Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2009:BJ6953

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
03-11-2009
Datum publicatie
04-11-2009
Zaaknummer
08/01712 P
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2009:BJ6953
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Profijtontneming. De volledige toerekening van het verkregen w.v.v. is zonder nadere motivering niet begrijpelijk, in aanmerking genomen dat in de strafzaak ten laste van betrokkene bewezen is verklaard dat hij de hennepplanten tezamen en in vereniging met een ander of anderen heeft geteeld (vgl. HR LJN BD4860).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 1324
JOW 2010, 19
NJB 2009, 2101

Conclusie

Nr. 08/01712 P

Mr Jörg

Zitting 1 september 2009 (bij vervroeging)

Conclusie inzake:

[Betrokkene = verzoeker]

1. Het gerechtshof te Arnhem, heeft bij arrest van 15 oktober 2007 aan verzoeker de verplichting opgelegd om een bedrag van € 49.381, 68 aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

2. Namens verzoeker heeft mr. M.W.G.J. IJseldijk, advocaat te Arnhem, bij schriftuur één middel bestaande uit 3 subklachten van cassatie voorgesteld.

3. De eerste klacht houdt in dat het hof ten onrechte geen rekening heeft gehouden met het feit dat het hof in de hoofdzaak heeft vastgesteld dat het feit is gepleegd door twee personen. Het berekende voordeel had volgens de steller van het middel ponds-ponds gelijk verdeeld moeten worden.

4. Deze klacht betreft een verweer dat thans voor het eerst in cassatie wordt aangevoerd en daarom buiten bespreking moet blijven.

5. In de tweede plaats klaagt het middel over 's hofs vaststelling dat er twee oogsten hebben plaatsgevonden.

6. 's Hofs vaststelling dat er twee oogsten hebben plaatsgevonden, is blijkens het arrest gebaseerd op een aantal omstandigheden. De tijd dat de hennepplantage in werking is geweest, de gemiddelde oogsttijd, de grootte van de aangetroffen hennepplanten, het aantreffen van verdroogde hennepbladeren en het stof op de apparatuur. Dat het hof alléén is uitgegaan van het op de apparatuur aangetroffen stof zou zijn uitgegaan mist derhalve feitelijke grondslag. Gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden is 's hofs oordeel dat er (tenminste) tweemaal is geoogst niet onbegrijpelijk.

7. Ten slotte bevat het middel de klacht dat het hof slechts € 10.000 als voordeel had mogen rekenen nu dat het bedrag is dat aan verzoeker is kwijtgescholden in ruil voor het op zijn naam stellen van de hennepplantage. Ook dit verweer is in feitelijke aanleg niet gevoerd zodat het eveneens tardief is.

8. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81 RO ontleende overweging. Ambtshalve gronden waarop Uw Raad de aangevallen beslissing zou moeten vernietigen heb ik niet aangetroffen.

9. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

A-G