Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2008:BG5801

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
02-12-2008
Datum publicatie
02-12-2008
Zaaknummer
07/13033 H
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2008:BG5801
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Herziening. Bij de aanvrage is overgelegd een verklaring van NN Schadeverzekering Maatschappij N.V., waaruit blijkt dat op 19-7-2006 voor het motorvoertuig met het kenteken AA-00-BB wel een verzekering overeenkomstig de WAM van kracht was. Aan de inhoud van dit stuk, totstandgekomen en afgegeven nadat de Kr uitspraak had gedaan, valt het ernstige vermoeden te ontlenen, dat de Kr, ware hij daarmee bekend geweest, aanvrager van het hem tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 891
RvdW 2009, 28
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 07/13033 H

Mr Machielse

Zitting 30 september 2008

Conclusie inzake:

[Aanvrager]

1. De kantonrechter te Utrecht heeft verdachte bij vonnis op tegenspraak op 12 juli 2007 gewezen voor "als degene aan wie het kenteken is opgegeven voor een motorrijtuig (voertuig) waarvoor een kentekenbewijs is afgegeven niet een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen sluiten en in stand houden", veroordeeld tot een geldboete van € 500,00 subsidiair tien dagen hechtenis, alsmede tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Tegen dat vonnis is geen rechtsmiddel ingesteld.

2. Mr. F.J.E. Hogewind, advocaat te Amsterdam, heeft een aanvraag tot herziening van dat vonnis ingediend. De aanvraag berust op de stelling dat de auto met het kenteken [AA-00-BB] op 19 juli 2006 wel verzekerd was. Als bewijsmiddel is bijgevoegd een geschrift gedateerd van 10 augustus 2007, houdende een verklaring ex artikel 34 WAM met als inhoud dat op 19 juli 2006 voor het motorrijtuig voorzien van het kenteken [AA-00-BB] een verzekering van kracht was welke aan de op die datum door of krachtens de WAM gestelde eisen voldeed. Het geschrift meldt de naam van de verzekeraar en het polisnummer.

3. In de aanvrage wordt gesteld dat verdachte ter terechtzitting van de kantonrechter op 12 juli 2007 zou hebben aangegeven dat hij op 19 juli 2006 wel verzekerd was en dat hij op 26 mei 2007 zijn verzekeraar schriftelijk heeft verzocht dit schriftelijk te bevestigen maar dat hij nog steeds in afwachting was van de brief van de verzekeraar. Op 11 augustus 2007 zou verzoeker de brief van de verzekeraar hebben ontvangen.

4. Het bestaan van een artikel-34-WAMverklaring over de verzekering van de auto op 19 juli 2006 is in verband met de vroegere geleverde bewijzen met de uitspraak niet bestaanbaar. Als de kantonrechter had geweten dat zo een verklaring kon worden afgegeven zou een veroordeling niet in de rede hebben gelegen, zodat het ernstige vermoeden bestaat dat zodanige wetenschap de kantonrechter tot een vrijspraak voor dit feit zou hebben gevoerd.

5. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de aanvraag tot herziening gegrond zal verklaren, voorzover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis van de kantonrechter in de rechtbank te Utrecht van 12 juli 2007 zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak op de voet van artikel 467, eerste lid, Sv opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden