Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2008:BG3540

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
23-12-2008
Datum publicatie
23-12-2008
Zaaknummer
07/12213
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2008:BG3540
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Bewijsklacht. De bewezenverklaring kan niet zonder meer worden afgeleid uit de gebezigde bewijsmiddelen. De bewezenverklaring is dus niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 1029
RvdW 2009, 161
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. S 07/12213

Mr Jörg

Zitting 4 november 2008

Conclusie inzake:

[Verzoeker = verdachte]

1. Het gerechtshof te Arnhem heeft verzoeker bij arrest van 21 november 2006 wegens medeplegen(1) van diefstal door twee of meer verenigde personen met braak, meermalen gepleegd, en wegens deelneming aan een criminele organisatie veroordeeld tot 21 maanden gevangenisstraf. Voorts heeft het hof de onttrekking aan het verkeer van een inbeslaggenomen ploertendoder bevolen.

2. Namens verzoeker heeft mr. A. Lina, advocaat te Venlo, een schriftuur ingezonden houdende twee middelen van cassatie.

3. Het eerste middel klaagt dat het hof de beslissing dat feit 1 door verzoeker is begaan niet heeft doen steunen op bewijsmiddelen houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. Met name wordt gesteld dat "het enkel (curs. v. NJ) aantreffen van tubes tandpasta in de woning van requirant niet redengevend kan zijn voor het bewijs dat verzoeker medepleger is.

4. Het middel is ondeugdelijk reeds omdat er meer bewijs is dan de aanwezigheid van een grote hoeveelheid tubes tandpasta die de betrokkenheid van verzoeker bij de ladingdiefstal ondersteunt. Ik noem:

- de tapgesprekken (bewijsmiddel 21) waaraan verzoeker heeft deelgenomen en die gaan over de plaats waar een - gestolen, naar wij weten, b.m. 12 - lading "bomvol tandpasta" moet worden gelost;

- de unieke samenstelling van de lading (b.m. 18), die wordt weerspiegeld in de vondst in de woning van verzoeker (b.m. 17);

- de verklaring van verzoeker dat niet hij de boodschappen doet, maar zijn vrouw (b.m. 19), terwijl zijn vrouw zich "slecht kan voorstellen" dat zij een voorraad van 17 tubes tandpasta heeft gekocht (b.m. 20).

5. Het middel is verder een herhaling van zetten van het appèl. Geen nieuwe gezichtpunten dus. De bewijsmiddelen ondersteunen de bewezenverklaring in voldoende mate - de bewezenverklaring is dus begrijpelijk -; van een onjuiste opvatting over het bewijsrecht getuigt het oordeel van het hof niet.

6. Het tweede middel klaagt dat de bewezenverklaring van de feiten 2, 7 en 8 niet steunt op de bewijsmiddelen, aangezien deze niets inhouden aangaande de betrokkenheid van verzoeker bij genoemde feiten.

7. Zó gesteld is het middel tot mislukken gedoemd aangezien "betrokkenheid bij tenlastegelegde feiten" een zó vage omschrijving is dat daaraan al snel voldaan is. Ik wil het middel echter welwillend lezen en dit verstaan als: een betrokkenheid die voldoet aan wat strafbaar medeplegen minimaal vereist.

8. Het hof heeft bewezen geacht dat verzoeker de ten laste gelegde feiten 2, 7 en 8 heeft begaan, namelijk dat:

"2. hij op of omstreeks 27 juni 2004 in de gemeente Beuningen tezamen en in vereniging met een ander of anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf een bedrijfsterrein aan [G] heeft weggenomen drie opleggers en printers/kopieerapparaten, respectievelijk geheel of ten dele toebehorende aan het transportbedrijf [H], waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot dat bedrijfsterrein heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak.

7. hij in of omstreeks het weekend van 12-14 juni 2004 te Elsloo, gemeente Stein, tezamen en in vereniging met een ander of anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf [A] heeft weggenomen een trailer en/of 18750, althans een hoeveelheid flessen wijn, respectievelijk geheel of ten dele toebehorende aan [B] en/of [C].

8. hij op in de periode van 01 juli 2003 tot en met 05 juli 2004 in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/of door middel van braak of verbreking of een valse sleutel met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening wegnemen van trekkers, opleggers, vrachtauto's met daarbij behorende inhoud, welke geheel of ten dele toebehoorden aan anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)."

9. Blijkens de Aanvulling op het bestreden arrest heeft het hof in het bijzonder ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde de bewijsmiddelen 23 tot en met 32 (zoals genummerd in de Aanvulling) voor het bewijs gebezigd. De steller van het middel is van mening dat uit deze bewijsmiddelen de betrokkenheid van verzoeker bij feit 2 niet blijkt.

10. Naar mijn mening komt inderdaad het medeplegen van verzoeker bij de diefstal van de opleggers en de printers en kopieerapparaten vanaf het bedrijfsterrein aan [G] te Beuningen nogal marginaal uit de verf. De enige bewijsmiddelen die daarvoor rechtstreeks zouden kunnen dienen zijn de bewijsmiddelen 25, 26 en 32.

11. Bewijsmiddel 25 bevat twee GSM-gesprekken en vijf SMS-berichten tussen verzoeker en respectievelijk [betrokkene 2] (1x), [betrokkene 5] (1x) en [betrokkene 1] (5x) waarvan één gesprek duidelijk te verbinden is met "opleggers", zij het dat een ander dan verzoeker op de achtergrond dit woord in zijn mond neemt. Dat het code-taal is kan waar zijn, maar de duiding ervan wordt in de bewijsmiddelen niet aangegeven. Bewijsmiddel 25 eindigt met het resumé dat de GSM van [betrokkene 1] zich op 22 juni 2004 om 22.11 uur in de omgeving van [G] te Beuningen heeft bevonden, hetgeen in de directe omgeving van de locus delicti is, namelijk de parkeerplaats van de drie gestolen opleggers. De diefstal van die opleggers heeft echter tussen 26 juni 2004 en 27 juni 11.00 uur plaats gevonden. Bewijsmiddel 26 verbaliseert de locatie van de GSM van [betrokkene 1] nog eens, met als tijdsaanduiding 22.11.00 uur. Een datum wordt niet vermeld, maar als we dit met het resumé moeten verbinden komen we op dezelfde niet kloppende datum uit. Het zou kunnen zijn dat hier sprake is van een tikfout, en dat gedoeld wordt op het vijfde GSM-tapgesprek van bewijsmiddel 25, d.d. 26 juni 2004. Deze datum valt in het tijdvak van de diefstal. De locus telephonicus klopt dan ongeveer met de locus delicti. Bewijsmiddel 32 verhaalt dat "[verdachte] van de [l-straat] in [plaats G]" - dat moet verzoeker zijn - op 2 juni (volgens het hof op 1 juni 2004) twee vrachtauto's gehuurd heeft. Deze vrachtauto's zijn door drie personen opgehaald, waaronder [betrokkene 3] en [betrokkene 6]. Dat deze beide heren zich op 1 juni 2004 met het vervoer van de gestolen printers en kopieermachines hebben bezig gehouden volgt uit de bewijsmiddelen 29, 30 en 31. Tenslotte zou bewijsmiddel 1 nog van belang kunnen zijn, waarin [verbalisant 1], brigadier van politie te Deventer, vermeldt dat uit de informatie en de onderzoeksresultaten van het Maatjesteam naar voren is gekomen dat de groepering [verdachte], [betrokkene 1] en [betrokkene 2] en [betrokkene 3] zich vanaf 1 juli 2003 veelvuldig aan ladingdiefstal hebben schuldig gemaakt. Een afzonderlijk bewijsmiddel dat de `informatie' aan [verdachte] koppelt ontbreekt echter.

12. Via een ketenbewijsconstructie vanuit feit 1 zou het bewijs waaraan feit 2 is opgehangen nog juist voldoende kunnen zijn, omdat niet voor twijfel vatbaar is dat verzoeker bij de tandpastadiefstal betrokken is geweest en de modus operandi dezelfde blijkt te zijn met dezelfde betrokkenen ([betrokkene 1], [betrokkene 3], [betrokkene 6], [betrokkene 5]). Voor strafbaar medeplegen is niet vereist dat een verdachte feitelijk bij de uitvoering van het delict betrokken is; voldoende is het vervullen van een rol op de achtergrond die meer omvat dan medeplichtigheidshandelingen. In casu: het op de hoogte worden gehouden van het succes van de ladingdiefstal en het enkele dagen later huren van vrachtwagens voor het afvoeren van de buit door anderen. Dit wat feit 2 betreft.

13. Over het bewijs van feit 7 kan ik kort zijn: daarvoor is mijns inziens inderdaad te weinig bewijs. De diefstal is gepleegd op [A] te Elsloo, gemeente Stein, tussen 12 juni 07.00 en 14 juni 05.00 uur. De gestolen oplegger werd op 9 juli 2004 aangetroffen in Blerick. De gestolen lading werd op 6 juli teruggevonden in een door eerder genoemde [betrokkene 3] op 7 juni gehuurde loods in [plaats A]. Eerder genoemde [betrokkene 6] was bij het uitladen betrokken. Bewijs van het medeplegen van verzoeker hierbij zou voortvloeien uit de sms-contacten van verzoeker met [betrokkene 2] op 13 juni 2004. De sms-berichten tussen verzoeker en [betrokkene 2] zijn voor wat de GSM van [betrokkene 2] betreft op 13 juni 2004 tussen 18.03 en 19.53 uur verzonden vanuit [plaats F t/m K]. De paalgegevens van de GSM van [betrokkene 2] wijzen uit dat deze GSM op 13 juni 2004 tussen 18.06 en 19.53 uur contact heeft gemaakt met zendmasten te [plaats H t/m L]. Vermeld wordt dat de paallocaties te [plaats J] op een afstand van 17 respectievelijk 16 km afstand van de locus delicti zijn gelegen. So what?

14. Noch de inhoud van de sms-berichten hebben in de bewijsvoering een duiding gekregen noch is een duiding gegeven aan de omzwervingen van de GSM van [betrokkene 2]. Dat lijkt mij rijkelijk te weinig om van betrokkenheid van [betrokkene 2] bij de diefstal, laat staan van strafbaar medeplegen van verzoeker bij de diefstal van de lading wijn te kunnen spreken - hoewel ik moet zeggen dat het sms-bericht "3.29 kosten ze" heel goed naar het prijskaartje van een fles rosé van het merk Vinos Rosario Bullas rsdo 2003 zou kunnen verwijzen.(2)

15. Het middel is in zoverre gegrond.

16. Over feit 8 - deelneming aan een criminele organisatie - wordt in de toelichting verder niet gerept, zodat ik het er voor houdt dat de klacht hier meedeint met de klachten tegen de bewijsvoering ter zake van de feiten 2 en 7. Aangezien geen

specifieke verwijzing naar de wijndiefstal in de bewezenverklaring is opgenomen blijft de klacht op dit punt zonder gevolg.

17. Middel 1 faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81 RO ontleende motivering; middel 2 slaagt ten aanzien van feit 7; voor het overige faalt het middel zodanig dat het ook met de aan art. 81 RO ontleende motivering kan worden verworpen.

18. Ambtshalve gronden waarop Uw Raad de aangevallen beslissing zou moeten vernietigen heb ik niet aangetroffen.

19. Deze conclusie strekt tot gedeeltelijke gegrondverklaring van het beroep en tot verwijzing van de zaak naar een aangrenzend hof om ten aanzien van feit 7 opnieuw te worden berecht, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

A-G

1 In de Aanvulling d.d. 19 september 2007 verbeterd in: diefstal door twee of meer verenigde personen.

2 http://www.[...]