennelijke misslag. De Hoge Raad kan het arrest lezen met herstel van deze misslag. Daarmee ontvalt aan de klacht de feitelijke grondslag.

8. Indien Uw Raad inderdaad het arrest leest met herstel van de hiervoren besproken misslag, wordt in de toelichting onder 1.7 voorts geklaagd dat het Hof het ter terechtzitting in hoger beroep van 19 mei 2008 (in de ontnemingszaak) gevoerde verweer in feite heeft gedenatureerd. Het Hof zou het verweer zo opgevat hebben dat slechts betoogd is dat het voordeel in de vorm van reizen naar Thailand slechts een beloning vormde voor andere werkzaamheden dan het knippen van hennepplanten, terwijl betoogd is dat het een beloning was voor zowel het knippen van hennepplanten als andere werkzaamheden.

Inderdaad is het Hof bij de verwerping van het verweer uitgegaan van de stelling van de veroordeelde dat de reizen hem zijn aangeboden als beloning voor andere werkzaamheden. Daarmee heeft het Hof het standpunt van de veroordeelde te ongenuanceerd weergegeven. Tot cassatie behoeft dat echter niet te leiden. Het Hof heeft in zijn motivering van de op te leggen maatregel overwogen dat door de veroordeelde onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat betrokkene de reizen heeft gekregen als beloning voor andere werkzaamheden die hij eveneens voor zijn neef verrichtte. Dat betekent dus dat het Hof meent dat het voordeel geheel uit het knippen voortvloeit. Dat het verweer tevens inhield dat het voordeel voor een deel uit het knippen voortvloeide maakt dat niet anders.

9. Het voorgestelde middel faalt en kan worden afgedaan met de aan artikel 81 RO ontleende formulering. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van het bestreden arrest behoort te leiden.

10. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Deze zaak hangt samen met de hoofdzaak betreffende betrokkene [betrokkene] met zaaknummer 08/02655 waarin ik vandaag eveneens concludeer.