Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2009:BJ9941

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
27-11-2009
Datum publicatie
27-11-2009
Zaaknummer
09/01158
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2009:BJ9941
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

WSNP. Beƫindiging schuldsaneringsregeling zonder schone lei (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 1416
JWB 2009/452
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Zaaknummer :09/01158

mr. Wuisman

Parketdatum : 18 september 2009

VERKORTE CONCLUSIE inzake:

[Verzoekster],

verzoekster tot cassatie,

advocaat: Mr. J. Groen.

1. Inleiding

1.1 Verzoekster in cassatie, door de rechtbank Zutphen bij vonnis d.d. 14 februari 2006 tot de schuldsaneringsregeling toegelaten, is - tijdig - in cassatie gekomen van het arrest d.d. 12 maart 2009 van het gerechtshof Arnhem, waarin bekrachtigd wordt het vonnis d.d. 30 januari 2009 van de rechtbank Zutphen, houdende de beslissing de schuldsaneringsregeling voor verzoekster in cassatie te beƫindigen zonder haar 'een schone lei te verlenen'. Dit laatste acht het hof gerechtvaardigd, want: "Nu [verzoekster] niet ontheven is van de sollicitatieplicht en zij niet naar behoren sollicitatieactiviteiten heeft ondernomen, moet de conclusie zijn dat [verzoekster] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende inspanningsverplichting. Er is geen sprake van dat deze tekortkoming wegens bijzondere aard of geringe betekenis buiten beschouwing dient te blijven." Deze in rov. 3.4 voorkomende overweging vindt nadere onderbouwing in rov. 3.3.

1.2 Hetgeen in het verzoekschrift in cassatie wordt aangevoerd laat zich tot twee klachten herleiden.

2. Klacht I

2.1 De eerste klacht komt hierop neer dat de beslissing dat verzoekster tot cassatie voor arbeidsgeschikt en daarmee ook voor tot solliciteren in staat moet worden gehouden niet (voldoende) onderbouwd is. Het met het oog op de mondelinge behandeling bij het hof overgelegde medisch dossier maakt volstrekt aannemelijk dat verzoekster tot cassatie vanaf 17 augustus 2007 arbeidsongeschikt is geweest. In ieder geval had het hof in dat dossier, mede gelet op de Recofa-richtlijnen, aanleiding moeten vinden om een deskundige te benoemen ten einde vast te stellen of verzoekster tot cassatie al dan niet arbeidsgeschikt is.

2.2 De vaststelling wat uit het medisch dossier omtrent de arbeids(on)geschiktheid en het (on)vermogen van verzoekster tot solliciteren blijkt alsmede de beoordeling of het raadplegen van deskundigen gewenst is, zijn feitelijke oordelen, die in cassatie hooguit op begrijpelijkheid kunnen worden getoetst. Bovendien zijn aan deze oordelen in de regel geen hoge motiveringseisen te stellen. In de klacht wordt ter onderbouwing van de stelling dat het hof niet heeft kunnen beslissen als het heeft gedaan, volstaan met een verwijzing naar het overgelegde medische dossier en met een algemene verwijzing naar de Recofa-richtlijnen. Die onderbouwing voldoet voor het aantonen van de onbegrijpelijkheid van de aangevochten beslissingen niet. Daarbij is in aanmerking te nemen dat, naar het hof in rov. 3.3. - in cassatie onbestreden - opmerkt, verzoekster in cassatie in 2007 enige tijd heeft gewerkt en haar in 2008 door de bewindvoerder tevergeefs meermalen is verzocht om, voor zover zij zich niet in staat achtte om arbeid te verrichten, zulks met een medische verklaring te staven.

3. Klacht II

3.1 Klacht II bestrijdt de overweging van het Hof in rov. 3.3.: "[verzoekster] heeft bovendien geen gebruik gemaakt van de haar meermalen voorgehouden mogelijkheid om ontheffing van de sollicitatieplicht aan de rechter-commissaris te vragen. De gevolgen van deze passieve houding zal [verzoekster] zelf moeten dragen." Hiertegen wordt aangevoerd dat verzoekster van die mogelijkheid niet op de hoogte was - de bewindvoerder heeft haar niet op die mogelijkheid gewezen -, zodat zij daarvan geen gebruik heeft gemaakt.

3.2 Uit de processtukken valt niet af te leiden wanneer en door wie de mogelijkheid van ontheffing aan voerzoekster is voorgehouden. Maar wat daarvan ook zij, de klacht kan verzoekster tot cassatie niet baten, omdat 's hofs bekrachtiging van het vonnis van de rechtbank - naar 's hofs bedoeling - reeds geheel wordt gedragen door de tevergeefs bestreden verplichting dat verzoekster tot cassatie niet aan de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende inspanningsverplichting van solliciteren heeft voldaan. Dit valt af te leiden uit het gebruik van het woord 'reeds' in de derde regel van rov. 3.3.

4. Conclusie

De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden