Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2009:BJ8339

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
13-11-2009
Datum publicatie
13-11-2009
Zaaknummer
08/04205
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2009:BJ8339
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

WSNP. Beëindiging schuldsaneringsregeling zonder schone lei van twee (gehuwde) schuldenaren in één uitspraak (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2009-11-13
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 1342
JWB 2009/424

Conclusie

08/04205

mr. E.M. Wesseling-van Gent

Parket, 18 september 2009

Conclusie inzake:

[Verzoeker 1] en [verzoekster 2]

In deze zaak wordt onder meer de vraag aan de orde gesteld of het hof de schuldsaneringsregelingen van beide verzoekers tot cassatie in één uitspraak mocht beëindigen.

1. Feiten en procesverloop(1)

1.1 De rechtbank 's-Gravenhage heeft bij vonnis van 21 maart 2005 ten aanzien van verzoekers tot cassatie, [verzoeker 1] en [verzoekster 2], de definitieve schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard. Deze schuldsaneringsregeling is op voordracht van de rechter-commissaris bij vonnis van de rechtbank van 18 april 2008 zonder verlening van de schone lei beëindigd op de grond dat [verzoeker 1] en [verzoekster 2] toerekenbaar zijn tekortgeschoten in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregelingen voortvloeiende verplichtingen, met name de sollicitatie- en informatieplicht(2).

1.2 Bij op 24 april 2008 ter griffie van het gerechtshof te 's-Gravenhage ingekomen verzoekschrift zijn [verzoeker 1] en [verzoekster 2] van dit vonnis in hoger beroep gekomen. Zij hebben daarbij het hof verzocht het beroepen vonnis te vernietigen.

1.3 Het hof heeft de zaak op 18 september 2008 behandeld in aanwezigheid van [verzoeker 1] en [verzoekster 2], hun advocaat, een tolk en de bewindvoerster.

1.4 Vervolgens heeft het hof het vonnis van de rechtbank bij arrest van 25 september 2008 bekrachtigd.

1.5 [Verzoeker 1] en [verzoekster 2] hebben tegen dit arrest tijdig(3) beroep in cassatie ingediend. De bewindvoerster heeft geen verweer gevoerd.

2. Bespreking van de cassatiemiddelen

2.1 Het cassatieberoep bevat vijf middelen die zich alle richten tegen rechtsoverweging 6 waarin het hof als volgt heeft geoordeeld:

"Het hof overweegt dat van personen ten aanzien van wie de schuldsanering is uitgesproken wordt verwacht dat zij zich tot het uiterste inspannen om te voldoen aan de daaraan verbonden verplichtingen. De schuldsaneringsregeling veronderstelt een inspanning van de schuldenaar om in het tijdvak waarop de schuldsaneringsregeling van toepassing is zich zoveel mogelijk inkomsten te verwerven waarmee de schuldeisers kunnen worden voldaan. Deze inspanningsverplichting om inkomsten te verwerven komt concreet tot uitdrukking in een sollicitatieplicht. Schuldenaren zonder betaald werk hebben een sollicitatieplicht, tenzij de rechter-commissaris daarvoor een ontheffing heeft gegeven. Appellanten hebben geen, althans onvoldoende, aantoonbare inspanningen verricht tot het vinden van werk. Dat [verzoeker 1] door de GSD in maart 2006 was vrijgesteld van de sollicitatieplicht en dat [verzoekster 2] eerst een cursus Nederlands en andere opleidingen zou moeten volgen alvorens toe te treden tot de arbeidsmarkt, doet daar niet aan af. Een schuldenaar kan aan mededelingen van GSD omtrent de vrijstelling van de sollicitatieplicht voor de Wwb niet het gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen dat ook door de rechtbank bij de toepassing van de Faillissementswet een vrijstelling van de sollicitatieplicht wordt aangenomen; daarover beslist immers de rechter-commissaris die zijn beslissing baseert op andere rechtsregels dan die de GSD hanteert. Gesteld noch gebleken is evenwel dat aan appellanten door de rechter-commissaris ontheffing van de sollicitatieplicht is verleend. Bovendien volgt uit het medisch rapport dat [verzoeker 1] gedeeltelijk arbeidsgeschikt is en niet dat hij volledig is afgekeurd, zoals door [verzoeker 1] ter zitting is aangevoerd. Daarnaast hebben appellanten niet, althans onvoldoende, voldaan aan de informatieplicht. Het medisch rapport van [verzoeker 1] is meerdere malen door de bewindvoerder opgevraagd en is eerst ter zitting i[n] hoger beroep overgelegd. Voor zover appellanten vanwege het niet of onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal niet hebben begrepen wat van hen werd verwacht, had het op hun weg gelegen zich te laten bijstaan door iemand die het Nederlands wel voldoende beheerst. In de door appellanten aangevoerde omstandigheden ziet het hof geen aanleiding om aan te nemen dat het tekortschieten niet aan appellanten is toe te rekenen dan wel dat het tekortschieten, vanwege zijn geringe betekenis, buiten beschouwing gelaten dient te worden. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het bestreden vonnis dient te worden bekrachtigd."

2.2 Middel 1 valt uiteen in twee klachten. Volgens de eerste klacht had het hof het vonnis van de rechtbank ambtshalve moeten vernietigen omdat - zakelijk weergegeven - art. 350 lid 1 Fw veronderstelt dat iedere schuldenaar recht heeft op een eigen procedure zodat niet in één vonnis kan worden beslist over beëindiging van de schuldsaneringsregelingen van twee schuldenaren en deze bepaling van openbare orde is. De tweede klacht houdt in dat thans niet kan worden achterhaald op grond waarvan de schuldsaneringsregeling van respectievelijk [verzoeker 1] en [verzoekster 2] is beëindigd.

Middel 2 bouwt op de eerste klacht van middel 1 voort en betoogt dat nu art. 350 Fw van openbare orde is de Hoge Raad het bestreden arrest primair ambtshalve moet casseren en subsidiair op verzoek van [verzoeker 1] en [verzoekster 2].

2.3 Ik behandel beide middelen gezamenlijk.

Uit de stukken blijkt dat [verzoeker 1] en [verzoekster 2] met elkaar zijn gehuwd en op hetzelfde adres staan ingeschreven, alsmede dat zij bij één verzoekschrift in hoger beroep zijn gekomen van het vonnis van de rechtbank waarbij de schuldsaneringsregeling ten aanzien van hen beiden is beëindigd. Uit het overgelegde - onvolledige - dossier kan ik niet afleiden of zij beiden destijds ook bij één verzoekschrift de schuldsanering hebben verzocht.

Daargelaten dat de in de eerste klacht van middel 1 geformuleerde regel geen steun vindt in het recht, mocht het hof de zaken in ieder geval in één uitspraak afdoen nu [verzoeker 1] en [verzoekster 2] bij één verzoekschrift in hoger beroep zijn gekomen van het vonnis van de rechtbank.

2.4 Wat betreft de inhoudelijke beoordeling dient uitgangspunt te zijn dat bij echtelieden en - zo meen ik - meer in het algemeen bij verschillende verzoekers, het toepassen dan wel beëindigen van de schuldsaneringsregeling in één uitspraak kan geschieden mits ten aanzien van elke schuldenaar individueel wordt bezien of er voldoende aanleiding bestaat voor de toepassing dan wel beëindiging van de schuldsaneringsregeling(4).

Zowel rechtbank als hof hebben voormeld uitgangspunt toegepast en hebben geoordeeld dat zowel [verzoeker 1] als [verzoekster 2] beiden niet hebben voldaan aan de sollicitatie- en informatieplicht. Dat deze tekortkomingen op dezelfde gronden rusten, doet daaraan niet af.

De middelen 1 en 2 falen mitsdien.

2.5 Middel 3 klaagt dat het hof ten onrechte geen rekening heeft gehouden met het besluit van 8 maart 2006 van het College van Burgemeesters en Wethouders van de gemeente Leidschendam-Voorburg waarbij [verzoeker 1] zou zijn(5) vrijgesteld van onder meer de sollicitatieplicht en ten onrechte wel met het advies van 3 maart 2006 van [betrokken 1] van de Gewestelijke Gezondheidsdienst (GSD) dat daaraan ten grondslag zou hebben gelegen.

2.6 Ook de middelen 4 en 5 richten klachten tegen het oordeel van het hof dat zowel [verzoeker 1] als [verzoekster 2] niet hebben voldaan aan de sollicitatieplicht.

Geen klachten zijn evenwel gericht tegen het oordeel van het hof dat beiden ook niet althans onvoldoende hebben voldaan aan de informatieplicht. Daarmee blijft de andere grond waarop het hof zijn oordeel heeft gebaseerd dat [verzoeker 1] en [verzoekster 2] toerekenbaar zijn tekortgeschoten in de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen, in stand. Het belang bij de behandeling van de middelen 3-5 ontbreekt derhalve.

2.7 Nu alle middelen falen, dient het cassatieberoep te worden verworpen. Dit kan m.i., in ieder geval ten aanzien van de middelen 3-5, met toepassing van art. 81 RO.

3. Conclusie

De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden

A-G

1 Zie het arrest van het hof Den Haag van 25 september 2008, p. 1

2 Zie het vonnis van de rechtbank Den Haag van 18 april 2008, p. 2

3 Het cassatieverzoekschrift is op 3 oktober 2008 ter griffie van de Hoge Raad ingekomen.

4 Zie o.m. HR 4 juni 2004, NJ 2004, 638

5 Alleen de eerste pagina van dit besluit is overgelegd.