Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2009:BJ9900

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
15-12-2009
Datum publicatie
16-12-2009
Zaaknummer
08/01191 B
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2009:BJ9900
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Beklag ex art. 552a Sv. De Rb heeft geoordeeld dat het beslag op de auto dient te worden opgeheven omdat het strafvorderlijk belang zich daartegen niet langer verzet. In zo een geval dient de auto aan de beslagene te worden teruggegeven tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende moet worden aangemerkt. In dat verband heeft de Rb geoordeeld dat X B.V. de rechtmatige eigenaar van de auto is en dat de auto niet aan de klager dient te worden teruggegeven. Dat oordeel houdt, gelet op de inhoud van de door de Rb in haar overwegingen betrokken leaseovereenkomst niet zonder meer een weerlegging in van het door de klager betrokken standpunt dat hij de rechtmatige gebruiker was van de auto. Bij de stukken van het geding bevindt zich niet een klaagschrift van X B.V. Nu de wet niet de mogelijkheid kent van een last tot teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen aan een ander dan degene die een klaagschrift strekkende tot teruggave heeft ingediend kon de Rb niet een last tot teruggave aan X B.V. geven (vgl. HR LJN BA0482).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. S 08/01191 B

Mr Jörg

Zitting 6 oktober 2009

Conclusie inzake:

[Klager]

1. De rechtbank te Amsterdam heeft bij beschikking van 12 februari 2008 verzoekers beklag ex art. 116 jo. 552a Sv ongegrond verklaard. Voorts heeft de rechtbank de teruggave gelast van de inbeslaggenomen auto aan [A] B.V.

2. Namens verzoeker heeft mr. G.J. van Oosten, advocaat te Tilburg, een schriftuur ingezonden houdende één middel van cassatie.

3. Het middel keert zich tegen de beslissing van de rechtbank dat het beklag ongegrond is en dat de teruggave moet worden gelast van de inbeslaggenomen auto aan [A] B.V.

4. Blijkens de bestreden beschikking zijn - voor zover hier van belang - de volgende standpunten ingenomen door de raadsman van verzoeker respectievelijk de officier van Justitie:

"In raadkamer heeft de raadsman van klager aangevoerd, zakelijk weergegeven, dat de wettelijke bepaling luidt dat degene onder wie het goed in beslag is genomen, het goed ook terug krijgt. [Betrokkene 1] heeft een contract afgesloten met [B] B.V. en is de gebruiker van de auto. Zijns inziens kan [A] B.V. niet aantonen dat zij de rechtmatige eigenaar van de auto is. Nu was afgesproken dat [B] B.V. dergelijke contracten mocht afsluiten met klanten, heeft [A] B.V. het risico genomen dat de auto terecht kan komen bij de gebruiker.

De officier van justitie legt een leaseovereenkomst van [A] B.V. met [B] B.V. aan de rechtbank over. Het betreft een leaseovereenkomst met betrekking tot een personenauto van het merk Volkswagen Golf, voorzien van het kenteken [AA-00-BB]. De officier van justitie stelt dat op basis van de leaseovereenkomst vastgesteld kan worden dat [A] B.V. de rechtmatige eigenaar is van de inbeslaggenomen personenauto. Hij stelt voorts dat de auto om deze reden niet aan beslagene terug gegeven kan worden. De officier van justitie verzoekt tot ongegrondverklaring van het beklag."

5. Blijkens de beschikking heeft de rechtbank zijn beslissing als volgt gemotiveerd:

"De officier van justitie heeft verklaard dat het strafvorderlijk belang zich niet langer verzet tegen opheffing van het beslag.

Gelet op het bovenstaande, is de rechtbank van oordeel dat het beslag dient te worden opgeheven.

Nu er sprake is van meer dan één belanghebbende, dient de rechtbank bij de beoordeling van de vraag aan wie het goed dient te worden teruggegeven zich te laten leiden door hetgeen op het eerste gezicht redelijk en maatschappelijk niet onverantwoord is.

De officier van justitie heeft verklaard zich te verzetten tegen teruggave van de inbeslaggenomen auto aan klager, nu is gebleken dat [A] B.V. de rechthebbende is van de personenauto.

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat naar aanleiding van de leaseovereenkomst tussen [A] B.V. en [B] B.V. vastgesteld kan worden dat [A] B.V. de rechtmatige eigenaar is van de inbeslaggenomen personenauto.

Op grond hiervan kan dan ook geen teruggave aan klager volgen. De rechtbank acht het beklag mitsdien ongegrond."

6. Het oordeel van de rechtbank komt erop neer dat niet verzoeker - klager/beslagene - maar [A] B.V. redelijkerwijs als rechthebbende op de inbeslaggenomen auto dient te worden aangemerkt. Dat oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting, terwijl het evenmin onbegrijpelijk is. Van dat oordeel uitgaande heeft de rechtbank het beklag terecht ongegrond verklaard. In zoverre faalt het middel.

7. De wet kent wat betreft de beklagprocedure als bedoeld in het vierde boek, titel IX, Sv niet de mogelijkheid van een last tot teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen aan een ander dan degene die een klaagschrift strekkende tot teruggave heeft ingediend.

Ingeval degene onder wie het voorwerp is inbeslaggenomen zich op de voet van art. 116, derde lid, Sv heeft beklaagd over het voornemen van het openbaar ministerie dat voorwerp te doen teruggeven aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt en op dat klaagschrift wordt beslist dat het beklag ongegrond is, kan de officier van Justitie uitvoering geven aan bedoeld voornemen zodra die beschikking onherroepelijk is. De beschikking op dat klaagschrift kan niet de last inhouden dat het inbeslaggenomen voorwerp wordt teruggegeven aan de rechthebbende. De rechtbank had een zodanige last dus niet mogen geven. In zoverre is het middel terecht voorgesteld (HR 19 juni, LJN BA0514 en HR 19 juni 2007, LJN BA0482).

8. Ambtshalve gronden waarop Uw Raad de aangevallen beslissing zou moeten vernietigen heb ik niet aangetroffen.

9. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking, doch uitsluitend voor zover daarin de teruggave is gelast van de inbeslaggenomen auto aan [A] B.V., en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

A-G