Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2010:BK3429

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
19-01-2010
Datum publicatie
20-01-2010
Zaaknummer
07/13421
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2010:BK3429
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Art. 14g Sr. Toewijzing vordering TUL door het gelasten van een gevangenisstraf in plaats van de aan verdachte voorwaardelijk opgelegde werkstraf? De wet kent niet de mogelijkheid dat de rechter in plaats van een last tot tenuitvoerlegging van een taakstraf te geven, een vrijheidsstraf gelast. Het Hof heeft dus ten onrechte een gevangenisstraf van twee weken gelast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NBSTRAF 2010/70
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 07/13421

Mr. Vellinga

Zitting: 10 november 2009 (bij vervroeging)(1)

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage d.d. 18 september 2009 waarbij het Hof onder meer de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke opgelegde straf heeft gelast.

2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 07/13420 P en 07/13421. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.

3. Namens verdachte hebben mr. H. Sytema en mr. K van der Lee, beiden advocaat te 's-Gravenhage, één middel van cassatie voorgesteld.

4. Het middel klaagt dat het Hof ten onrechte, althans onvoldoende dan wel onbegrijpelijk gemotiveerd de vordering van het Openbaar Ministerie tot tenuitvoerlegging van de aan verdachte opgelegde voorwaardelijke werkstraf van veertig uren heeft toegewezen in die zin dat tenuitvoerlegging is gelast van een gevangenisstraf voor de duur van twee weken.

5. Het bestreden arrest houdt in, voor zover hier van belang:

"Vorderingen tot tenuitvoerlegging

(...).

Bij vonnis van de politierechter te Rotterdam van 4 maart 2004 onder parketnummer 10-012496-03 is de verdachte veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis, met bevel dat die werkstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep, in afwijking op de in eerste aanleg ingediende vordering van het openbaar ministerie, gevorderd dat het hof de tenuitvoerlegging zal gelasten van een gevangenisstraf voor de duur van twee weken.

In hoger beroep is komen vast te staan, dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. Immers, de verdachte heeft de in de onderhavige strafzaak bewezenverklaarde feiten begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken.

De vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet-tenuitvoergelegde straf is derhalve gegrond. Het hof zal daarom de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten.

(...)

BESLISSING (bij verstek)

Het hof:

(...)

Wijst toe de vordering van het openbaar ministerie ex artikel 14g van het Wetboek van Strafrecht, in dier voege dat in plaats van de tenuitvoerlegging van de straf, voorzover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Rotterdam van 4 maart 2004 onder parketnummer 10-012496-03, te weten werkstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis, tenuitvoerlegging wordt gelast van een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken."

6. Art 14g Sr houdt in, voor zover hier van belang;

"1. Indien enige gestelde voorwaarde niet wordt nageleefd kan de rechter, indien hij daartoe termen vindt, na ontvangst van een vordering van het openbaar ministerie en onverminderd het bepaalde in artikel 14f,

1°. gelasten dat de niet ten uitvoergelegde straf alsnog zal worden tenuitvoergelegd;

2°. al of niet onder instandhouding of wijziging van de voorwaarden gelasten dat een gedeelte van de niet tenuitvoergelegde straf alsnog zal worden tenuitvoergelegd.

2. In plaats van een last tot tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf te geven kan de rechter een taakstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, onder 3°, gelasten.

(...)

4. Wanneer overeenkomstig artikel 14c, tweede lid, onder 3°, een waarborgsom is gestort kan de rechter voorts een beslissing nemen, krachtens welke die som geheel of ten dele aan de Staat vervalt."

7. Zoals de hiervoor aangehaalde bepaling laat zien biedt de wet de rechter niet de mogelijkheid in plaats van een last tot tenuitvoerlegging van een taakstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, onder 3° te geven, een vrijheidsstraf te gelasten.(2) Enige reden om die mogelijkheid buiten de wet om te scheppen zie ik niet. Een vrijheidsstraf pleegt immers te worden aangemerkt als een zwaardere straf dan een taakstraf.(3)

8. Het voorgaande wordt niet anders wanneer in aanmerking wordt genomen dat de verdachte subsidiair, voor het geval hij de taakstraf niet volbrengt, vervangende de hechtenis is opgelegd voor de duur van twee weken. Deze vervangende hechtenis komt immers pas aan de orde als de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht (vgl. art. 22d lid 1, 22g Sr).

9. Het Hof heeft dus ten onrechte in plaats van de bij vonnis van de politierechter te Rotterdam van 4 maart 2004 onder parketnummer 10-012496-03 voorwaardelijk opgelegde werkstraf van veertig uur, de tenuitvoerlegging gelast van een gevangenisstraf voor de duur van twee weken.

10. Het middel slaagt.

11. Ik heb mij afgevraagd of de zaak doelmatigheidshalve door de Hoge Raad zou kunnen worden afgedaan in de vorm van het bevelen van de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde taakstraf. Ik neig ertoe deze vraag ontkennend te beantwoorden. Hoewel de verdachte bij verstek is veroordeeld en er misschien niet veel van verwacht mag worden geef ik er toch de voorkeur aan dat de omstandigheden waaronder tenuitvoerlegging van de werkstraf wordt bevolen worden onderzocht. Het geval kan zich immers voordoen dat de verdachte tot het verrichten daarvan niet in staat is dan wel dat er andere gronden zijn, niet (meer) tot onverkorte tenuitvoerlegging van de taakstraf over te gaan.

12. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop het bestreden arrest zou dienen te worden vernietigd.

13. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest voor wat betreft de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de Politierechter te Rotterdam van 4 maart 2004 voorwaardelijke opgelegde straf en in zoverre terugwijzing naar het Hof dan wel verwijzing naar een aangrenzend Hof teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, met verwerping van het beroep voor het overige.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Het cassatieberoep is ingesteld op 5 december 2007.

2 Vgl. ook F.W. Bleichrodt, Onder voorwaarde, Deventer: Gouda Quint bv 1996, p. 158-163 ten aanzien van de vrijheid van de rechter om af te wijken van de vordering en de beslissingen die de rechter met betrekking tot de tenuitvoerlegging kan nemen, en: Rapport van de Commissie Vrijheidsbeperking, Vrijheidsbeperking door voorwaarden, 2003, p. 85, waar o.m. wordt opgemerkt dat de rechter bij de tenuitvoerlegging moet blijven binnen de grenzen die door de voorafgaande strafoplegging zijn getrokken.

3 Kamerstukken II 1997-1998, 26 114, nr. 3, p. 2 (MvT) en Kamerstukken II 1999-2000, 26 114, nr. 163b, p. 7 (MvA).