Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2009:BI0256

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
07-04-2009
Datum publicatie
07-04-2009
Zaaknummer
07/12278
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2009:BI0256
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Conclusie AG over openbaarheid van de behandeling en locus delicti. HR: art. 81 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 532
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 07/12278

Mr Jörg

Zitting 17 maart 2009 (bij vervroeging)

Conclusie inzake:

[Verzoeker = verdachte]

1. Verzoeker is door het gerechtshof te Arnhem wegens overtreding van art. 2 van de Leerplichtwet 1969 veroordeeld tot 2 weken hechtenis.

2. Namens verzoeker heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur twee middelen van cassatie voorgesteld.

3. Het eerste middel houdt in dat het hof ten onrechte het onderzoek ter terechtzitting niet heeft teruggewezen nu het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg niet in het openbaar is geschied. De steller van het middel bepleit dat in een geval als het onderhavige moet worden aangesloten bij de zogenoemde kernroljurisprudentie van Uw Raad omdat ook de openbaarheid behoort tot de klassieke uitgangspunten van onze strafrechtspleging.

4. Art. 423, tweede lid, Sv houdt in dat indien de hoofdzaak niet door de rechtbank is beslist en het onderzoek daarvan gevolg moet zijn van vernietiging van het vonnis, het gerechtshof de zaak kan terugwijzen naar de rechter in eerste aanleg. De "kernrol"jurisprudentie heeft deze regel uitgebreid tot een tweetal situaties waarin eveneens tot terugwijzing dient te worden gekomen. In de eerste plaats indien de rechter in eerste aanleg niet onpartijdig moet worden geacht en in de tweede plaats indien de hoofdzaak in eerste aanleg is behandeld bij afwezigheid van een van de personen die een kernrol vervullen bij het onderzoek ter terechtzitting terwijl deze niet wettig op de hoogte is gebracht van de dag van de terechtzitting en zich evenmin een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat die dag hem tevoren bekend was (HR 27 mei 1997, NJ 1997, 566).

5. De onderhavige zaak kenmerkt zich door heel iets anders: de niet-openbaarheid van de zitting van de rechtbank, sector kanton, locatie Nijmegen. Het onderzoek ter terechtzitting tegen deze meerderjarige verdachte had in eerste aanleg in het openbaar dienen plaats te vinden. Uit door mij ingewonnen informatie is mij gebleken dat de zaak niet in het openbaar heeft plaatsgevonden omdat de zaak tegelijkertijd - mogelijkerwijs gevoegd - met die tegen de minderjarige dochter is behandeld. In zo'n geval echter dienen ofwel de zaken te worden gesplitst ofwel dient de zaak van de minderjarige ingevolge art. 495b, tweede lid Sv in het openbaar te worden behandeld. In eerste aanleg is derhalve verzuimd het rechtsgeding in het openbaar te doen plaatsvinden. Dit verzuim raakt inderdaad de klassieke uitgangspunten van onze strafrechtspleging. De openbaarheid van terechtzittingen is een belangrijke in het EVRM (art. 6) en de Grondwet (art. 191) beschermde regel. Uw Raad en het EHRM hangen aan naleving van deze regel. Echter, schending daarvan kan - anders dan in geval van vooringenomen rechters of ten onrechte niet uitgenodigde en afwezige procespartijen - worden gerepareerd in en door hoger beroep. Ik zie geen aanleiding om gebreken met betrekking tot de openbaarheid van de behandeling eveneens onder de kernroljurisprudentie te brengen, voor zover een dergelijk verzuim in eerste aanleg met de mogelijkheid van herstel in hoger beroep heeft plaats gevonden. Het hof heeft in tweede instantie door vernietiging van het vonnis en door behandeling van de zaak in alle openbaarheid dit verzuim kunnen herstellen. Het middel is daarom tevergeefs voorgesteld.

6. Het tweede middel klaagt erover dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat het hof klaarblijkelijk van oordeel is dat het feit gepleegd is in de woonplaats van de desbetreffende jongeren, en niet in de plaats waar de school is gevestigd.

7. De weergave van het oordeel van het hof is juist, evenals dat oordeel zelf. Voor een en hetzelfde feit kunnen verscheidene loci delicti gelden (zie de Hullu, Materieel strafrecht, 3e, blz. 188). Overigens zou aanknopen bij de vestigingsplaats van de onderhavige school niet tot een andere locus hebben geleid, zo leert het internet als feit van algemene bekendheid. Het middel is tevergeefs voorgesteld.

8. Beide middelen falen en kunnen worden afgedaan met de aan art. 81 RO ontleende overweging. Ambtshalve gronden waarop Uw Raad de aangevallen beslissing zou moeten vernietigen heb ik niet aangetroffen.

9. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

A-G