Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2009:BJ8566

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
17-11-2009
Datum publicatie
18-11-2009
Zaaknummer
01173/07 P
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2009:BJ8566
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Ontbreken pleitnotities. Het pv ttz. vermeldt dat de raadsvrouw het woord tot verdediging voert a.d.h.v. haar (overgelegde) pleitnotities en dat zij verweren voert als in het arrest weergegeven. De in het pv vermelde pleitnotities ontbreken bij de aan de HR toegezonden stukken, zodat niet valt na te gaan of er ttz. meer verweren zijn gevoerd dan het in het bestreden arrest genoemd dan wel of daar uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht. Dit, gelet op o.g.v. door de AG ingewonnen inlichtingen, onherstelbare verzuim leidt tot nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 1388
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 01173/07 P

Mr. Machielse

Zitting 22 september 2009

Conclusie inzake:

[Betrokkene=verdachte](1)

1. Het Gerechtshof te Amsterdam heeft verdachte op 14 juni 2006 bij afzonderlijk arrest de verplichting opgelegd aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel een bedrag te betalen van EUR 3.630,24.

2. Mr. D. Rupert, advocaat te Amsterdam, heeft cassatie ingesteld. Mr. G.A. Jansen, advocaat te Amsterdam, heeft een schriftuur ingezonden, houdende een middel van cassatie.

3.1. Het middel klaagt dat de ter terechtzitting in hoger beroep van 31 mei 2006 overgelegde pleitnota ontbreekt bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken, hetgeen tot vernietiging behoort te leiden.

3.2. Onder de bij de Hoge Raad ontvangen stukken bevindt zich een pleitnota die kennelijk ter terechtzitting in hoger beroep van 10 mei 2005 is voorgedragen. Daarna heeft het hof op 24 mei 2005 een tussenarrest gewezen, waarna op 31 mei 2006 het onderzoek ter terechtzitting opnieuw is aangevangen. Het proces-verbaal van die terechtzitting houdt het volgende in:

"De advocaat voert het woord tot verdediging aan de hand van haar pleitnotities, die door haar aan het hof worden overgelegd en waarvan de inhoud als hier ingevoegd geldt. De advocaat voert daarbij het verweer als weergegeven in het arrest."

3.3. Een raadsman die bevindt dat de processtukken niet volledig zijn, moet binnen de in art. 437, tweede lid, Sv genoemde termijn schriftelijk een verzoek om aanvulling indienen bij de rolraadsheer (vgl. HR 15 juni 2004, LJN AO8819, NJ 2004, 465 en - thans ook - art. IV lid 3 van het Procesreglement van de Strafkamer van de Hoge Raad 2008, Stcrt. 147). In het onderhavige geval heeft de advocaat zich per brief van 22 juni 2007 - en dus nog binnen de in art. 437 lid 2 Sv bepaalde termijn - tot de griffier van de Hoge Raad gewend met het verzoek haar de ontbrekende pleitnota te doen toekomen. De pleitnota van 31 mei 2006 is echter niet opgedoken, zodat het middel slaagt.

4. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad het bestreden arrest zal vernietigen en de zaak zal terugwijzen naar het gerechtshof te Amsterdam teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

1 Deze zaak hangt samen met de zaak tegen dezelfde verdachte nr. 01157/07 waarin ik ook vandaag concludeer.