Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2009:BJ6931

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
03-11-2009
Datum publicatie
04-11-2009
Zaaknummer
08/00670
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2009:BJ6931
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Bewijsklacht opzet op medeplichtigheid hennepteelt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 1311
NJ 2010, 335

Conclusie

Nr. 08/00670

Mr. Vellinga

Zitting: 1 september 2009 (bij vervroeging)(1)

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch wegens "medeplichtigheid aan het medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod" veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden en tot een geldboete van € 2.000,--, subsidiair veertig dagen hechtenis.

2. Namens verdachte heeft mr. M.J.J.E. Stassen, advocaat te Tilburg, één middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel klaagt dat het Hof zonder nader motivering voorbij is gegaan aan de door de verdediging gevoerde verweren, en dat verdachte op onbegrijpelijke en ongemotiveerde wijze is veroordeeld.

4. Ten laste van verdachte is bewezenverklaard dat:

"onbekend gebleven personen in de periode van 27 juni 2005 tot en met 22 augustus 2005 te [plaats] met elkaar opzettelijk hebben geteeld in een pand aan de [a-straat 1] een hoeveelheid van in totaal 268 hennepplanten en 11.400 hennepstekken, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 27 juni 2005 tot en met 22 augustus 2005 te [plaats] opzettelijk gelegenheid en middelen heeft verschaft door die onbekend gebleven personen voornoemd pand voor de teelt van hennepplanten ter beschikking te stellen."

5. Het bestreden arrest houdt in, voor zover van belang:

"Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Verdachte ontkent de hem tenlastegelegde - kort gezegd - medeplichtigheid tot het telen van hennep.

Het hof overweegt het volgende.

Uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de processtukken blijkt het volgende:

* verdachte heeft verschillende malen vanaf 2002 (bedrijfs)ruimtes gehuurd die hij - naar zijn zeggen - vervolgens heeft onderverhuurd aan anderen, in welke ruimtes vervolgens hennepkwekerijen zijn aangetroffen (dossiernummer PL2233/05-007598A: in 2002 in [plaats A], pagina's 29-30, in 2003 in [plaats B], pagina's 33-34, in 2004 te [plaats C], pagina 36, in 2004 te [plaats D], pagina's 34-35);

* verdachte heeft in 2002-2003 te [plaats E] zelf een hennepkwekerij gehad (verklaring verdachte ter terechtzitting in hoger beroep en verklaring van de verdachte d.d. 9 januari 2003, dossiernummer PL2233/05-007598A. pagina's 31-33);

* verdachte heeft op 15 mei 2004 een bedrijfsruimte (loods) aan de [a-straat 1] te [plaats] gehuurd voor EUR 14.000,- exclusief BTW per jaar van een zekere [betrokkene 3]. Verdachte heeft deze ruimte gehuurd om - naar zijn zeggen - sterrenkijkers te produceren. Verdachte is verschillende malen in gebreke geweest bij het betalen van zijn huurpenningen aan [betrokkene 3] (verklaring verdachte ter terechtzitting in hoger beroep, tevens verklaring van de verdachte d.d. 1 september 2005, dossiernummer 05-007598, pagina's 40-41);

* verdachte heeft vervolgens de van [betrokkene 3] gehuurde loods onderverhuurd aan - naar zijn zeggen - twee personen die de loods zouden gebruiken voor het opslaan van meubels. Verdachte kende - naar zijn zeggen - geen adresgegevens van deze personen en had evenmin hun telefoongegevens. Verdachte beschikte slechts over een kopie van een identiteitsbewijs waarop een foto met een man erop te zien was die leek op één van de huurders (verklaring verdachte ter terechtzitting in hoger beroep);

* verdachte heeft [betrokkene 3] niet om toestemming gevraagd om de loods te mogen onderverhuren, noch was hem dit contractueel toegestaan (verklaring verdachte ter terechtzitting in hoger beroep);

* ook in deze loods is een hennepkwekerij aangetroffen, d.d. 22 augustus 2005 (dossiernummer 05-007598, pagina's 24-25);

* verdachte heeft geen controle uitgeoefend op het gebruik van de loods door de onderhuurders (verklaring verdachte ter terechtzitting in hoger beroep).

Het hof overweegt dat verdachte - door de loods onder te verhuren aan personen die hij niet kende of kon traceren en gezien in het licht van zijn bovengenoemde ervaring met hennepkwekerijen - willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat in genoemde loods een hennepkwekerij zou worden opgezet. Het hof acht derhalve (voorwaardelijk) opzet op medeplichtigheid aan het opzettelijk kweken van hennep, bewezen."

6. Het Hof heeft bewezenverklaard dat de verdachte opzettelijk gelegenheid en middelen heeft verschaft tot het plegen van een misdrijf, te weten hennepteelt, door het ter beschikking stellen van een pand. Voor een dergelijke bewezenverklaring is vereist dat niet alleen bewezen wordt dat verdachtes opzet gericht was op het verschaffen van gelegenheid en middelen als bedoeld in art. 48, aanhef en onder 20, Sr maar tevens dat verdachtes opzet al dan niet in voorwaardelijke vorm was gericht op het misdrijf.(2)

7. Het oordeel van het Hof komt er op neer dat de verdachte bewust het risico op de koop toe heeft genomen dat hij de door hem gehuurde loods beschikbaar stelde voor het telen van hennep omdat hij deze verhuurde aan onbekende of niet te traceren personen terwijl hij eerder had ervaren dat in door hem onderverhuurde loodsen in de jaren 2002 - 2004 vier maal een hennepkwekerij is aangetroffen.

8. Naar mijn oordeel is deze motivering niet toereikend. In zijn algemeenheid kan uit de onderverhuur van een loods aan een onbekende of niet te traceren persoon niet worden afgeleid dat bewust het risico op de koop wordt toegenomen dat de loods beschikbaar wordt gesteld voor het telen van hennep. Waarom immers zou de onderverhuurder specifiek dat risico lopen? Onder omstandigheden kan dit anders zijn. Daartoe wijst het Hof erop dat eerder door de verdachte loodsen zijn onderverhuurd en daarin vier maal een hennepkwekerij is aangetroffen. Die omstandigheid acht ik echter niet toereikend. Van de omstandigheden waaronder door verdachte loodsen zijn onderverhuurd waarin eerder hennepkwekerijen zijn aangetroffen is verder niets bekend. Zo is van wezenlijk belang of het in die gevallen ook ging om onderverhuur aan onbekende of niet te traceren personen. Zou dat het geval zijn geweest, dan ligt juist daarin een aanwijzing voor het in het onderhavige geval bewust op de koop toenemen van onderverhuur ten behoeve van het telen van hennep. Zou dat anders zijn geweest dan niet. Bovendien is niet bekend of verdachte veelvuldig loodsen onderverhuurde en de aanwezigheid van een hennepkwekerij in een door hem onderverhuurde loods een uitzondering op de regel was of juist niet. Evenmin is bekend of de loodsen die de verdachte onderverhuurde en waarin in de jaren 2002 - 2004 een hennepkwekerij is aangetroffen reeds gedurende lange tijd waren onderverhuurd toen er een hennepkwekerij in werd aangetroffen of dat deze loodsen ten tijde van de ontdekking van de hennepkwekerijen recent door de verdachte waren gehuurd en onderverhuurd. In het laatste geval zou in casu eerder van bewust op de koop toenemen van de aanwezigheid van de hennepkwekerij kunnen worden gesproken dan in het eerste geval.

9. Het Hof heeft niet meegewogen dat de verdachte onderverhuurde hoewel hij daartoe van de verhuurder, anders dan was overeengekomen, geen toestemming had gekregen en hij de onderverhuur dus voor deze verborgen hield. Kennelijk is van een dergelijke handelwijze in de eerdere gevallen van aantreffen van een hennepkwekerij in een door de verdachte onderverhuurde loods niets bekend, althans heeft het Hof in het verborgen houden van de onderverhuur voor de verhuurder geen specifieke aanwijzing gezien voor het bewust op de koop toenemen van het verschaffen van gelegenheid en middelen voor het telen van hennep door het pand onder te verhuren. Dat acht ik niet onbegrijpelijk. Het ligt immers niet voor de hand dat iemand die bewust het risico op de koop toeneemt dat hij met het onderverhuren van een loods gelegenheid en middelen verschaft voor het verboden telen van hennep, de aandacht van de verhuurder op zich vestigt door meermalen te verzuimen de huur te betalen. Het tegendeel lijkt mij eerder het geval.

10. Het Hof heeft evenmin meegewogen dat de verdachte geen controle op het gebruik van de door hem onderverhuurde loods uitoefende. Ook dat acht ik niet onbegrijpelijk. Een verhuurder is niet verplicht controle uit te oefenen op het gebruik van het verhuurde met het oog op het voorkomen van het plegen van strafbare feiten in het verhuurde.

11. Ook anderszins kan het bewezenverklaarde (voorwaardelijk) opzet niet uit de gebezigde bewijsmiddelen worden afgeleid.

12. Aan de klacht dat het Hof is voorbijgegaan aan in de toelichting op het middel genoemde verweren ga ik voorbij. Uit het proces-verbaal van de terechtzitting blijkt niet dat die verweren voor het Hof zijn gevoerd.

13. Het middel slaagt.

14. Voor de goede orde vermeld ik nog dat het cassatieberoep is ingesteld op 1 juni 2007, zodat de redelijke termijn in cassatie is overschreden. In het geval de Hoge Raad het cassatieberoep zou verwerpen is er grond de straf ambtshalve te verminderen. Ambtshalve heb ik overigens geen gronden aangetroffen waarop het bestreden arrest zou dienen te worden vernietigd.

15. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing naar het Hof dan wel verwijzing naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Het cassatieberoep is ingesteld op 1 juni 2007. Zie ook onder 14.

2 Vgl. HR 13 november 2001, LJN AD4372, NJ 2002, 245 en HR 2 oktober 2007, LJN BA7932, NJ 2007, 553.