Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2009:BJ1755

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
07-07-2009
Datum publicatie
09-07-2009
Zaaknummer
09/00640 H
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2009:BJ1755
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Herziening. Op de in de conclusie AG genoemde gronden moet de door aanvrager gestelde omstandigheid worden aangemerkt als een omstandigheid a.b.i. art. 457.1.2┬║ Sv. Aanvraag gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 937

Conclusie

Nr. 09/00640 H

Mr. Machielse

Zitting 26 mei 2009

Conclusie inzake:

[Aanvrager]

1. De Politierechter te Haarlem heeft aanvrager op 19 maart 2008 voor "opzettelijk handelen in strijd met het in art. 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd", bij verstek veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden. Tevens heeft de politierechter in beslag genomen voorwerpen verbeurd verklaard. Deze uitspraak is inmiddels onherroepelijk.

2. Mr. G.W. van der Zee, advocaat te Groningen, heeft een aanvraag tot herziening van deze uitspraak ingediend. De aanvraag voert drie omstandigheden als novum aan die erop wijzen dat een ander zich voor aanvrager heeft uitgegeven. Van die omstandigheden kan blijken uit de aangehechte bewijsmiddelen.

3. In de eerste plaats wordt erop gewezen dat de verbalisanten die op 6 juli 2007 de op 5 juli 2007 te Beverwijk aangehouden verdachte hebben gehoord aanvrager niet hebben herkend als degene die indertijd is aangehouden en die heeft opgegeven te zijn [Aanvrager]. De tweede omstandigheid die wijst op een persoonsverwisseling is dat op 17 juni 2007 [betrokkene 1], geboren op [geboortedatum] 1973, is aangehouden bij een verkeerscontrole en aan de hand van een rijbewijs is geïdentificeerd. De verbalisant die de verkeerscontrole uitvoerde is nadien geconfronteerd met een foto van de op 6 juli 2007 gehoorde verdachte en heeft verklaard dat de persoon die op deze foto is afgebeeld een grote gelijkenis vertoont met de door hem gecontroleerde [betrokkene 1]. Tot slot blijken de vingerafdrukken van aanvrager niet overeen te komen met de vingerafdrukken van de persoon die op 5 juli 2007 te Beverwijk is aangehouden.

4. Aldus worden in de aanvraag omstandigheden van feitelijke aard aangevoerd, blijkend uit bewijsmiddelen, waaruit het ernstige vermoeden is af te leiden dat de politierechter, ware hij bekend geweest met deze omstandigheden, verdachte niet zou hebben veroordeeld maar hem zou hebben vrijgesproken.

5. Deze conclusie strekt ertoe dat Uw Raad de aanvraag gegrond zal verklaren, voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het gerechtshof te Amsterdam opdat de zaak op de voet van art. 467, eerste lid, Sv opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden