Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2010:BL0589

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
19-03-2010
Datum publicatie
19-03-2010
Zaaknummer
09/04060
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2010:BL0589
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Familierecht. Ondertoezichtstelling van een minderjarige; niet-ontvankelijk cassatieberoep wegens verstrijken geldigheid van de rechterlijke beschikking met betrekking tot de ondertoezichtstelling.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 798
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2010, 440
JWB 2010/112
Verrijkte uitspraak

Conclusie

09/04060

Mr. E.B. Rank-Berenschot

Parket, 25 januari 2010

CONCLUSIE inzake:

[De vader],

verzoeker tot cassatie,

adv. mr. J. Groen,

tegen

Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant,

verweerster in cassatie,

niet verschenen.

1. Het gaat in deze zaak om een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van de minderjarige [de zoon], geboren op [geboortedatum] 1992 (hierna: [de zoon]), zoon van verzoeker tot cassatie, hierna: de vader. De ouders van [de zoon] zijn gescheiden. [De zoon] staat sinds 31 december 2001 onder toezicht van verweerster in cassatie, hierna: het Bureau Jeugdzorg. De moeder heeft sedert 2004 het eenhoofdig gezag.

2. Bij beschikking van 22 december 2008 heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch op verzoek van het Bureau Jeugdzorg de termijn van ondertoezichtstelling van [de zoon] met ingang van 30 december 2008 voor de duur van één jaar verlengd. De rechtbank heeft de vader in deze beschikking niet als belanghebbende aangemerkt.

3. De vader is van deze beschikking is in hoger beroep gekomen bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch. De grieven strekken tot betoog dat de rechtbank ten onrechte de vader niet als belanghebbende heeft aangemerkt, en dat de ondertoezichtstelling ten onrechte voor de duur van een jaar is verlengd. De vader heeft verzocht de beschikking waarvan beroep te vernietigen en alsnog te oordelen dat de vader als belanghebbende dient te worden aangemerkt met alle bijbehorende rechten en plichten.

4. Bij beschikking van 8 juli 2009 heeft het hof, na te hebben overwogen dat het de vader niet zal aanmerken als belanghebbende zoals bedoeld in art. 798 Rv, de vader niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep.

5. De vader is van deze beschikking tijdig in cassatie gekomen. Het Bureau Jeugdzorg heeft geen verweerschrift in cassatie ingediend.

6. De geldigheidsduur van de verlenging van de ondertoezichtstelling is op 30 december 2009 verstreken. Om deze reden heeft de vader geen belang meer bij zijn cassatieberoep, zodat hij daarin niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

7. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de vader in zijn cassatieberoep.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden,

A-G