Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2009:BI0537

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
07-07-2009
Datum publicatie
08-07-2009
Zaaknummer
08/00285 B
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2009:BI0537
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Beklag. Niet-ontvankelijkheid beslag. Indien een vervolging niet (of nog niet) is ingesteld moet een klaagschrift uiterlijk binnen twee jaren na de inbeslagneming zijn ingediend (vgl. HR LJN BC9406).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NS 2009, 304
RvdW 2009, 954
NJB 2009, 1444

Conclusie

Nr. 08/00285 B

Mr Jörg

Zitting 7 april 2009

Conclusie inzake:

[Klager]

1. De rechtbank te Haarlem heeft verzoeker bij beschikking van 31 juli 2007 niet-ontvankelijk verklaard in zijn klaagschrift, strekkende tot opheffing van het beslag op een bedrag van € 616.332 en tot teruggave daarvan.

2. Namens verzoeker heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur één middel van cassatie voorgesteld.

3. Dat middel behelst de klacht dat de rechtbank ten onrechte op grond van art. 552a, vierde lid, Sv verzoeker niet-ontvankelijk heeft verklaard.

4. Art. 552a, vierde lid, Sv houdt in dat indien een vervolging niet of nog niet is ingesteld, het klaagschrift uiterlijk binnen twee jaar na de inbeslagneming moet worden ingediend.

5. Indien een zaak is geëindigd met een sepot zonder dat een rechter in de zaak is betrokken, is er geen sprake van een vervolgde zaak, in welk geval het klaagschrift binnen twee jaar na de inbeslagneming moet worden ingediend (cf. HR 15 april 2008, NJ 2008, 250).

6. De rechtbank heeft in de onderhavige zaak vastgesteld dat de zaak tegen klager op 13 juli 2007 door de officier van Justitie is geseponeerd. Aannemelijk is dat geen dwangmiddel tegen klager is toegepast dat duidt op een daad van vervolging. Het voorgeleidingsdossier was namelijk het einddossier.

7. Derhalve was er geen sprake was van een vervolgde zaak. Het oordeel van de rechtbank dat het klaagschrift niet tijdig is ingediend hetgeen moet leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker getuigt daarmee niet van een onjuiste rechtsopvatting noch is het oordeel onbegrijpelijk.

8. Weliswaar heeft de raadsman bij de behandeling geklaagd over de afhandeling van de zaak door het OM en heeft de officier van Justitie daaromtrent gezegd dat het verloop van de zaak geen schoonheidsprijs verdient, maar juist indien er geen schot in de zaak zit is het zaak voor de raadsman om tijdig de juiste stappen te zetten.

9. Het middel is tevergeefs voorgesteld en kan worden afgedaan met de aan art. 81 RO ontleende overweging. Ambtshalve gronden waarop Uw Raad de aangevallen beslissing zou moeten vernietigen heb ik niet aangetroffen.

10. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

A-G