Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2009:BI4732

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
07-07-2009
Datum publicatie
09-07-2009
Zaaknummer
07/12574
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2009:BI4732
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

HR: 81 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 935

Conclusie

Nr. 07/12574

Zitting: 19 mei 2009 (bij vervroeging)

Mr. Vellinga

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch wegens "openlijk geweld plegen tegen personen en goederen" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, waarvan één maand voorwaardelijk. Voorts heeft het Hof de vorderingen van de benadeelde partijen toegewezen tot de bedragen als in het arrest vermeld en voor die bedragen schadevergoedingsmaatregelen opgelegd als in het arrest vermeld.

2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 07/11370, 07/12573 en 07/12574. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.

3. Namens verdachte heeft mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, één middel van cassatie voorgesteld.

4. Het middel klaagt over de verwerping van een verweer waarbij de vorderingen van de benadeelde partijen werden betwist.

5. Het middel heeft het oog op hetgeen verdachtes raadsman als volgt heeft aangevoerd:

"(...) Tegen de vorderingen zijn diverse civielrechtelijke verweren aan te voeren. Het is maar zeer de vraag of de civiele rechter in de onderhavige zaken tot aansprakelijkheid zou komen. Toewijzing van de vorderingen dient dan ook achterwege te blijven.

De advocaat-generaal heeft veel gezegd over de groepsaansprakelijkheid op grond van BW art. 6:166. Ik meen dat die bepaling uitsluitend de aansprakelijkheidsvraag betreft. Die bepaling is van een heel andere orde dan BW art. 6:98. Hier dient de vraag te worden gesteld of de veroorzaakte schade ook kan leiden tot een betalingsverplichting. De causaliteitsvraag blijft in stand. Om tot een betalingsverplichting te kunnen komen dient causaal verband tussen de gedraging en het resultaat te bestaan. Voor de goede orde meld ik dat mijn cliënt de opgevoerde schade betwist. Voor zover die schade zou zijn geleden betwist hij dat die hem kan worden toegerekend. Het uitgangspunt moet zijn dat er wel degelijk dient te worden geïndividualiseerd. Cliënt heeft ongericht een aantal stenen gegooid. Daardoor is geen schade ontstaan. In een civiele procedure ligt de bewijslast bij de gelaedeerde. In het civiele geding moet de benadeelde aantonen dat zij schade heeft geleden. Dat is een zware civielrechtelijke opgave, niet geschikt voor behandeling in het strafrecht. Het gaat om de vraag welke mate van schuld kan worden vastgesteld en welke hoogte van schadevergoeding daarbij past. Dit geldt met name ten aanzien van het bewijs dat de verweten gedragingen een bepaalde schade hebben veroorzaakt. Cliënt heeft zich slechts zeer kort op de plaats delict bevonden. Voor zover cliënt niet meer ter plaatse was, maakte hij geen deel uit van de groep die de schade heeft veroorzaakt. Je kunt niet zeggen: "Je hebt op enig moment deel uitgemaakt van een groep die op verschillende plaatsen schade heeft veroorzaakt, dus ben je aansprakelijk voor alle schade die door gedragingen van die groep voordien of nadien is veroorzaakt." De vorderingen zijn niet geschikt voor behandeling in het strafproces. De strafvorderlijke procedure is niet bedoeld voor omzeiling van moeilijke civielrechtelijke problemen. Cliënt dient niet op te draaien voor gebeurtenissen waar hij niets mee van doen heeft. Ik ben het niet eens met de redenering van de advocaat-generaal. In een civiele procedure beslaat nog altijd de mogelijkheid voor cliënt om tegenbewijs te leveren dat hem alsnog zou kunnen disculperen. Die mogelijkheid ontbreekt nu. Inhoudelijk gezien schort het nogal aan de onderbouwing van de diverse schadeposten. De geclaimde immateriële schade is gebaseerd op letselschade. De medische verklaringen die dat zouden moeten onderbouwen ontbreken echter in het dossier. Voor zover die onderbouwing ontbreekt, moet ervan worden uitgegaan dat die schade zich niet heeft voorgedaan. De vorderingen zijn in zoverre te onvoldoende onderbouwd.

(...)

De advocaat-generaal zegt dat op het moment dat een lid van de groep is geïdentificeerd, de aansprakelijkheid vaststaat. Dat is niet het geval. Voor degenen die zich reeds hebben verwijderd van de groep voordat schade wordt veroorzaakt, valt de aansprakelijkheid voor die later veroorzaakte schade weg. Dat geldt in het kader van zowel BW art. 6:166 als artikel 141 Wetboek van Strafrecht. Daar gaat de advocaat-generaal te makkelijk aan voorbij. "Samen knokken, samen dokken", gaat niet altijd op. De advocaat-generaal zal hard moeten maken wanneer de gevorderde schade is ontstaan. (...)"

6. Het Hof heeft te dier zake overwogen:

"Overweging ten aanzien van de hierna te melden schadevergoedingsmaatregelen en vorderingen van de benadeelde partijen

Artikel 6:166 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat indien een van tot een groep behorende personen onrechtmatig schade toebrengt en de kans op het aldus toebrengen van schade deze personen had behoren te weerhouden van hun gedragingen in groepsverband, zij hoofdelijk aansprakelijk zijn indien deze gedragingen hun kunnen worden toegerekend. Gelet op de omstandigheid dat verdachte openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen personen en goederen door deel te nemen aan de voetbalrellen die zich op 24 april 2006 in de onmiddellijke omgeving van het stadion te Breda hebben afgespeeld, kan de hierna te melden schade die tijdens de rellen aan personen en goederen is toegebracht, aan verdachte worden toegerekend en is hij daarvoor hoofdelijk aansprakelijk."

7. In de toelichting op het middel wordt geklaagd dat het Hof door slechts in algemene zin te overwegen dat de verdachte aan de voetbalrellen heeft deelgenomen en daarom aansprakelijk is voor de in groepsverband veroorzaakte schade, het aangehaalde verweer niet afdoende heeft besproken. Het Hof had moeten individualiseren door per (schade)geval vast te stellen of de verdachte deel uitmaakte van de groep die de betreffende schade veroorzaakte.

8. Het gaat er bij art. 6:166 BW onder meer om dat zich een groep heeft gevormd en dat bepaalde gedragingen in groepsverband plaatsvonden van zodanige aard dat a kans op het aldus toebrengen van schade ontstaat en b die kans de tot de groep behorende personen van hun gedragingen in groepsverband had behoren te weerhouden.(1) Zulks in aanmerking genomen alsmede dat ten laste van de verdachte bewezen is verklaard dat hij in vereniging met anderen geweld heeft gepleegd tegen de in de bewezenverklaring vermelde personen en goederen, getuigt 's Hofs oordeel dat de vorderingen van de benadeelde partijen betreffende rechtstreeks door dit bewezenverklaarde feit toegebrachte schade (vgl. art. 361, tweede lid, onder b, Sv) voor toewijzing vatbaar zijn niet van een onjuiste rechtsopvatting, en is dat oordeel evenmin onbegrijpelijk.

9. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering.

10. Ambtshalve vraag ik aandacht voor het volgende. Verdachte heeft op 27 april 2007 beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad zal uitspraak doen nadat sedertdien meer dan 24 maanden zijn verstreken. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Zulks dient te leiden tot strafvermindering.

11. Ambtshalve heb ik overigens geen gronden aangetroffen waarop het bestreden arrest zou dienen te worden vernietigd.

12. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest voor wat betreft de hoogte van de opgelegde straf. De Hoge Raad kan de hoogte daarvan verminderen naar de gebruikelijke maatstaf. Voor het overige dient het beroep te worden verworpen.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Parl. Gesch. Boek 6, p. 1355; , R.J.B. Boonekamp, Kluwer Groene Serie, Onrechtmatige daad, art. 6:166, aant. 10.