Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2008:BG2188

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
16-12-2008
Datum publicatie
16-12-2008
Zaaknummer
07/10880
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2008:BG2188
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Conclusie AG over betekening dagvaarding in h.b. HR: 81 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 969
RvdW 2009, 134
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 07/10880

Mr. Vellinga

Zitting: 28 oktober 2008

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch heeft - behoudens ten aanzien van de strafoplegging en de beslissing op de vordering tenuitvoerlegging - bevestigd het vonnis van de Rechtbank te Roermond waarbij verdachte wegens "als vreemdeling in Nederland verblijven, terwijl zij weet, dat zij op grond van een wettelijk voorschrift tot ongewenst vreemdeling is verklaard" is veroordeeld, het vonnis voor wat betreft de strafoplegging en de beslissing op de vordering tenuitvoerlegging vernietigd en verdachte de straf opgelegd van zes maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf heeft het Hof afgewezen.

2. Namens de verdachte heeft mr. J.C. Oudijk, advocaat te Venlo, één middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel bevat de klacht dat het Hof ten onrechte, althans zonder toereikende motivering, heeft geoordeeld dat de dagvaarding in hoger beroep en de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep van 29 maart 2007 op rechtsgeldige wijze zijn uitgebracht en dat de behandeling van de zaak tegen de verdachte bij verstek kon worden voortgezet en afgedaan.

4. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"zij op 31 januari 2006 in de gemeente Venlo, als vreemdeling heeft verbleven, terwijl zij wist dat zij op grond van artikel 67 van de Vreemdelingenwet 2000, tot ongewenst vreemdeling was verklaard."

5. Het dossier houdt onder meer het volgende in:

- een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Roermond van 13 februari 2006, waarbij de verdachte bij verstek is veroordeeld;

- een akte van hoger beroep van 14 februari 2006, die inhoudt dat mr. Bunge namens de verdachte hoger beroep heeft ingesteld;

- een Nederlandstalige appeldagvaarding, met daaraan gehecht een akte van uitreiking. Deze akte houdt in dat de appeldagvaarding is uitgereikt aan de griffier van de rechtbank, omdat van de verdachte geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend was. Onderaan de desbetreffende akte van uitreiking staat vermeld dat de Advocaat-Generaal verklaart dat de dagvaarding naar het aan de ommezijde vermelde adres van de verdachte in het buitenland is verzonden. Dit adres luidt [a-straat 1], [plaats];

- een vertaling van de dagvaarding in de Duitse taal ("LADUNG DES ANGEKLAGTEN VOR DAS BERUFUNGSGERICHT"), geadresseerd aan voornoemd adres in Duitsland, waarop is aangetekend "d.d. 16-01-'07 verzonden", met daarbij een paraaf;

- een proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 25 januari 2007, dat inhoudt dat de verdachte niet is verschenen en voorts, voor zover hier van belang:

"De voorzitter deelt mede dat uit de stukken blijkt:

- dat de dagvaarding in hoger beroep op 28 november 2006 op rechtsgeldige wijze aan de verdachte is betekend middels uitreiking daarvan aan de griffier in de rechtbank 's-Hertogenbosch omdat van de verdachte geen woon- of verblijfplaats hier te lande bekend is;

- dat op 28 november 2006 deze dagvaarding als gewone brief aan de verdachte is gestuurd;

- dat op 16 januari 2007 een in de Duitse taal gesteld exemplaar van die dagvaarding aan de verdachte is gezonden.

De voorzitter deelt mede dat de Duitse vertaling van de dagvaarding niet binnen de in artikel 413 van het Wetboek van Strafvordering geregelde wettelijke termijn van 10 dagen voor de terechtzitting aan de verdachte is uitgereikt en dat - blijkens de stukken in het strafdossier - er redelijkerwijs niet van uit kan worden gegaan dat de verdachte de Nederlandse taal voldoende machtig was.

(...)

Het hof schorst het onderzoek - in het belang van de verdediging - tot de terechtzitting van 29 maart 2007 te 16.00 uur met bevel tot oproeping van de verdachte, zowel in de Nederlandse als de Duitse taal gesteld, met daarbij gevoegd de inleidende dagvaarding en de dagvaarding in hoger beroep, beide in zowel de Nederlandse als de Duitse taal gesteld."

- een oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep van 29 maart 2007 in het Nederlands en het Duits, de inleidende dagvaarding in het Nederlands en het Duits en de appeldagvaarding in het Nederlands en het Duits, met daaraan gehecht een akte van uitreiking die inhoudt dat "[d]e aan ommezijde bedoelde gerechtelijke brief" is uitgereikt aan de griffier van de rechtbank, omdat van de verdachte geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend was. Onderaan de desbetreffende akte van uitreiking staat vermeld dat de Advocaat-Generaal verklaart dat "de gerechtelijke brief" op 26 februari 2007 naar het aan de ommezijde vermelde adres van de verdachte in het buitenland is verzonden. Dit adres luidt [a-straat 1], [plaats]. De hiervoor genoemde Duitstalige oproeping luidt als volgt:

"BEZIRKSSTAATSANWALTSCHAFT 's-HERTOGENBOSCH

LADUNG DES ANGEKLAGTEN

VOR DAS BERUFUNGSGERICHT

Aktenzeichen

der Staatsanwaltschaft: 20.000689.06

Der Generalstaatsanwalt bei der Bezirkstaatsanwaltschaft 's-Hertogenbosch lädt

Name:[achternaam verdachte]

Vorname(n): [voornaam verdachte]

Geboren am: [geboortedatum] 1961 te [geboorteplaats]

Wohnhaft in: [plaats]

Anschrift: [a-straat 1]

am Donnerstag dem 29 maart 2007, um 16.00 Uhr zur Sitzung vor dem Gerechtshof in 's-Hertogenbosch, Leeghwaterlaan 8, zu erscheinen, um bie der näheren Verhandlung über die gegen ihn anhängige, auf (un)bestimmte Zeit ausgesetzte Strafsache anwesend zu sein.

Um Beachtung der Hinweise auf der Ruchseite dieser Ladung wird gebeten

Von Seiten des Generalstaatanwalts wird/werden kein Zeuge und Sachverständiger bzw. kein Sachverständige geladen bzw. vorgeladen.

's-Hertogenbosch, den 15 februar 2007

der Generalstaatsanwalt"

- een proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 29 maart 2007. Dit houdt in dat de verdachte niet is verschenen, dat het Hof vaststelt dat de oproeping om te verschijnen op rechtsgeldige wijze is uitgebracht, dat aan de verdachte verstek wordt verleend en dat met de behandeling van de zaak wordt voortgegaan.

6. Gelet op de aan de appeldagvaarding gehechte akte van uitreiking, met daarop de aantekening van de Advocaat-Generaal dat die dagvaarding op 28 november 2006 als gewone brief aan de verdachte is verzonden, heeft het Hof niet onbegrijpelijk vastgesteld dat de dagvaarding naar verdachtes adres in Duitsland is verzonden. Het oordeel van het Hof dat de appeldagvaarding rechtsgeldig is betekend is daarom juist.(1)

7. Het Hof heeft voorts kunnen aannemen dat de oproeping voor de terechtzitting van 29 maart 2007 op rechtsgeldige wijze is uitgebracht. Op grond van de aan (onder meer) die oproeping gehechte akte van uitreiking, met daarop de aantekening dat, klaarblijkelijk, de aangehechte stukken aan het adres van de verdachte zijn gezonden, heeft het Hof immers kunnen aannemen dat die oproeping aan verdachtes Duitse adres is verzonden. Aldus is voldaan aan hetgeen art. 588 lid 2 Sv vereist.

8. Van belang is voorts dat art. 588 lid 2 Sv slechts ten aanzien van dagvaardingen voorschrijft dat zij worden vertaald. Met betrekking tot andere gerechtelijke mededelingen, zoals oproepingen, kan worden volstaan met een vertaling van de essentiële onderdelen daarvan. Anders dan in het middel wordt betoogd, heeft het Hof zonder meer heeft kunnen oordelen dat de op 26 februari 2007 verzonden vertaling van de oproeping aan dit vereiste voldeed. Ook al zou die vertaling niet in vlekkeloos Duits zijn gesteld, het Hof heeft kunnen oordelen dat de verdachte daaruit moet hebben kunnen opmaken dat zij werd opgeroepen om op donderdag 29 maart 2007 om 16:00 uur voor het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch te verschijnen voor de behandeling van haar strafzaak (met nr. 20-000689-06).

9. In aanmerking genomen dat zowel de dagvaarding in hoger beroep, als de oproeping voor de nadere terechtzitting van 29 maart 2007 op rechtsgeldige wijze is betekend en niet blijkt van aanwijzingen dat de verdachte niet vrijwillig afstand van haar aanwezigheidsrecht heeft gedaan, heeft het Hof tegen de verdachte verstek kunnen verlenen en de zaak buiten haar aanwezigheid kunnen afdoen.(2)

10. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering.

11. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Zij het dat dat, anders dan het Hof overweegt, niet zo is omdat de dagvaarding aan de griffier is uitgereikt. Vgl. HR 23 maart 2002, NJ 202, 317, ro. 3.19. Ik merk nog op dat art. 52 van de zogenoemde Schengen-uitvoeringsovereenkomst, waarop in het middel een beroep wordt gedaan, inmiddels is vervallen (art. 2 lid 2 EU-rechtshulpverdrag). Thans regelt art. 5 van het EU-rechtshulpverdrag, Trb. 2000,96, hoe gerechtelijke stukken aan personen die zich in het buitenland bevinden dienen te worden gezonden (leden 1 en 2) en wanneer, en zo ja in hoeverre, die stukken vertaald dienen te worden (lid 3). Anders dan art. 588 lid 2 Sv schrijft genoemd art. 5 niet voor dat dagvaardingen (integraal) dienen te worden vertaald. Net als voor andere gerechtelijke stukken geldt dat met vertaling van de essentie ervan kan worden volstaan.

2 Vgl. HR 23 maart 2002, NJ 202, 317, ro. 3.33.