Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2009:BG4245

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
27-01-2009
Datum publicatie
28-01-2009
Zaaknummer
07/11387
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2009:BG4245
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Een raadsman die bevindt dat de processtukken niet volledig zijn, moet binnen de in art. 437.2 Sv genoemde termijn schriftelijk een verzoek om aanvulling indienen bij de rolraadsheer (vgl. HR LJN AO8819 en - thans ook - art. IV lid 3 van het Procesreglement van de Strafkamer van de HR 2008, Stcrt. 147). I.c. is niet gebleken dat de raadsman een dergelijk verzoek heeft ingediend, zodat de klacht niet tot cassatie kan leiden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2009, 148
RvdW 2009, 256
NJB 2009, 406
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 07/11387

Mr. Machielse

Zitting 11 november 2008

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft verdachte op 13 februari 2007 bij verstek voor vermogensdelicten veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden.

2. Verdachte heeft cassatie ingesteld. Mr. R.A. Oliemans, advocaat te Bergen op Zoom, heeft in cassatieschriftuur ingezonden waarin ik drie klachten ontwaar.

3. De derde klacht verwijt het hof dat het niet is ingegaan op een verweer dat verdachte tegenover de politie zou hebben geuit en ziet over het hoofd dat geen rechtsregel de rechter verplicht om in te gaan op verweren die niet uitdrukkelijk ter terechtzitting aan de rechter zijn gepresenteerd.

4. Het tweede middel klaagt dat het arrest niet de inhoud der gebezigde bewijsmiddelen bevat. Evenmin is een aanvulling op het verkort arrest opgemaakt.

Deze klacht is terecht voorgesteld.

5.1. Het eerste middel klaagt over de uitreiking van de inleidende dagvaarding en van de dagvaarding in hoger beroep. De inleidende dagvaarding is niet uitgereikt aan het detentieadres. Volgens de steller van het middel was verdachte gedetineerd op het moment van die uitreiking. Ook de appeldagvaarding zou niet juist zijn uitgereikt.

5.2. De appeldagvaarding is op 26 oktober 2006 aan verdachte in persoon in het huis van bewaring te Middelburg, waar verdachte uit andere hoofde gedetineerd zat, uitgereikt. Er is dus geen grond voor nietigverklaring van die dagvaarding. De inleidende dagvaarding is trouwens op 25 januari 2006 ook aan verdachte in persoon uitgereikt.

Dit middel faalt in al zijn onderdelen.

6. Het tweede middel is terecht voorgesteld. Het eerste en derde middel falen en kunnen met de aan art. 81 RO ontleende motivering worden verworpen.

7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof te `s-Gravenhage teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden