Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2010:BK9051

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
02-03-2010
Datum publicatie
02-03-2010
Zaaknummer
09/01888
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2010:BK9051
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Uittrekselarrest. HR herhaalt HR LJN AT2980.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. S 09/01888

Mr Vegter

Zitting 5 januari 2010

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Het Gerechtshof te Amsterdam heeft verdachte op 3 augustus 2004 ter zake van "opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 (oud), eerste lid, onder A van de Opiumwet gegeven verbod" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr.

2. Verdachte heeft cassatie ingesteld. Mr R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, heeft een schriftuur ingezonden houdende twee middelen van cassatie.

3. Het eerste middel klaagt over de omstandigheid dat niet blijkt dat het Hof heeft onderzocht of een afschrift van de dagvaarding in hoger beroep is verzonden aan het op de appelakte vermelde adres zodat het onderzoek in hoger beroep en het naar aanleiding daarvan gewezen arrest nietig is.

4. De stukken van het geding houden in:

a) Bij vonnis van 6 februari 2002 is de verdachte door de Rechtbank Haarlem bij verstek veroordeeld. Het vonnis vermeldt als adres van de verdachte [a-straat 1], [te plaats].

b) Bij de stukken van het geding bevindt zich geen document waaruit blijkt op welke wijze het vonnis aan de verdachte is betekend.

c) Op 28 maart 2003 heeft de verdachte door middel van een verklaring als bedoeld in art. 451a, eerste lid, Sv hoger beroep ingesteld. In die verklaring is geen adres van de verdachte vermeld. Wel is op die verklaring het adres van de penitentiaire inrichting waar verdachte op dat moment verbleef gestempeld, te weten P.I. Utrecht, Locatie Nieuwersluis, Postbus 1328, 3430BH, te Nieuwegein.

d) Een akte van uitreiking inhoudende dat de dagvaarding op 25 juni 2004 op de wijze als voorzien in art. 588, eerste lid aanhef en onder b sub 3°, Sv is uitgereikt aan de Griffier van de Rechtbank te Amsterdam "omdat van de geadresseerde geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is".

e) Een akte van uitreiking inhoudende dat de dagvaarding op 8 juli 2004 op de wijze als voorzien in art. 588 Sv per gewone brief is verzonden aan [betrokkene 1], [b-straat 1], [plaats], de feitelijke verblijfplaats van verdachte.

f) Een akte van uitreiking inhoudende dat tevergeefs getracht is de dagvaarding op 29 juni 2004 aan verdachte in persoon uit te reiken op het adres waar zij als ingezetene staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA), te weten [a-straat 1], [plaats]; dat de dagvaarding vervolgens op 7 juli 2004 door een postbeambte met de akte is teruggezonden aan de afzender; en dat de dagvaarding op 19 juli 2004 is uitgereikt aan de Griffier van de Rechtbank te Amsterdam en ten slotte als gewone brief is verzonden aan het GBA adres van verdachte.

g) Een formulier van het Ressortsparket Amsterdam waaruit blijkt dat de verdachte ten tijde van de dagvaarding noch één dag voor de zitting, noch op de dag van de terechtzitting van 3 augustus 2004 was gedetineerd.

h) Op de terechtzitting van het Gerechtshof te Amsterdam van 3 augustus 2004 is de verdachte noch een raadsman verschenen en is tegen de verdachte verstek verleend. Het proces-verbaal van die terechtzitting vermeldt dat de verdachte "zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande" is en dat zijn feitelijke verblijfplaats [b-straat 1] te [betrokkene 1], [plaats] is.

5. Blijkens het GBA overzicht van 22 juli 2004 stond verdachte sinds 21 augustus 2002 niet langer als ingezetene ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens en is verdachte sinds die datum geëmigreerd. Aan een gewaarmerkt afschrift van gegevens uit de basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente Leiderdorp van 29 juni 2004 is een briefje gehecht waarop het adres [betrokkene 1], [b-straat 1], [plaats] staat vermeld. Een (in verband met betekening in cassatie opgevraagd) GBA overzicht van 18 mei 2009 vermeldt voor de periode tussen 21 augustus 2002 en 10 maart 2008 het adres [betrokkene 1], [b-straat 1], [plaats].

6. Het middel slaagt niet. Gelet op het hierboven onder 2 g) vermelde formulier kan het er voor worden gehouden dat het Hof heeft onderzocht of en zo ja waar de verdachte zowel ten tijde van de betekening van de dagvaarding als van de terechtzitting was gedetineerd. Nu het Hof uit dat onderzoek kennelijk heeft opgemaakt en heeft kunnen opmaken dat verdachte niet was gedetineerd hoeft het op de verklaring als bedoeld in art. 451a, eerste lid, Sv gestempelde adres van de penitentiaire inrichting niet als verdachte's bekende verblijfplaats te worden aangemerkt.

7. Het eerste middel faalt mitsdien.

8. Het tweede middel behelst de klacht dat het verkorte arrest van het Hof niet aan de wettelijke voorschriften voldoet omdat het niet de tenlastelegging, de bewezenverklaring en de strafmotivering bevat.

9. In de strafzaak tegen de verdachte zijn de gegeven beslissingen niet vastgelegd in een zogenoemd verkort arrest, doch in een "uittreksel" waarin slechts zijn opgenomen de kwalificaties van de bewezenverklaarde feiten, de data waarop en de plaatsen waar zij zijn begaan, de toepasselijke wetsartikelen alsmede het dictum. 's Hofs verzuim een arrest op te maken dat voldoet aan de hier ingevolge art. 415 Sv toepasselijke wettelijke eisen, in het bijzonder die van art. 365a Sv in verbinding met art. 138b Sv, heeft betrekking op een wezenlijke vorm van het strafproces zodat het nietigheid van de bestreden uitspraak oplevert, ook al is deze niet met zoveel woorden in de wet bedreigd.(1) Het tweede middel is dus terecht voorgesteld.

10. Het eerste middel faalt en kan met de aan artikel 81 RO ontleende motivering worden verworpen. Het tweede middel slaagt.

11. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.

12. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugverwijzing van de zaak naar het gerechtshof te Amsterdam teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 HR 24 mei 2005, LJN: AT2980, NJ 2006, 433.