Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2010:BK9247

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
09-03-2010
Datum publicatie
09-03-2010
Zaaknummer
08/03932 B
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2010:BK9247
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Beklag. Art. 94 Sv. Het oordeel van de Rb dat zich niet het geval voordoet dat hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de inbeslaggenomen goederen zal verbeurdverklaren dan wel onttrekken aan het verkeer en dat ook overigens het belang van de strafvordering zich tegen teruggave van het geldbedrag verzet, is, gelet op de inhoud van het klaagschrift en hetgeen bij het oz in raadkamer is aangevoerd, niet zonder meer begrijpelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2010, 431
NBSTRAF 2010/129
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 08/03932 B

Mr. Machielse

Zitting 12 januari 2010

Conclusie inzake:

[Klaagster]

1. De Rechtbank Alkmaar heeft op 22 oktober 2007 het klaagschrift strekkende tot teruggave van een geldbedrag van € 3000,00 ongegrond verklaard.

2. Mr. H.J.G. Heijen, advocaat te Amsterdam, heeft cassatie ingesteld en een schriftuur ingezonden, houdende twee middelen van cassatie.

3.1. Het eerste middel voert aan dat klaagster alleen als getuige is gehoord en niet als verdachte en dat het in beslag genomen geld aan haar toebehoort en niet aan verdachte [betrokkene 1].

De rechtbank zou hebben veronachtzaamd dat klaagster eerst met deze verdachte is gehuwd na de doorzoeking van haar appartement waarbij het geld is aangetroffen. Op het moment van de inbeslagname was er dus nog geen sprake van een huwelijksgemeenschap.

3.2. De rechtbank heeft overwogen dat zich niet het geval voordoet dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de in beslag genomen goederen zal verbeurdverklaren dan wel onttrekken aan het verkeer. Tevens heeft de rechtbank overwogen dat het belang van strafvordering zich tegen teruggave verzet.

3.3. Het klaagschrift heeft aangevoerd dat het inbeslaggenomen geldbedrag door klaagster zelf in de prostitutie is verdiend. Maar klaagster heeft ook in raadkamer verklaard dat zij in Bulgarije met [betrokkene 1] is gehuwd zonder huwelijkse voorwaarden. In cassatie wordt weliswaar aangevoerd dat het huwelijk is voltrokken na de inbeslagname, maar dit gegeven kan niet eerst in cassatie worden aangevoerd. Tijdens het onderzoek in raadkamer heeft de officier van justitie verklaard dat in verschillende panden is gezocht en dat het onduidelijk is van wie het geld is.

3.4. De rechtbank heeft zich beperkt tot het opnemen van de criteria waaraan getoetst moet worden ingeval van een beslag op de voet van artikel 94 Sv en heeft niet nader gemotiveerd waarom aan die criteria zou zijn voldaan. Gelet op de inhoud van het klaagschrift en op hetgeen klaagster en haar advocaat bij het onderzoek in raadkamer hebben aangevoerd acht ik de beslissing ontoereikend gemotiveerd.(1) Als klaagster inderdaad rechthebbende is met betrekking tot het geld, hetgeen de rechtbank in het midden heeft gelaten, valt niet in te zien hoe dat geld verbeurd zal kunnen worden verklaard als tegen klaagster geen verdenking bestaat. Waarom het geld onttrokken zal kunnen worden aan het verkeer is zonder nadere motivering evenmin begrijpelijk.

4. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

1 HR 10 maart 2009, LJN BG9151.