Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2009:BJ3538

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
13-10-2009
Datum publicatie
14-10-2009
Zaaknummer
08/00189
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2009:BJ3538
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Medeplegen. Tegen de achtergrond van 's Hofs vaststellingen, geeft het oordeel van het Hof dat verdachte zo bewust en nauw met haar dochter heeft samengewerkt dat sprake is van diefstal door twee verenigde personen, gevolgd van geweld tegen personen, geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel is evenmin onbegrijpelijk. De bewezenverklaring is dus voldoende met redenen omkleed.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 1246

Conclusie

Nr. 08/00189

Zitting: 7 juli 2009

Mr. Vellinga

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch wegens "diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt begaan door twee of meer verenigde personen" veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 112 uur, subsidiair 56 dagen hechtenis.

2. Namens verdachte heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, twee middelen van cassatie voorgesteld.

3. De middelen klagen dat niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat de verdachte de bewezenverklaarde diefstal met geweld heeft gepleegd tezamen en in vereniging met haar dochter.

4. Bij de bespreking van de middelen heeft de verdachte geen belang. Ook wanneer de deelname van verdachtes dochter aan de diefstal met geweld niet bewezen zou kunnen worden komt de hoogte van de opgelegde straf bij benadering niet in de buurt van de ten hoogste op diefstal met geweld gestelde straf (art. 312 lid 1 Sr), terwijl het Hof in de overwegingen met betrekking tot de opgelegde straf niet in zijn oordeel heeft betrokken dat verdachte het feit met haar dochter heeft gepleegd.

5. De middelen kunnen worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering.

6. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG