Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2009:BI1025

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
02-06-2009
Datum publicatie
02-06-2009
Zaaknummer
08/03422
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2009:BI1025
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Vordering benadeelde partij. De opvatting dat de algemeen directeur van een rechtspersoon slechts met een bijzondere volmacht namens de rechtspersoon het in art. 51b.1 Sv bedoelde voegingsformulier kan ondertekenen en de rechtspersoon als bp in het strafproces kan vertegenwoordigen, is onjuist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 759
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 08/03422

Mr. Vellinga

Zitting: 31 maart 2009

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Verdachte is door het Gerechtshof te Amsterdam wegens "Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak" veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij [A] B.V. toegewezen tot een bedrag van € 3.315,97, vermeerderd met de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, en voor het overige afgewezen, en heeft het aan de verdachte een betalingsverplichting opgelegd.

2. Namens de verdachte heeft mr. J. Ruijs, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel klaagt dat het Hof ten onrechte de benadeelde partij ontvankelijk in haar vordering heeft geacht omdat degene die de benadeelde partij (een rechtspersoon) in de onderhavige zaak heeft vertegenwoordigd niet beschikte over een daartoe vereiste volmacht. Daartoe beroept de steller van het middel zich op het bepaalde in art. 51c Sv.

4. Art. 51c Sv luidt en luidde ten tijde van de aanvang van de onderhavige zaak als volgt:

"Zij die om in een burgerlijk geding in rechte te verschijnen, bijstand behoeven of vertegenwoordigd moeten worden, hebben om zich overeenkomstig artikel 51b te voegen, in het strafproces de bijstand of vertegenwoordiging eveneens nodig. Een machtiging van de kantonrechter, als bedoeld in artikel 349, lid 1, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek, is voor die vertegenwoordiger niet vereist. Ten aanzien van de verdachte zijn de bepalingen betreffende bijstand of vertegenwoordiging, nodig in burgerlijke zaken, niet van toepassing."

5. Art. 51c Sv heeft betrekking op personen die niet bekwaam zijn om zelfstandig in rechte op te treden, zoals een minderjarige of een onder curatele gestelde persoon.(1)

6. Rechtspersonen zijn bevoegd zelfstandig in rechte op te treden. Zij treden in gerechtelijke procedures op via hen vertegenwoordigende, daartoe volgens de wet of de statuten bevoegde natuurlijke personen.(2) Aan die eis is in het onderhavige geval kennelijk voldaan: op het voegingsformulier is vermeld dat het is ondertekend door de algemeen directeur van de rechtspersoon (vgl. art. 2:240 BW), terwijl diens bevoegdheid namens de rechtspersoon op te treden in feitelijke aanleg niet is betwist.(3)

7. Het middel faalt.

8. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Vgl. Langemeijer, Het slachtoffer in het strafproces, p. 75, Bijlsma, Handboek benadeelde partij, Kluwer, 2005, p. 66-70, 128, 129, Handboek Strafzaken, 38.3.2.1.c. Kamerstukken II, 1989-1990, 21 345, nr. 3, houdt in dat bij art. 51c in het bijzonder aan een minderjarig slachtoffer moet worden gedacht.

2 Vgl. Langemeijer, a.w., p. 75, Bijlsma, a.w. p. 128, alsmede HR 16 november 2004, NJ 2005, 45 in verband met het bepaalde in art. 51e Sv. Zie over de vertegenwoordiging van de verdachte rechtspersoon art. 528 Sv.

3 Vgl. HR 16 november 2004, NJ 2005, 45.