Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2010:BK6149

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
02-02-2010
Datum publicatie
03-02-2010
Zaaknummer
08/00808 B
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2010:BK6149
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Beklag. De aan het middel ten grondslag liggende opvatting dat het Hof in zijn motivering geen f&o mocht betrekken op grond waarvan het Hof eraan twijfelde dat klager rechthebbende was, zonder dat klager al tijdens de behandeling van de zaak expliciet te confronteren met die f&o, vindt geen steun in het recht. Dat dit standpunt afwijkt van het standpunt van de Advocaat-Generaal bij het Hof, noopte het Hof ook niet tot een nadere motivering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2010, 397
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 08/00808 B

Mr. Machielse

Zitting 8 december 2009

Conclusie inzake:

[Klager](1)

1. Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 14 november 2007 het beklag ongegrond verklaard en het verzoek tot teruggave van de inbeslaggenomen auto afgewezen. Eerder had de Rechtbank Utrecht op 1 december 2005 het beklag ongegrond verklaard, maar de Hoge Raad heeft op 12 juni 2007 de beschikking van de rechtbank vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof.

2. Mr. J. Witvoet, advocaat te De Bilt, heeft cassatie ingesteld. Mr. N. van Schaik, advocaat te Utrecht, heeft een schriftuur ingezonden, houdende één middel van cassatie.

3.1. Het middel klaagt dat de beschikking van het hof ontoereikend is gemotiveerd.

3.2. Het hof heeft het volgende overwogen:

"3 Beoordeling.

Klager heeft gesteld eigenaar van de Mercedes te zijn.

Hij heeft daartoe onder meer -zakelijk weergegeven- aangevoerd dat hij deze Mercedes ten behoeve van een bekende in Marokko heeft aangeschaft, dat deze Mercedes vanaf 31 januari 2005 tot 27 juli 2005 op zijn naam heeft gestaan en dat de Mercedes op 27 juli 2005 op naam van zijn zoon is gezet aangezien deze de Mercedes in Marokko daadwerkelijk zou invoeren. Klager heeft geen factuur van de aankoop kunnen overleggen en gesteld de Mercedes contant te hebben afgerekend. Wel heeft klager een aantal bescheiden overgelegd, waaronder een in het Arabisch gesteld schriftelijk stuk, gedateerd 4 augustus 2004 met vertaling, waarin is vermeld dat klager van [betrokkene 2] een bedrag van 30 miljoen centimes heeft ontvangen om voor hem een Mercedes uit Nederland te kopen. Naar klager en zijn zoon ter terechtzitting

hebben verklaard komt dit overeen met een bedrag van ongeveer 33.000 euro. Tevens zijn een rekening motorrijtuigenbelasting, een verzekeringspolis en reparatienota's betreffende de Mercedes op naam van klager overgelegd alsmede bankafschriften waaruit blijkt dat de verzekeringspremie en motorrijtuigenbelasting via de bankrekening van klager zijn voldaan.

Hier staat tegenover dat uit het proces-verbaal van regiopolitie Utrecht genummerd 05-012144C kan worden afgeleid dat in de bewuste periode de zoon van klager, [betrokkene 1], regelmatig gebruiker was van de Mercedes en dat [betrokkene 1] in de periode van juni en juli 2005 diverse telefoongesprekken voert waarin [betrokkene 1] zich voordoet als eigenaar van de Mercedes, zowel naar autobedrijven als naar familieleden als naar derden. Met name in een telefoongesprek op 19 juni 2005 wordt door [betrokkene 1] met zoveel woorden tegenover een persoon genaamd [betrokkene 3] bevestigd dat, hoewel de auto op naam van klager staat, deze van hem, [betrokkene 1], is. Ook valt uit voornoemd proces-verbaal af te leiden dat klager eerder een auto die in gebruik was bij [betrokkene 1] op zijn naam heeft gehad.

Op grond van het voorgaande kunnen twijfels rijzen omtrent de door klager gestelde eigendom. Het door klager overgelegde in het Arabisch gestelde schriftelijk stuk met vertaling doet hier niet aan af, nu enerzijds de authenticiteit daarvan door het hof onvoldoende kan worden beoordeeld en anderzijds op grond daarvan een aantal vragen rijzen. Zo is niet zonder meer duidelijk waarom voornoemd bedrag niet bancair is overgemaakt, maar in contanten met alle risico's van verlies en diefstal van dien, waarom deze overhandiging van geld is betaald begin augustus 2004 plaatsvindt, pas 31 januari 2005 de aankoop wordt gedaan en tot eind juli 2005 deze auto door een ander dan [betrokkene 2], te weten [betrokkene 1], zou

mogen worden gebruikt met alle renteverlies van dien. Evenmin is duidelijk hoe de financiële aspecten rondom kostbare verrichtingen aan deze auto zijn geregeld tussen klager en [betrokkene 2].

Alles afwegend kan op grond van het voorgaande niet worden gezegd dat het buiten redelijke twijfel is dat klager als derde/niet-beslagene als eigenaar van de Mercedes moet worden beschouwd, zodat als volgt moet worden beslist."

3.3. Het voorgestelde middel bestrijdt niet dat het hof het juiste criterium heeft gehanteerd. De steller van het middel betoogt dat het onderwerp van geschil in de ogen van klager slechts was of ook de wettelijke rente over het bedrag dat de auto bij verkoop had opgebracht aan hem zou moeten worden uitbetaald. Gelet op de uitlatingen van de AG bij het onderzoek in raadkamer ging klager ervan uit dat ook het OM van oordeel was dat buiten redelijke twijfel was dat klager als eigenaar van de auto diende te worden aangemerkt. Het hof heeft in zijn motivering betrokken dat de twijfels die bestonden over de eigendom van de auto niet werden weggenomen door het in het Arabisch gestelde schriftelijk stuk. Maar uit het proces-verbaal van het onderzoek in raadkamer kan niet blijken dat het hof jegens klager die twijfels heeft geuit en daarom is de motivering van de ongegrondverklaring ondeugdelijk.

3.4. Het hof heeft in het bijzonder acht geslagen op de inhoud van afgeluisterde telefoongesprekken die de zoon van verdachte heeft gevoerd, waaruit blijkt dat de zoon van verdachte tegenover anderen heeft gezegd dat de auto in werkelijkheid van hem was, maar op naam van klager is gesteld. Dat is de kern van de motivering. Dat twijfel is gerezen aan de authenticiteit en waarde van de oorspronkelijk in het Arabisch gestelde stuk is er de oorzaak van dat het hof onvoldoende tegenwicht heeft toegekend aan dit stuk tegenover de inhoud van de afgeluisterde telefoongesprekken.

Deze waardering door het hof acht ik niet onbegrijpelijk. Het hof heeft zelf al punten aangegeven die tot twijfel aanleiding geven. Ik wijs er nog op dat klager bij de behandeling van het klaagschrift voor de rechtbank heeft gezegd dat de auto gekocht is voor een oom in Marokko en dat deze oom nu hetzij zijn geld terug wil of de auto geleverd wil zien. Na heropening van het onderzoek in raadkamer voor het hof heeft klager evenwel gezegd dat hij het geld voor de auto van zijn schoonzoon had gekregen.

Geen rechtsregel noopte het hof zich tijdens het onderzoek in raadkamer al uit te laten over de waarde van het in het Arabisch gestelde bescheid. Het lag op de weg van klager om manifeste onduidelijkheden met betrekking tot dat stuk op te helderen.

4. Het middel faalt. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen tot vernietiging aanleiding behoort te geven.

5. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

1 Ter griffie van de Hoge Raad is een zaak geadministreerd tegen de zoon van klager, [betrokkene 1] (nr. 09/02986). Het betreft het cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem, van 23 juli 2009, waarbij aan deze zoon de verplichting is opgelegd om € 55.000,00 aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. In dat arrest is vermeld dat deze zoon door hetzelfde hof op 18 oktober 2006 is veroordeeld voor het meermalen telen van hennep. Waarschijnlijk is dat ook de zaak die ten grondslag ligt aan de onderhavige.