Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2010:BM0276

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
01-06-2010
Datum publicatie
02-06-2010
Zaaknummer
08/04150
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2010:BM0276
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

De schriftuur bevat geen middelen als in de wet bedoeld. Verdachte niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2010, 731
NJB 2010, 1291
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 08/04150

Mr. Machielse

Zitting 30 maart 2010

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch bij arrest van 10 april 2008 wegens "overtreding van artikel 9, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994" veroordeeld tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van twintig uren.

2. Mr. J. Kral, advocaat te Berlicum, heeft beroep in cassatie ingesteld. Mr. P.M.J. Graus, advocaat te Heerlen, heeft een schriftuur ingediend, houdende een middel van cassatie.

3.1 Hoewel in de cassatieschriftuur wordt gesproken over "(gezamenlijke) cassatiemiddelen" ontwaar ik in de puntsgewijze toelichting, bij een welwillende lezing daarvan, één klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen.(1)

3.2 Het middel klaagt dat het Hof onvoldoende gemotiveerd voorbij is gegaan aan het gevoerde verweer dat verdachte niet kon weten dat er een ontzegging van de rijbevoegdheid gold ten tijde van het bewezenverklaarde feit.

3.3 Ten laste van verdachte is bewezenverklaard dat:

"hij op 14 maart 2006, in de gemeente Kerkrade, terwijl hij redelijkerwijs moest weten dat hem bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, de Bleijerheidestraat, een motorrijtuig, (bedrijfsauto), heeft bestuurd"

3.4 Het Hof heeft de volgende bewijsmiddelen gebezigd:

"1 Een proces-verbaal van regiopolitie Limburg-Zuid, proces-verbaalnummer 14.03.2006.0830.0061. zaaknr. 1019873, d.d. 3 mei 2006 in de wettelijke vorm opgemaakt door [verbalisant 1], hoofdagent van politie, voor zover inhoudende als relaas van bevindingen en verrichtingen van de desbetreffende verbalisant -zakelijk weergegeven-:

Ik, verbalisant, zag/constateerde dat een persoon als bestuurder van een motorrijtuig, daarmee heeft gereden.

Overtredingsgegevens

Datum : 14 maart 2006

Plaats : Kerkrade

Locatie : Bleijerheiderstraat

Voertuig : Bedrijfsauto

Verdachte werd staande gehouden en verstrekte mij de volgende persoonsgegevens:

Naam : [achternaam verdachte]

Voornamen : [voornaam verdachte]

Geb. datum : [geboortedatum]-1946

2. Een kennisgeving ingang ontzegging rijbevoegdheid, d.d. 13 november 2004, met bijsluiter, parketnummer 03/100304-04, voor zover inhoudende -zakelijk weergegeven-:

Arrondissementsparket te Maastricht

postbus 1987 postcode 6201 BZ

KENNISGEVING INGANG ONTZEGGING RIJBEVOEGDHEID

Sector : 30

Parketnummer : 03/100304-04

Volgnummer 0010

De officier van Justitie in het arrondissement Maastricht geeft kennis aan

naam: [achternaam verdachte]

voornamen: [voornaam verdachte]

geboren op: [geboortedatum] 1946 te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats]

adres: [a-straat 1]

dat hem bij onherroepelijk geworden vonnis van de politierechter in het arrondissement Maastricht van 10 september 2004

-onder meer- de bevoegdheid is ontzegd om motorrijtuigen -waaronder begrepen alle bromfietsen te besturen voor de duur van 10 maanden:

dat voormelde ontzegging zal ingaan op de 21e dag na betekening van dit schrijven om 00.00 uur

Dat hij, veroordeelde, krachtens de wet, verplicht is het (de) aan hem afgegeven rijbewijs (rijbewijzen), -voor zover dit/deze op het tijdstip van de ingang van de ontzegging niet reeds is/zijn ingevorderd en niet is/zijn teruggegeven uiterlijk op genoemd tijdstip te hebben ingeleverd op mijn arrondissementsparket.

Verwijst veroordeelde voorts naar de mededeling op de bijsluiter.

Maastricht 13 november 2004

De officier van justitie.

Het arrondissementsparket te Maastricht

is gevestigd: Sint Annadal 1 te Maastricht

Arrondissementsparket te Maastricht

Postbus 1987 6201 BZ

Sector 30

Parketnummer : 03/100304-04

Volgnummer : 0010

ONTZEGGING RIJBEVOEGDHEID

BIJSLUITER:

Algemeen:

De rechter heeft u de bevoegdheid ontzegd motorrijtuigen te besturen voor de in de kennisgeving vermelde duur.

Dat betekent dat het u gedurende de door de rechter bepaalde termijn is verboden op de weg voertuigen te besturen, die zijn uitgerust met een verbrandingsmotor of elektromotor. Daartoe behoren niet alleen auto's en motoren, maar ook bromfietsen en zogenoemde snorfietsen.

Ingang en duur van de ontzegging:

De ontzegging zal ingaan op de dag en het tijdstip als in de kennisgeving aangegeven, tenzij u bij een andere rechterlijke uitspraak ook reeds de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen is ontzegd en de duur daarvan op het moment waarop deze ontzegging zou ingaan, nog niet is verstreken In dat geval zal deze ontzegging aansluitend ingaan op het tijdstip waarop de andere ontzegging is verstreken.

De termijn van de ontzegging wordt verder verlengd met de tijd dat u gedurende de duur van de ontzegging -eventueel- rechtens de vrijheid is ontnomen.

Verplichting tot inlevering van het rijbewijs en de gevolgen van het niet tijdig inleveren.

Beschikt u (nog) over een rijbewijs, dan bent u verplicht dit uiterlijk op het tijdstip van ingang van de ontzegging te hebben ingeleverd op mijn parket, waarvan het adres in dit schrijven is vermeld. Dit betekent in de praktijk inlevering van het rijbewijs tijdens kantooruren op werkdagen van 09.00 tot 16.00 uur, uiterlijk op de laatste werkdag voor het tijdstip van ingang van de ontzegging. De verplichting om het rijbewijs in te leveren bestaat ook indien u daar, bijvoorbeeld ten gevolge van verlies, niet (meer) over beschikt. Indien dit het geval is, dient u hierover zo spoedig mogelijk contact op te nemen met mijn parket.

Voldoet u niet aan vorenstaande verplichting dan gaat de ontzegging niettemin toch in, doch wordt de duur hiervan van rechtswege verlengd met het aantal dagen dat is verstreken tussen het tijdstip waarop het rijbewijs door u had moeten zijn ingeleverd en het tijdstip daarna waarop dit alsnog heeft

plaatsgevonden.

Teruggave van het rijbewijs:

Het rijbewijs zal aan u worden teruggeven zodra de duur van de ontzegging is verstreken.

Het rijbewijs kan dan in ontvangst worden genomen op mijn parket.

Teruggave zal echter niet plaatsvinden indien u inmiddels bij - onherroepelijk geworden - vonnis opnieuw de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen is ontzegd.

3. Een akte van uitreiking (IP) aan verdachte, d.d. 29 november 2004, opgemaakt door [verbalisant 2], hoofdagent van politie, behorende bij de kennisgeving genoemd onder 2, voorzien van een handtekening van verdachte.

4. Een uitdraai van het CBR uit het ROMA systeem, d.d. 21 december 2004, voor zover inhoudende -zakelijk weergegeven-:

Naam : [verdachte]

Geboren : [geboortedatum] 1946 te [geboorteplaats]

Parketnummer: 100304-04

Dt. Onherroepelijk Ontzeggingstermijn

>25 september 2004 10 MND

Datum ontzegging : 07 nov 2005

Datum einde ontzegging : 03 sep 2006

4.(2) De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep, voor zover inhoudende -zakelijk weergegeven-:

Ik heb auto gereden in 2006.

Ik ken [verbalisant 2]. Hij is bij mij aan de deur geweest. Ik heb iets ondertekend. Ik weet nu niet meer wat dat was, maar op het moment dat ik tekende wist ik het wel."

3.5 Het Hof heeft omtrent het bewijs nog overwogen:

"De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Van de zijde van de verdachte is aangevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde, nu hij niet wist of redelijkerwijs moest weten dat hem de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd. Immers, aldus de raadsman, de aan hem betekende rijontzegging volgde op een voorgaande ontzegging en door alle omstandigheden, onder andere het moeten inleveren en niet meer terugkrijgen van zijn rijbewijs en voorts een aantal lopende zaken betreffende verkeersfeiten, kon verdachte ten tijde van het ten laste gelegde niet overzien dat hij reed terwijl hem een ontzegging van de rijbevoegdheid was opgelegd.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Aan verdachte is op 29 november 2004 een kennisgeving van de ontzegging van de rijbevoegdheid, met hierin de datum van aanvang en de duur van de rijontzegging, in persoon betekend. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft verdachte verklaard dat hij inderdaad de akte van uitreiking van deze kennisgeving voor ontvangst heeft ondertekend. Gelet hierop is het hof van oordeel - mede gelet ook op de bij de kennisgeving verstrekte schriftelijke toelichting - dat verdachte redelijkerwijs moest weten dat aan hem een rijontzegging was opgelegd, welke liep ten tijde van het ten laste gelegde feit. Het verweer wordt mitsdien verworpen."

3.6 Ter terechtzitting in hoger beroep op 1 november 2007 heeft de raadsman namens verdachte aangevoerd:

"In een eerdere zaak van mijn cliënt heeft het hof een en ander uitgezocht met betrekking tot de ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen die aan mijn cliënt zou zijn opgelegd. Uit dat onderzoek bleek niet dat die ontzegging ooit rechtsgeldig is betekend, weshalve mijn cliënt in die zaak bij uitspraak van 11 september 2007 (parketnummer 20-002302-06) is vrijgesproken. In de tussentijd is er niets veranderd.

3.7 Ter terechtzitting in hoger beroep op 27 maart 2008 heeft de raadsman namens verdachte aangevoerd:

"De ontzegging is wel aan mijn cliënt betekend, zodat een strafbaar feit is gepleegd. Maar is mijn cliënt ook strafbaar? Het betrof de betekening van een oude zaak, in navolging van een andere zaak. Het is erg lastig vast te stellen tot wanneer de ontzegging gold. Mijn cliënt heeft een hele tijd niet gereden in verband met een ontzegging. Mijns inziens heeft mijn cliënt, gelet op alle omstandigheden, niet kunnen overzien dat hij reed tijdens een ontzegging."

3.8 Uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen volgt dat op 29 november 2004 aan verdachte een kennisgeving van de ontzegging van de rijbevoegdheid is betekend (bewijsmiddel 2 en 3); dat deze ontzegging op 7 november 2005 is ingegaan en tot 3 september 2006 liep (bewijsmiddel 4, uitdraai CBR) en dat verdachte voor het einde van deze periode een auto heeft bestuurd (bewijsmiddel 1).

3.9 In de kennisgeving is aangegeven dat de ontzegging zal ingaan op de 21e dag na de betekening van het schrijven.(3) De bijsluiter maakt hierop een uitzondering ingeval de geadresseerde bij een andere rechterlijke uitspraak ook reeds de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen is ontzegd en de duur daarvan op het moment waarop deze ontzegging zou ingaan, nog niet is verstreken. In dat geval zal de ontzegging aansluitend op het tijdstip waarop de andere ontzegging is verstreken ingaan. Gezien de ingangsdatum van de ontzegging die ruim elf maanden na de betekening ligt, geeft het arrest het beeld dat sprake zal van de uitzonderingssituatie en dat er dus op de 21e dag na de betekening - op 20 december 2004 - al een ontzegging liep.(4)

Het Hof heeft voor de wetenschap van de ontzegging die zoals gezegd pas in november 2005 inging van belang geacht dat de kennisgeving in persoon is betekend in november 2004. Zonder daarbij vast te stellen dat verdachte ook op de hoogte was van de eerdere ontzegging, die ten tijde van de betekening op 29 november 2004 en 21 dagen erna nog niet was verstreken, is het niet begrijpelijk waarom het Hof van oordeel is dat verdachte door de betekening van de kennisgeving in november 2004 ervan op de hoogte was dat hij vanaf 7 november 2005 gedurende 10 maanden geen motorrijtuig mocht besturen.

Weliswaar heeft het Hof overwogen dat de raadsman heeft aangevoerd dat de aan verdachte betekende rijontzegging volgde op een voorgaande ontzegging, maar daarmee staat nog niet vast dat verdachte wist wanneer deze ontzegging zou aflopen en de daarop volgende zou ingaan. Door te overwegen zoals het Hof heeft gedaan, heeft het Hof, mede in aanmerking genomen hetgeen de advocaat van verdachte op 1 november 2007 aan het Hof heeft voorgehouden, niet voldoende gemotiveerd waarom verdachte redelijkerwijs moest weten dat op 14 maart 2006 een rijontzegging gold.

Het middel slaagt.

4. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

1 De kritiek die in de schriftuur wordt geuit op de werkwijze van het OM omtrent het (ontbreken van het) rijbewijs van verdachte vat ik niet op als klacht gericht tegen het arrest, omdat verdachte van het tenlastegelegde rijden zonder geldig rijbewijs is vrijgesproken.

2 Het Hof heeft 2 bewijsmiddelen van het nummer 4 voorzien. Ik zal telkens als ik verwijs naar bewijsmiddel 4 duidelijk maken om welk van de twee het gaat.

3 Zie voor de datum van ingang van de ontzegging Handboek Strafzaken 56.3.3 (Vegter).

4 Dat er op die datum een ontzegging liep, maak ik ook op uit het Uittreksel Justitiële Documentatie waaruit blijkt dat verdachte op 5 december 2002 door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch is veroordeeld tot onder meer een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van twaalf maanden (het hiertegen ingestelde cassatieberoep is bij arrest van 9 maart 2004 verworpen; nr. 01168/03) en op 12 februari 2003 door de politierechter Maastricht tot eveneens een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van twaalf maanden.

Op de uitdraai van het CBR uit het ROMA systeem, die door het Hof als bewijsmiddel 4 is gebezigd, staat achter "Datum ontzegging: 07 nov 2005" handgeschreven "ingang aansluitend op eerdere OBM 030634/01". Dit parketnummer hoort volgens het Uittreksel Justitiële Documentatie bij de veroordeling van 12 februari 2003.