Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2009:BJ9434

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
04-12-2009
Datum publicatie
04-12-2009
Zaaknummer
08/01013
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2009:BJ9434
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Procesrecht. Herinrichting. Ingevolge art. 47 Herinrichtingswet zijn op cassatieberoep tegen uitspraak rechtbank over lijst der geldelijke regelingen art. 52 en 53 Onteigeningswet van overeenkomstige toepassing. Cassatieberoep moet mitsdien binnen twee weken na uitspraak worden ingesteld door verklaring ter rechtbank die het vonnis heeft gewezen. Verklaring te laat afgelegd. Niet-ontvankelijk in cassatie.

Wetsverwijzingen
Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën
Onteigeningswet
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 1413
NJ 2009, 601
JWB 2009/467
Verrijkte uitspraak

Conclusie

08/01013

mr. E.M. Wesseling-van Gent

Zitting: 2 oktober 2009

Conclusie inzake:

1. [Eiser 1]

2. [Eiser 2](1)

tegen

de gezamenlijke rechthebbenden in de herinrichting Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, kanaalstreek blok A, (de herinrichtingscommissie Kanaalstreek blok A)

1. Procesverloop(2)

1.1 [Betrokkene 1] en [betrokkene 2] (hierna [betrokkene] c.s.) hebben als reclamanten bezwaar gemaakt tegen het krachtens de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën (hierna: de Herinrichtingswet) door verweerders in cassatie, de herinrichtingscommissie, vastgestelde lijst der geldelijke regelingen op de grond dat de post overbedeling te hoog is.

1.2 Overeenkomstig de Herinrichtingswet hebben achtereenvolgens de herinrichtingscommissie en de rechter-commissaris getracht overeenstemming te bereiken. Vervolgens zijn [betrokkene] c.s. door de rechter-commissaris naar een nader te bepalen terechtzitting van de rechtbank Assen verwezen.

1.3 De rechtbank heeft de zaak op 9 november 2007 behandeld in aanwezigheid van onder meer [betrokkene] c.s. en eiser tot cassatie onder 1, [eiser 1]. Eiser tot cassatie onder 2, [eiser 2], is niet verschenen. De eisers tot cassatie worden hierna gezamenlijk [eiser] c.s. genoemd.

1.4 Bij vonnis van 19 december 2007 heeft de rechtbank het bezwaar van [betrokkene] c.s. gegrond verklaard en de lijst van geldelijke regeling in die zin gewijzigd dat in die lijst als overbedeling voor [betrokkene] c.s. een bedrag van € 8.754,- dient te worden opgenomen en dat het restant van € 76.349,- naar verhouding zal worden verrekend met de lijst geldelijke regelingen betreffende de belanghebbenden [eiser] c.s.

1.5 Bij cassatiedagvaarding van 13 februari 2008 hebben [eiser] c.s. de herinrichtingscommissie aangezegd dat zij cassatieberoep hebben ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank en hebben zij de verklaring van de griffier van de rechtbank van 22 januari 2008 aan de herinrichtingscommissie betekend.

De herinrichtingscommissie heeft bij conclusie van antwoord geconcludeerd tot referte ten aanzien van het eerste middel en tot verwerping van het tweede middel.

Partijen hebben vervolgens hun standpunten schriftelijk toegelicht.

2. Ontvankelijkheid

2.1 Ingevolge art. 120 van de Herinrichtingswet staat tegen de uitspraak van de rechtbank ten aanzien van de lijst der geldelijke regelingen uitsluitend het rechtsmiddel van cassatie open en is art. 47 van de Herinrichtingswet van toepassing. Dat artikel bepaalt dat met betrekking tot het rechtsmiddel van cassatie de art. 52 en 53 van de Onteigeningswet (Ow) van overeenkomstige toepassing zijn. Dit brengt mee dat het cassatieberoep binnen twee weken na de uitspraak moet worden ingesteld door een verklaring ter griffie van de rechtbank die het vonnis heeft gewezen. De termijn vangt aan op de dag waarop het vonnis uitgesproken (art. 52 lid 2 en 3 Ow).

Nu mr. H.J. Stuyt, advocaat en procureur te Assen (comparerende voor mr. H.J. de Ruijter eveneens advocaat en procureur te Assen) op 22 januari 2008 heeft verklaard namens [eiser 2] beroep in cassatie in te stellen van de uitspraak van de rechtbank van 19 december 2007 is het cassatieberoep van [eiser 2] niet binnen de termijn van twee weken na de uitspraak ingesteld(3). [eiser 1] kan evenmin worden ontvangen in zijn cassatieberoep nu namens hem geen verklaring, althans niet tijdig, ter griffie is afgelegd(4).

3. Conclusie

De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] c.s. in hun cassatieberoep.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden

A-G

1 In de cassatiedagvaarding abusievelijk gespeld als [...].

2 Zie het vonnis van de rechtbank van 19 december 2007 onder 1.

3 Zie ook HR 27 januari 2006, NJ 2006, 103.

4 Hoewel in de processtukken soms wordt gesproken over de landbouwmaatschap [eiser 1] en [eiser 2] valt uit de ter griffie afgelegde verklaring niet af te leiden dat bedoeld is namens deze maatschap beroep in casatie in te stellen.