Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2010:BL6229

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
23-04-2010
Datum publicatie
23-04-2010
Zaaknummer
09/01627
Formele relaties
Arrest gerechtshof: ECLI:NL:GHLEE:2008:BG5495
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2010:BL6229
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Verbintenissenrecht. Koopovereenkomst. Ontbinding? Aanvullen feiten? (art. 81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2010, 582
JWB 2010/273
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Zaaknummer: 09/01627

mr. Wuisman

Rolzitting: 26 februari 2010

CONCLUSIE inzake:

[Eiser],

eiser tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen

tegen

[Verweerder],

verweerder in cassatie,

niet verschenen.

1. Inleiding

1.1 Eind 2004 dan wel begin 2005 heeft verweerder in cassatie (hierna: [verweerder]), verzamelaar van oldtimers en tevens garagehouder, van eiser tot cassatie (hierna: [eiser]) op basis van twee foto's op een CD-Rom en enige informatie van [eiser] voor een koopprijs van € 1.500,- een mercedes 300 SD van het bouwjaar 1980 gekocht, die zich op dat moment nog in de VS bevond. [Verweerder] heeft een aanbetaling van € 1.000,- gedaan.

1.2 In maart 2005 is de mercedes per schip in Amsterdam aangekomen. [Verweerder] heeft de auto opgehaald met een trailer en naar zijn garagebedrijf vervoerd. Bij inspectie van de auto bleek deze, in zijn ogen, niet meer dan een wrak te zijn.

1.3 In een in september 2005 bij de rechtbank Leeuwarden gestarte procedure vordert [verweerder] voor recht te verklaren dat de koopovereenkomst per 25 maart 2005 is ontbonden en verder onder meer nog om [eiser] te veroordelen tot terugbetaling van de aanbetaling en tot vergoeding van de door [verweerder] betaalde inklaringskosten ad € 443,29 en van de kosten van transport van de auto in Nederland ad € 50,-. Aan deze vorderingen legt hij ten grondslag dat [eiser] door een auto te leveren die niet voldeed aan wat [verweerder] mocht verwachten, toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van zijn leveringsplicht uit de koopovereenkomst.

1.4 [Eiser] bestrijdt dat hij in de nakoming van zijn leveringsplicht is tekortgeschoten en de koopovereenkomst voor ontbinding in aanmerking komt. Hij vordert in reconventie een veroordeling van [verweerder] tot betaling van de verschepingskosten (€ 974) en tot vergoeding van incassokosten (€150,-).

1.5 Bij vonnis d.d. 24 november 2006 stelt de rechtbank [eiser] in het gelijk, maar bij arrest d.d. 18 november 2008 komt het hof Leeuwarden na een comparitie van partijen op 29 mei 2007 en pleidooien op 11 september 2008, bij welke gelegenheid nog de hierboven in 1.1 genoemde twee foto's van de mercedes zijn getoond, tot een tegengestelde beslissing. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst alsnog de hierboven genoemde vorderingen van [verweerder] toe. Daartoe overweegt het hof in rov. 13 onder meer: "De op de foto's waarneembare schades zijn - mede gelet op de door [verweerder] gegeven mondelinge toelichting daarop - naar het oordeel van het hof zo ernstig dat zij de auto, zoals [verweerder] stelt, geheel waardeloos maken, in die zin dat restaureren economisch onverantwoord is. De facto is sprake van een sloopauto. Dit hoefde [verweerder], ook zonder nader onderzoek, in beginsel niet te verwachten. ...... Nu ... voorts gesteld noch gebleken is dat [eiser] aan [verweerder] heeft meegedeeld dat hij (zoals hij zelf beweert) de auto niet zelf had gezien, mocht [verweerder] erop vertrouwen dat [eiser] de auto had gezien en dat de auto geen wrak was, aangezien de hem al jaren bekende [eiser] hem dit anders wel zou hebben verteld. "

1.6 [Eiser], die tijdig in cassatie is gekomen, bestrijdt het arrest van het hof met twee cassatiemiddelen.

2 Bespreking van de cassatiemiddelen

2.1 In cassatiemiddel I, onder 1.1. t/m 1.7, komt de klacht voor dat het hof ten onrechte acht slaat op de twee tijdens de pleidooien getoonde foto's en de door [verweerder] op die foto's gegeven toelichting, nu het hof in rov. 3 te kennen heeft gegeven geen kennis te hebben genomen van foto's die zijn gedeponeerd nadat na afloop van de pleidooien was gefourneerd en arrest was bepaald. Onder 1.2 wordt aangenomen dat het hof hier doelt op de twee door [verweerder] bij pleidooi getoonde foto's. Dat deze aanname correct is, blijkt nergens uit. Dit betekent dat de klacht feitelijke grondslag mist. Overigens, heeft het hof dat wat het bij gelegenheid van de pleidooien zelf heeft waargenomen, mogen laten meewegen bij het beoordelen en beslechten van het geschil.

2.2 In cassatiemiddel I, onder 1.8, wordt erover geklaagd dat het hof ten onrechte als vaststaand aanneemt dat [eiser] aan [verweerder] een CD-Rom met twee foto's van de mercedes heeft overhandigd. Het hof heeft immers tijdens het pleidooi na daartoe strekkend bezwaar van de zijde van de raadsman van [eiser] besloten om geen acht te slaan op bijlagen, die gevoegd waren bij de pleitnota van de raadsman van [verweerder]. Ook deze klacht mist feitelijke grondslag. Tot genoemde bijlagen behoort niet de CD-Rom. Zie in dit verband Pleitaantekening van mr. Riemersma, sub 6, vijfde regel, de aan dit processtuk gehechte bijlagen en blz. 2 van het proces-verbaal van de zitting.

2.3 In cassatiemiddel II wordt voornamelijk geklaagd over verboden aanvulling door het hof van de feiten en/of van de verweermiddelen van [verweerder].

2.4 Een dergelijke klacht komt voor onder 2.3 van het cassatiemiddel, waar bezwaar wordt gemaakt tegen de kwalificatie door het hof van de mercedes als een 'sloopauto'. Die kwalificatie is niet te zien als een verboden aanvulling van feiten. Zij vindt voldoende grondslag in de bij pleidooi getoonde foto's van de mercedes, in de door [verweerder] op die foto's gegeven toelichting en in de duiding van [verweerder] van die auto als 'wrak'.

2.5 Onder 2.5 van cassatiemiddel II wordt uit het oog verloren dat de betwisting ten processe dat [eiser] de auto zelf in Amerika heeft gezien, niet tevens inhoudt een betwisting dat [verweerder] bij het sluiten van de overeenkomst heeft mogen veronderstellen dat [eiser] de auto heeft gezien en de auto geen wrak zou zijn. Het gaat hier om twee verschillende feiten.

2.6 Dat het hof in rov. 13 het feit dat [verweerder] bij het sluiten van de overeenkomst erop heeft mogen vertrouwen dat [eiser] de auto heeft gezien en dat de auto geen wrak zou zijn, mede hierop baseert dat de hem al jaren bekende [eiser] dit anders wel zou hebben verteld, vormt, anders dan onder 2.6 van cassatiemiddel II wordt betoogd, geen verboden aanvulling van feiten en/of verweermiddelen van [verweerder]. Met de passage 'aangezien de hem al jaren bekende [eiser] hem dit anders wel zou hebben verteld', verklaart het hof nader waarom [verweerder] erop vertrouwde dat [eiser] de mercedes zelf had gezien en dat deze auto geen wrak was. Vanwege het feit dat zij elkaar al jaren kenden - volgens [eiser] zelf sedert de lagere school -, meende [verweerder] erop te kunnen rekenen dat [eiser] hem belangrijke zaken als dat hij de auto niet zelf had gezien of dat de auto een wrak was, wel zou hebben verteld. Men kan het ook anders zeggen. Mede omdat hij [eiser] al jaren kende, vertrouwde [verweerder] erop dat, nu [eiser] niet had verteld dat hij de auto niet had gezien of dat de auto een wrak was, het tegendeel het geval was. Op zijn in [eiser] gestelde vertrouwen uit hoofde van de jarenlange relatie heeft [verweerder] zich nadrukkelijk beroepen. Hij heeft in appel in § 4.1 van zijn memorie van grieven gesteld dat hij [eiser] al jaren kende en dat hij om die reden geen reden had te twijfelen aan wat [eiser] hem over de mercedes vertelde. Dat was niet dat de mercedes een wrak was. In § 8.2 van de memorie van grieven heeft [verweerder] aangevoerd dat, indien [eiser] de mercedes niet heeft gezien, hij dan de indruk heeft gewekt de auto wel te hebben gezien en dat [verweerder] hierop mocht afgaan. Ook bij dit laatste speelt weer mee het feit dat partijen elkaar al jaren kenden.

2.7 Aan de klachten in 2.7 van cassatiemiddel II komt geen zelfstandige betekenis toe. Zij bouwen op de eerdere klachten in cassatiemiddel II voort en treffen derhalve ook geen doel.

3 Conclusie

De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden