Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2008:BG1237

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
19-12-2008
Datum publicatie
19-12-2008
Zaaknummer
C07/132HR
Formele relaties
Arrest gerechtshof: ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ5772
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2008:BG1237
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Onrechtmatige overheidsdaad. Geschil tussen varkenshouder en Staat over juistheid van registratie varkensrechten in kader van Wet herstructurering varkenshouderij (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 1007
RvdW 2009, 110
JWB 2008/547
Verrijkte uitspraak

Conclusie

C07/132HR

mr J. Spier

Zitting 17 oktober 2008

Conclusie Inzake

[Eiser 1],

[Eiser 2]

[Eiser 3]

(hierna afzonderlijk te noemen: [eiser 1] respectievelijk [eiser 2] en [eiser 3] en gezamenlijk: [eisers])

tegen

Staat der Nederlanden

1. Deze zaak leent zich voor een verkorte conclusie omdat [eisers] belang missen bij hun klacht in het tijdig ingestelde cassatieberoep. Bespreking daarvan levert evenmin een zinvolle bijdrage aan de rechtsontwikkeling of rechtseenheid omdat de (enige) door het middel aan de orde gestelde rechtsvraag betrekking heeft op een inmiddels ingetrokken wet (Wet herstructurering varkenshouderij).

2. Inzet van de procedure was in appèl nog slechts de vraag of de Staat onrechtmatig heeft gehandeld door de Whv vast te stellen zonder in dat kader voor [eisers] te voorzien in voor hen integrale vergoeding van de schade (rov. 1.9 van 's Hofs arrest). Aan deze vordering is ten grondslag gelegd dat zij varkensrechten hadden althans dat hen deze rechten in strijd met art. 1 Eerste Protocol EVRM integraal zijn ontnomen (rov. 1.10).

3. Volgens het in cassatie bestreden arrest van het Hof 's-Gravenhage van 21 december 2006 heeft het Hof ten aanzien van [eiser 2] en [eiser 3] geoordeeld dat de Whv hun gebruiksmogelijkheden van grondgebonden mestproductierechten beperkt. Van een "excessive burden" is evenwel geen sprake (rov. 6.1). [Eiser 1] had op de peildatum nog geen mestproductierechten zodat van een regulering, laat staan ontneming geen sprake is (rov. 6.2).

4. 's Hofs hiervoor genoemde oordelen worden in cassatie niet bestreden. Zij kunnen de afwijzing van de vordering zelfstandig dragen, zoals ook de Staat in zijn s.t. - door mr Duysens terecht niet bestreden - opmerkt (s.t. mr Scheltema onder 2.20 e.v.). Het middel richt zijn pijlen immers slechts op rov. 5.1 waar de problematiek van ontneming van eigendom aan de orde wordt gesteld.

5. Evenmin wordt bestreden de afhandeling in rov. 7 van het beroep op gewekte verwachtingen of toezeggingen.

Conclusie

Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eisers] wegens gebrek aan belang.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden,

Advocaat-Generaal