Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2008:BC6232

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
11-03-2008
Datum publicatie
11-03-2008
Zaaknummer
00236/07
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2008:BC6232
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

N-o verdachte in cassatie. Gelet op art. 432.1.c en 432.3 Sv had verdachte binnen 14 dagen na ‘s Hofs einduitspraak van 26-4-2006 beroep in cassatie moeten instellen. Nu verdachte blijkens de stukken op 26-10-2006 beroep in cassatie heeft ingesteld, kan hij in dat beroep niet worden ontvangen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 181
RvdW 2008, 329
NJB 2008, 762

Conclusie

Nr. 00236/07

Mr. Vellinga

Zitting: 15 januari 2008

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch bij verstek wegens "als bestuurder van een motorrijtuig daarmede op een weg rijden zonder dat er voor dat motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen is gesloten en in stand gehouden" veroordeeld tot vier weken hechtenis. Voorts heeft het Hof de verdachte de bevoegdheid ontzegd om gedurende zes maanden motorrijtuigen te besturen.

2. Namens verdachte heeft mr. P. Schölte, advocaat te Amsterdam, twee middelen van cassatie voorgesteld. Aan een bespreking van deze middelen kom ik echter niet toe, gelet op het volgende.

3. De eerste terechtzitting in hoger beroep vond plaats op 1 februari 2006. Op deze terechtzitting is het onderzoek geschorst tot de terechtzitting van 15 maart 2006. Ter terechtzitting van 15 maart 2006 is het onderzoek wederom geschorst, nu tot de terechtzitting van 26 april 2006. Op 26 april 2006 is de zaak inhoudelijk behandeld en heeft het Hof uitspraak gedaan.

4. Het proces-verbaal van de terechtzitting van 1 februari 2006 houdt onder meer het volgende in:

"De voorzitter deelt aanstonds mede dat van de kant van verdachte een telefonisch verzoek is gedaan om aanhouding van de behandeling van de strafzaak ter terechtzitting daar hij vanwege autopech verhinderd is heden ter terechtzitting te verschijnen. De voorzitter, gehoord de advocaat-generaal, schorst om voormelde reden, het onderzoek ter terechtzitting, tot de terechtzitting van woensdag 15 maart te 09:30 uur."

5. Hieruit kan worden afgeleid dat de dag van de terechtzitting van 1 februari 2006 de verdachte tevoren bekend was. Dit brengt mee dat de verdachte, gelet op het bepaalde in art. 432 lid 1 aanhef en onder c Sv, binnen veertien dagen na de einduitspraak van het Hof beroep in cassatie had moeten instellen. Dat het onderzoek tweemaal is geschorst doet hieraan niet af, nu het schorsingen voor bepaalde tijd betrof.(1) Nu de verdachte pas op 26 oktober 2006 beroep in cassatie heeft doen instellen tegen het arrest van 26 april 2006, kan hij dus in zijn beroep niet worden ontvangen.

6. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

1 Vgl. HR 20 april 2004, LJN: A03444, welke betrekking heeft op een vergelijkbare situatie in hoger beroep (art. 408 Sv).