Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2009:BJ9377

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
06-10-2009
Datum publicatie
06-10-2009
Zaaknummer
07/13560 H
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2009:BJ9377
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Herziening. Persoonsverwisseling. Gegrondverklaring van de aanvrage tot herziening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 1193

Conclusie

Nr. 07/13560 H

Mr Fokkens

Zitting: 30 juni 2009

Conclusie inzake:

[Aanvraagster]

1. Aanvraagster is op 10 november 2003 door de Politierechter in de Rechtbank te Assen wegens - kort gezegd - diefstal met geweld, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht weken. Het vonnis is onherroepelijk nu tegen het vonnis geen rechtsmiddel is aangewend.

2. De herzieningsaanvrage is ingediend door mr. R.J. Skála, advocaat te Haren.

3. De aanvrage berust op de stelling dat er sprake is van persoonsverwisseling. Een ander dan aanvraagster zou destijds de personalia van [Aanvraagster] aan de politie hebben opgegeven.

4. Hetgeen ten laste van aanvraagster bewezen is verklaard, is gekwalificeerd als 'diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren' en is op 3 september 2003 te Assen gepleegd.

5. Om de stelling waarop de aanvrage berust te onderbouwen, wordt aangevoerd dat aanvraagster zich de dag voorafgaand aan de bewezenverklaarde diefstal met geweld, uit de Gemeentelijke basisadministratie (GBA) heeft laten uitschrijven en op de dag van de diefstal 's ochtends met vlucht KL 741 naar de Nederlandse Antillen is vertrokken.(1) Bij de aanvrage zijn kopiën overgelegd waaruit blijkt dat aanvraagster een ticket voor genoemde vlucht heeft geboekt en betaald. De rekening is gesteld op de naam van aanvraagster zodat mag worden aangenomen dat ook het ticket op haar naam was gesteld en een ander daarvan geen gebruik heeft kunnen maken. Uit een overzicht van de GBA blijkt dat aanvraagster zich inderdaad op 2 september 2003 heeft laten uitschrijven.

6. Uit een in het paspoort van aanvraagster geplaatst stempel blijkt dat zij op 28 oktober 2003 in het bevolkingsregister van Bonaire (Nederlandse Antillen) is ingeschreven. Om de vertraging te verklaren, voert aanvraagster aan dat zij een uittreksel van het bevolkingsregister nodig had om zich te kunnen laten inschrijven en dat ze voor dat uittreksel eerst naar Curaçao diende te gaan. Een kopie van een akte (uittreksel van het bevolkingsregister) bevindt zich bij de stukken.

7. Voor de beoordeling van de aanvrage is van belang dat uit de processen-verbaal van verhoor van de vrouw die op heterdaad is betrapt bij de diefstal waarbij geweld tegen winkelpersoneel is gepleegd, niet blijkt op welke wijze haar identiteit is vastgesteld. Niet blijkt dat de identiteit is vastgesteld aan de hand van een identiteitsbewijs. Daarbij wijs ik erop dat de vrouw die op 3 september 2003 in de namiddag is aangehouden, een handtekening heeft geplaatst op de processen-verbaal en de akte van uitreiking van de dagvaarding om ter terechtzitting van de Politierechter te verschijnen, waarbij de familienaam niet goed leesbaar is geschreven. Die handtekening verschilt op het eerste gezicht van de handtekening die is geplaatst in het paspoort van aanvraagster, waar de familienaam duidelijk leesbaar is geschreven. De handtekening van degene die is aangehouden verschilt dus op het eerste gezicht van de handtekening van aanvraagster.

8. In verband met de beoordeling van de aanvrage, heb ik het College van Procureurs-Generaal verzocht onderzoekshandelingen te laten verrichten. Daaruit is gebleken dat de KLM niet meer beschikt over de gegevens van de vlucht zodat niet kan worden vastgesteld dat aanvraagster zich daadwerkelijk aan boord van het desbetreffende vliegtuig heeft bevonden. Een zogenoemde instapkaart is bij de aanvrage niet overgelegd. De door mij verzochte confrontatie van aanvraagster met verbalisanten - ten einde te achterhalen of zij degene is die destijds is aangehouden - heeft niet plaatsgevonden. Daarbij is gewezen op het tijdverloop. Het is evenmin gelukt om de zus van aanvraagster te horen. Op uitnodigingen van de politie per brief heeft zij niet gereageerd. Op haar GBA-adres heeft de politie haar niet aangetroffen.

9. Hoewel thans niet meer met zekerheid kan worden vastgesteld dat aanvraagster zich daadwerkelijk op 3 september 2003 aan boord van vlucht KL 741 heeft bevonden, acht ik dit wel afdoende aannemelijk gemaakt. De reden die aanvraagster geeft voor het feit dat zij zich niet meteen in het bevolkingsregister van Bonaire heeft kunnen laten inschrijven, acht ik plausibel. Ook de inhoud van de brief die aanvraagster vanuit detentie heeft gestuurd, kort nadat zij was aangehouden ter executie van het vonnis waarop de aanvrage betrekking heeft, maakt een authentieke indruk.

10. Op basis van het vorenstaande meen ik dat, voor wat betreft de aard van de onderhavige procedure aannemelijk is gemaakt dat aanvraagster zich niet in Nederland bevond ten tijde van het feit dat zij in Assen zou hebben gepleegd. Een en ander doet derhalve het ernstig vermoeden ontstaan als bedoeld in art. 457 lid 1 onder 2° Sv.

11. Ik concludeer dat de aanvrage tot herziening gegrond is, en dat voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Assen van 10 november 2003 wordt bevolen, en dat de zaak wordt verwezen naar het Hof te Leeuwarden opdat de zaak op de voet van art. 467 Sv opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

1 Aangevoerd wordt dat de vlucht om 14.55 uur vertrok. Uit de stukken blijkt dat de vlucht KL 741 volgens het schema om 11.15 uit Amsterdam zou vertrekken en om 14.55 op Bonaire zou aankomen. In haar brief van 21 december 2004 aan de OvJ schrijft aanvraagster dat de vlucht om 11.15 uur vertrok.