Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2008:BC7428

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
20-05-2008
Datum publicatie
20-05-2008
Zaaknummer
07/10673
Formele relaties
Arrest gerechtshof: ECLI:NL:GHARN:2007:BA0218
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2008:BC7428
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Verzoek nader onderzoek toerekeningsvatbaarheid verdachte. Conclusie AG: het Hof heeft gemotiveerd vastgesteld dat het niet aannemelijk is dat de woedeuitbarsting van verdachte het gevolg is van het gebruik van flurazepam in combinatie met alcohol en oxazepam (zoals t.t.z. door de raadsman was aangevoerd). Uitgaande van die vaststelling heeft het Hof het verzoek om een nader onderzoek inz. de toerekenbaarheid van verdachte op toereikende gronden afgewezen door te overwegen dat het geen noodzaak ziet om nader onderzoek te laten verrichten. HR: 81 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 390
RvdW 2008, 543
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 07/10673

Mr. Fokkens

Zitting: 18 maart 2008

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Verdachte is op 8 maart 2007 door het Gerechtshof te Arnhem wegens doodslag, poging tot doodslag en diefstal, veroordeeld tot 14 jaar gevangenisstraf.

2. Namens verdachte heeft mr. M.L.M. van der Voet, advocaat te Amsterdam, een schriftuur houdende een middel van cassatie ingediend.

3. Het middel behelst de klacht dat het Hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, het verzoek heeft afgewezen strekkende tot nader onderzoek inzake de toerekenbaarheid van verdachte.

4. Verdachte heeft in de nacht van 30 september op 1 oktober 2004 in café [A] te Wageningen een man en een vrouw met messen gestoken. De neergestoken man heeft naar buiten weten te komen en is daar wederom door verdachte een aantal keren met een mes gestoken. De man is als gevolg van de vele steekwonden overleden. De vrouw was zwaar gewond. Ter terechtzitting heeft de raadsman van verdachte aangevoerd dat verdachte deze feiten heeft begaan in een - voor de verdachte niet voorzienbare - agressieve uitbarsting die het gevolg was van het gebruik van flurazepam in combinatie met alcohol en oxazepam. Om die reden heeft hij verzocht om in aanvulling op het onderzoek van het Pieter Baan Centrum een tweetal deskundigen een contra-expertise te laten verrichten. De verdediging had daartoe C. Dillen en Ph. Jorens bereid gevonden. De raadsvrouw van verdachte heeft ter terechtzitting van het Hof van 13 december 2005 aangegeven dat zij onderzocht wenste te zien 'hoe groot de deskundigen de kans achten dat cliënt ten tijde van de tenlastegelegde feiten ontoerekeningsvatbaar was als gevolg van het gebruik van alcohol en medicijnen in combinatie met de persoonlijkheid van cliënt'. Voorts gaf zij aan te wensen dat nader onderzocht zou worden 'of er ten tijde en/of na het plegen van het delict bij cliënt sprake was van een volledige amnesie'. Bij tussenarrest van 20 december 2005 heeft het Hof de Rechter-Commissaris verzocht genoemde deskundigen te benoemen om bedoeld onderzoek op zo kort mogelijke termijn te laten verrichten. Aldus is geschied.

5. Het middel heeft betrekking op het verzoek dat ter terechtzitting van het Hof van 22 februari 2007 is gedaan. Blijkens de pleitnotitie heeft de raadsman delen uit rapportages van het NFI en de rapporten van genoemde Dillen en Jorens aangehaald. Daaraan wordt in de pleitnotitie de conclusie verboden dat het onderzoek niet volledig is geweest omdat bij de beoordeling van de mogelijke gevolgen van het gebruik door verdachte van flurazepam in combinatie met alcohol en oxazepam door de deskundigen ten onrechte is uitgegaan van een lage dosis flurazepam.

6. Het Hof heeft het verzoek om nader onderzoek naar de toerekeningsvatbaarheid van verdachte afgewezen nadat het op basis van de door het Hof uitvoerig geciteerde deskundigenrapporten tot de conclusie was gekomen dat het niet aannemelijk is dat het gebruik van flurazepam in combinatie met alcohol en oxazepam tot de ongeremde agressie van verdachte hebben geleid.

7. Volgens het middel is de conclusie van het Hof onvoldoende gemotiveerd, omdat uit het rapport van Lusthof en de verklaring van De Jager niet kan worden afgeleid dat verdachte een lage dosis flurazepam in zijn lichaam had. Die klacht treft geen doel, omdat het Hof zich niet heeft uitgelaten over de vraag of verdachte een hoge of lage dosis flurazepam heeft ingenomen. Het Hof heeft op basis van de rapportages van de in het arrest in dit verband genoemde deskundigen geoordeeld dat het niet aannemelijk is dat verdachte vanwege het gebruik van deze medicijnen in combinatie met alcohol zijn ongeremd agressieve gedrag heeft vertoond. Vervolgens heeft het Hof door de verklaring van De Jager op te nemen daaraan toegevoegd dat ook in haar waarnemingen geen aanknopingspunten zijn te vinden voor de veronderstelling dat het medicijngebruik in combinatie met alcohol tot de woedeuitbarsting bij verdachte heeft geleid. Die oordelen zijn niet onbegrijpelijk en kunnen verder in cassatie niet op hun juistheid worden beoordeeld.

8. Uitgaande van deze gemotiveerde vaststelling dat het niet aannemelijk is dat de woede uitbarsting het gevolg is van het gebruik van flurazepam in combinatie met alcohol en oxazepam heeft het Hof het verzoek om een nader onderzoek op toereikende gronden afgewezen door te overwegen:

"Het hof ziet geen noodzaak om nader onderzoek te laten verrichten aangaande de toerekeningsvatbaarheid van verdachte. Het hof acht zich in deze voldoende voorgelicht,"

9. De raadsman had immers naast zijn betoog dat de deskundigen tot een onjuiste conclusie waren gekomen slechts aangevoerd:

"Ik heb alleen verwezen naar een wetenschapper van het NFI. Ik ben geen wetenschapper. Jorens en Dillen hebben gewoon overgeschreven. Het zijn flutdeskundigen. De zaak kan alleen afgedaan worden als wordt vastgesteld dat mijn cliënt gelijk heeft. Anders moet het onderzocht worden door het NFI. De enige verklaring voor het gebeuren is het gebruik van flurazepam in combinatie met alcohol en eventueel oxazepam."

10. Het middel faalt dan ook en kan worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering. Ook ambtshalve is er geen reden voor vernietiging, zodat ik concludeer dat het beroep wordt verworpen.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden