Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2008:BG4975

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
19-12-2008
Datum publicatie
19-12-2008
Zaaknummer
08/01258
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2008:BG4975
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

WSNP; tussentijdse beëindiging van toepassing van schuldsaneringsregeling (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 992
RvdW 2009, 98
JWB 2008/548
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 08/01258

Mr. D.W.F. Verkade

Parket 14 november 2008

Conclusie inzake:

[Verzoeker]

1. Inleiding

1.1. Deze WSNP-zaak komt m.i. in aanmerking voor een verkorte bespreking.

2. Feiten en procesverloop

2.1. Voor de feiten ten aanzien van verzoeker [verzoeker] kan verwezen worden naar rov. 3.1 van het (ten deze niet) bestreden arrest van het hof.

2.2. Bij vonnissen van de rechtbank Utrecht van 20 maart 2007 en 15 mei 2007 is ten aanzien van [verzoeker] de voorlopige, respectievelijk de definitieve toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uitgesproken.

2.3. Bij vonnis van die rechtbank van 7 januari 2008 is, op verzoek van de bewindvoerder, deze toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd. Van de voorafgaande mondelinge behandeling op 17 december 2007 is proces-verbaal opgemaakt.

2.4. Op 10 januari 2008 heeft de rechtbank Utrecht een herstelvonnis gewezen.

2.5. [Verzoeker] is in hoger beroep gekomen van de twee laatstgenoemde vonnissen. Van de mondelinge behandeling op 6 maart 2008 is proces-verbaal opgemaakt.

2.6. Bij arrest van 13 maart 2008 heeft het hof het vonnis van 7 januari 2008 bekrachtigd en het herstelvonnis van 10 januari 2008 vernietigd. Het hof heeft verstaan dat [verzoeker] van rechtswege in staat van faillissement zal komen te verkeren zodra het arrest in kracht van gewijsde is gegaan.

2.7. Namens [verzoeker] is tegen dit arrest (tijdig(1)) cassatieberoep ingesteld.

3. Bespreking van het cassatiemiddel

3.1. Het cassatieverzoekschrift telt acht middelen(2).

3.2. Middel 1 faalt omdat uit niets in 's hofs arrest blijkt dat het hof de (door [verzoeker] betwiste) samenwoning met zijn vriendin aan zijn beslissing tot bekrachtiging van het vonnis van 7 januari 2008 ten grondslag heeft gelegd; uit rov. 3.2 en 3.3 moet zelfs het tegendeel worden afgeleid.

3.3. Voor middel 2 geldt mutatis mutandis hetzelfde als voor middel 1.

3.4. Middelen 3 en 4, wat daar overigens van zij, klagen over een klaarblijkelijk door het hof in de slotalinea van rov. 3.3 ten overvloede gegeven beslissing (zie de strofen aldaar 'Daar komt nog bij...' en 'Ook hierin...'). De klachten missen daarom belang tenzij een of meer van de hierna te bespreken klachten succes zou hebben, wat niet het geval zal blijken te zijn.

3.5. Middelen 5 en 6 hebben betrekking op de blijkens rov. 3.3 voor het hof wél doorslaggevende niet nakoming van sollicitatieverplichtingen. De klachten falen. De klacht onder (a) faalt omdat zij voorbij gaat aan de - voldoende gemotiveerde en begrijpelijke - constatering van het hof in rov. 3.3 dat het door [verzoeker] bij brief van 17 september 2007 overgelegde overzicht van sollicitaties slechts betrekking heeft op de periode van 23 juli 2007 tot 17 september 2007, en niet op de periode daarna. De klacht onder (b) faalt omdat zij voorbij gaat aan genoemd manco zijdens [verzoeker] sedert 17 september 2007 en voorts miskent dat het hof (reeds hierom) niet gehouden was om aan de - overigens onomstreden - sollicitatieplicht nadere invulling te geven als in de klacht bedoeld.

3.6. Middel 7 miskent dat de nu juist ten behoeve van 'sanieten' gecreëerde wettelijke faciliteit van een schuldsaneringsregime met een potentieel 'schone lei' aan het einde, daarmee uiteraard ten nauwste samenhangende inlichtingenplichten jegens bewindvoerders meebrengt. Het faalt vanwege deze miskenning, en voorts om dezelfde redenen als waarom middelen 5 en 6 falen.

3.7. Middel 8 geeft niet aan waar de daarin bedoelde klachten (ten aanzien van proportionaliteit en subsidiariteit) eerder naar voren zijn gebracht. Het miskent dat het hof hierover niet ambtshalve had te oordelen. Het miskent ook het karakter van de wettelijke 'postblokkade'. Het faalt voorts waar het kennelijk voortbouwt op de eerdere, vergeefs voorgestelde middelen.

4. Conclusie

Mijn conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De procureur-generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden,

A-G

1 Binnen acht dagen; art. 351, vijfde lid Fw.

2 Middel 'X' aan het slot speelt geen rol (meer), nu het proces-verbaal van de mondelinge behandeling inmiddels is nagezonden en niet tot nadere klachten heeft geleid.