Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2008:BC6734

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
08-07-2008
Datum publicatie
08-07-2008
Zaaknummer
00753/07 B
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2008:BC6734
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Beslag. In een geval als i.c., dat er door wordt gekenmerkt dat de OvJ van oordeel is dat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag niet vordert, dient de Rb de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp te gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende t.a.v. dat voorwerp moet worden beschouwd (vgl. HR LJN AD5966). Voor de te nemen beslissing had de Rb niet in het midden mogen laten of kan worden aangenomen dat klager bij de verkrijging van de bromfiets te goeder trouw is geweest. In het bevestigende geval immers zou de bromfiets ingevolge art. 3:86 BW aan hem dienen te worden teruggegeven, terwijl in het ontkennende geval de oorspronkelijke eigenaar in aanmerking kan komen om als redelijkerwijs rechthebbende te worden aangemerkt. In dit beklag speelt de vraag of voor de onderhavige bromfiets een kenteken kan worden afgegeven geen beslissende rol.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 562
RvdW 2008, 787
NJB 2008, 1643
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 00753/07 B

Mr. Vellinga

Zitting: 29 januari 2008

Conclusie inzake:

[klager]

1. Bij beschikking van 2 februari 2007 heeft de Rechtbank te 's Hertogenbosch het beklag gericht tegen het voornemen tot teruggave van een inbeslaggenomen snorfiets aan een ander dan de beslagene, ongegrond verklaard.

2. Namens verzoeker heeft mr. R.F. Thunnissen, advocaat te 's-Gravenhage, één middel van cassatie voorgesteld.

3. De Rechtbank heeft het beklag gericht tegen het voornemen tot teruggave van een inbeslaggenomen auto aan een ander dan de verzoeker als beslagene ongegrond verklaard op de volgende gronden:

"In openbare raadkamer heeft de gemachtigde van [klager] aangevoerd dat [klager] op 30 april 2004 volledig te goeder trouw voornoemde snorfiets heeft gekocht van [betrokkene 1] te [plaats A] en dat [betrokkene 2] geen beroep meer toekomt op het bepaalde in artikel 3:86, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, nu deze [betrokkene 2] zijn eigendom niet binnen 3 jaar heeft opgeëist. De gemachtigde van [klager] voert tevens aan dat voornoemde snorfiets om deze reden dient te worden geretourneerd aan [klager] in plaats van aan de oorspronkelijke eigenaar [betrokkene 2].

De rechtbank is van oordeel, dat uit de stukken voldoende is komen vast te staan, dat onderhavige snorfiets tussen 17 en 18 januari 2003 van de toenmalige eigenaar [betrokkene 2] is gestolen. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de oorspronkelijke eigenaar [betrokkene 2] geen beroep meer toekomt op het bepaalde in artikel 3:86, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, nu hij zijn eigendom niet binnen 3 jaar heeft opgeëist. Wat er verder ook zij van de eventuele goede trouw aan de kant van klager, hetwelk de rechtbank gelet op de stukken niet aanstonds aanneemt, acht de rechtbank het niet verantwoord dat de gestolen snorfiets terugkeert in het maatschappelijk verkeer, aangezien aan voornoemde snorfiets nimmer een kenteken zal worden afgegeven. Gelet op het voorgaande komt voornoemde inbeslaggenomen snorfiets naar het oordeel van de rechtbank in aanmerking om te worden onttrokken aan het verkeer."

4. Het middel klaagt dat de Rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat voor een gestolen voertuig nimmer meer een kenteken kan worden opgegeven.

5. Volgens de Rechtbank zal voor de snorfiets nimmer een kenteken worden opgegeven ongeacht de vraag of verzoeker bij de verkrijging van de snorfiets te goeder trouw was.

6. Art. 3:86 BW luidt - voor zover van belang - :

1. Ondanks onbevoegdheid van de vervreemder is een overdracht overeenkomstig artikel 90, 91 of 93 van een roerende zaak, niet-registergoed, of een recht aan toonder of order geldig, indien de overdracht anders dan om niet geschiedt en de verkrijger te goeder trouw is.

2. (...).

3. Niettemin kan de eigenaar van een roerende zaak, die het bezit daarvan door diefstal heeft verloren, deze gedurende drie jaren, te rekenen van de dag van de diefstal af, als zijn eigendom opeisen, tenzij:

a. de zaak door een natuurlijke persoon die niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf handelde, is verkregen van een vervreemder die van het verhandelen aan het publiek van soortgelijke zaken anders dan als veilinghouder zijn bedrijf maakt in een daartoe bestemde bedrijfsruimte, zijnde een gebouwde onroerende zaak of een gedeelte daarvan met de bij het een en ander behorende grond, en in de normale uitoefening van dat bedrijf handelde; of

b. het geld dan wel toonder- of orderpapier betreft.

7. De Rechtbank stelt vast dat de bestolene niet binnen drie jaar na het verlies van het bezit van de snorfiets door diefstal zijn eigendom heeft opgevorderd. Dit betekent dat verzoeker, indien hij bij de verkrijging van de snorfiets onder bezwarende titel(1) te goeder trouw was, ingevolge art. 3:86 lid 1 BW eigenaar van de snorfiets is geworden, ook al heeft hij deze verkregen van een beschikkingsonbevoegde. Waarom voor deze snorfiets aan deze eigenaar geen kenteken zou kunnen worden opgegeven heb ik niet kunnen vinden. Het gestolen zijn van een kentekenplichtig voertuig kan leiden tot ongeldigverklaring van het kentekenbewijs (art. 58 lid 2 onder e WVW 1994, art 37 lid 1 onder f Kentekenreglement). Daarmee is echter niet gezegd dat aan iemand die het gestolen voertuig nadien in eigendom heeft verkregen geen kenteken zou kunnen worden opgegeven.(2) Zou het hem worden geweigerd louter op de grond dat het voertuig ooit gestolen is, dan zou dat betekenen dat het bepaalde in art. 3:86 lid 1 BW tot op zekere hoogte van zijn betekenis wordt beroofd omdat het voertuig door de eigenaar niet overeenkomstig zijn bestemming kan worden gebruikt. In navolging van de Officier van Justitie miskent de Rechtbank dan ook dat de wetgever bij de afweging van de belangen van de gestolene en de te goeder trouw zijnde verkrijger onder bezwarende titel er uiteindelijk(3) voor heeft gekozen dat een verkrijger te goeder trouw na drie jaar eigenaar van het aan de oorspronkelijk eigenaar ontstolen voorwerp wordt.

8. Voorts merk ik op dat het oordeel van de Rechtbank geen steun vindt in art. 49 lid 2 onder b WVW1994. Deze bepaling houdt immers in dat afgifte van een kentekenbewijs kan worden geweigerd indien uit het kentekenregister blijkt(4) dat de eigenaar of houder van een motorrijtuig of een aanhangwagen onvrijwillig de beschikkingsmacht over dat voertuig heeft verloren, niet dat die afgifte in dat geval wordt geweigerd.

9. Het oordeel van de Rechtbank is dus niet alleen ontoereikend gemotiveerd maar geeft ook blijk van een onjuiste rechtsopvatting, in het bijzonder van het bepaalde in art. 3:86 BW en art. 49 WVW 1994.

10. Het middel slaagt.

11. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop de bestreden beschikking zou dienen te worden vernietigd.

12. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en verwijzing naar het gerechtshof te 's Hertogenbosch teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Volgens verzoeker heeft hij de snorfiets gekocht voor € 675,--. De Rechtbank laat de juistheid van deze bewering in het midden. Derhalve moet van de juistheid daarvan in cassatie worden uitgegaan.

2 Desgevraagd deelde de RDW mee "dat een kentekenbewijs kan worden verstrekt aan de aanvrager die niettegenstaande het diefstalsignaal met een [ge]rechterlijk[e] uitspraak kan aantonen dat hij daartoe op grond van een eigendomsrecht gerechtigd is, al zal dit in de praktijk niet snel voorkomen."

3 Zie voor een overzicht van de omvangrijke geschiedenis van art. 3:86 BW, Asser, Goederenrecht, I Algemeen goederenrecht, vijftiende druk, nrs. 322-327.

4 Zie art. 42 lid 4 WVW 1994 jo art. 6 lid 1 onder r Kentekenreglement.