Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2009:BH1985

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
20-03-2009
Datum publicatie
20-03-2009
Zaaknummer
08/05309
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2009:BH1985
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Bopz; voorlopige machtiging; ontbreken van ‘eerlijk proces’ in zin van art. 6 EVRM wegens het onthouden van gegevens over eerdere inbewaringstelling; aan middel te stellen eisen (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 446
JWB 2009/97
BJ 2009/21
Verrijkte uitspraak

Conclusie

08/05309

Mr. F.F. Langemeijer

Parket, 30 januari 2009

Conclusie inzake:

[Verzoeker]

tegen

Officier van Justitie te Arnhem

1. Deze Bopz-zaak leent zich voor een verkorte conclusie. Op verzoek van de officier van justitie te Arnhem heeft de rechtbank aldaar op 25 september 2008 een voorlopige machtiging verleend om verzoeker tot cassatie (hierna: betrokkene) in een psychiatrisch ziekenhuis te doen opnemen en verblijven. Op 24 december 2008, dus tijdig, is namens betrokkene cassatieberoep ingesteld(1). In cassatie is geen verweer gevoerd.

2. Het cassatiemiddel klaagt over schending van art. 6 EVRM, te weten het ontbreken van een eerlijk proces (equality of arms). De klacht is toegelicht in één zin, die luidt: "Aan betrokkene zijn gegevens uit het dossier onthouden die tot aan de machtiging voorafgaande inbewaringstelling hebben geleid."

3. Verondersteld al dat een zodanig middel aan de eisen van art. 426a lid 2 Rv voldoet, kan de klacht niet tot cassatie leiden. Indien een gebrek zou kleven aan een voorafgaande last tot inbewaringstelling of machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling, doet dit geen afbreuk aan de geldigheid van de onderhavige voorlopige machtiging. Bovendien is in de klacht niet aangeduid welke gegevens aan betrokkene zouden zijn onthouden en in welk opzicht betrokkene hierdoor zou zijn benadeeld. Uit het overgelegde proces-verbaal blijkt niet dat bij de behandeling in eerste aanleg is geklaagd over ontbrekende stukken. De conclusie strekt dan ook tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 R.O.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden,

1 Het cassatierekest vermeldt dat het cassatieberoep op uitdrukkelijk verzoek van betrokkene is ingesteld. De advocaat heeft bij brief van 9 januari 2009 alsnog het dossier in copie ingezonden en meegedeeld dat dit hem geen aanleiding gaf het middel nader te onderbouwen en dat betrokkene geen toestemming heeft gegeven om het cassatieberoep in te trekken.