Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2010:BL0572

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
26-01-2010
Datum publicatie
27-01-2010
Zaaknummer
08/03173 B
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2010:BL0572
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Volgens art. 445 Sv staat tegen beschikkingen beroep in cassatie alleen open in de gevallen in dat wetboek bepaald. Nu in dat wetboek geen bepaling voorkomt volgens welke tegen een beschikking tot verlenen van verlof (n.a.v. een verzoek tot rechtshulp) a.b.i. art. 552p.2 Sv cassatie openstaat voor anderen dan het OM en de klager, kan X, nu hij geen klaagschrift a.b.i. art. 552a Sv heeft ingediend, en mitsdien niet als klager kan worden aangemerkt, in het ingestelde beroep niet worden ontvangen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2010, 339
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. S 08/03173 B

Mr Jörg

Zitting 1 december 2009

Aanvullende conclusie inzake:

[Verzoeker = klager]

1. In vervolg op mijn conclusie van 1 september 2009 concludeer ik aanvullend naar aanleiding van de tussenbeschikking van Uw Raad van 13 oktober 2009. Destijds heb ik de pen te vroeg neergelegd, in de overtuiging dat verdere bestudering van het dossier geen zin had.

2. In deze aanvullende conclusie concludeer ik wederom, zij het op andere grond, tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker: nu op grond van art. 552d, tweede lid, Sv.

3. Art. 552p, vierde lid, Sv verklaart het bepaalde in artt. 552a en 552d Sv van overeenkomstige toepassing op de beschikking van de rechtbank als bedoeld in het tweede lid van art. 552p Sv. Art. 552a Sv opent de mogelijkheid voor belanghebbenden om zich schriftelijk te beklagen onder meer over inbeslagneming. Voorts bepaalt het tweede lid van art. 552d Sv dat beroep in cassatie kan worden ingesteld door de klager, binnen veertien dagen na betekening van de beschikking.

4. Uit het proces-verbaal van de raadkamer van de rechtbank op 11 april 2008 blijkt dat de raadsman slechts namens medeverdachte [medeverdachte] een klaagschrift heeft ingediend. Niet blijkt dat ook door of namens verzoeker een klaagschrift is ingediend. Een dergelijk klaagschrift heb ik bij de aan de Hoge Raad op de voet van art. 434, eerste lid, Sv ingezonden stukken nergens aangetroffen. Gelet hierop moet het ervoor worden gehouden dat door of namens verzoeker geen klaagschrift is ingediend. Dit betekent dat verzoeker op grond van art. 552d, tweede lid, Sv niet kan worden ontvangen in zijn cassatieberoep (vlg. HR 19 december 2006, LJN AZ1670, NJ 2007, 26).

5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

A-G